Commentaar Leenstelsel studenten

Als het kabinet dit leenstelsel een kans wil geven, zijn juist verzachtende maatregelen nodig

Het kabinet verhoogt de rente op de studieleningen. Daarvoor is het nu precies het verkeerde moment.

Studenten in een volle studiezaal van de bibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

In debatten over het leenstelsel voor studenten wordt vaak vergeten dat het plan is ontsproten aan het progressieve, linkerdeel van de Tweede Kamer. De PvdA ontmaskerde de oude studiefinanciering al aan het eind van de vorige eeuw als een van de meest denivellerende onderdelen van het overheidsbeleid: waarom zou de slager moeten betalen voor de opleiding van de advocaat, zo luidde kortweg de redenering. Het was die gedachte die ook GroenLinks in de leencoalitie trok.

Om de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te waarborgen, werd voor de lagere inkomensgroepen de aanvullende beurs – nog altijd een gift – door deze linkse coalitie fors verhoogd. Voor alle anderen werd de terugbetalingsregeling versoepeld. Niemand mocht er op de lange termijn grote problemen mee krijgen. De VVD op haar beurt hoopte dat een eigen investering de studiediscipline wat zou opkrikken. In 2012 deed de gemiddelde student bijna vijf jaar over een driejarige bachelorstudie.

Drie jaar na de start is het stelsel nog verre van onomstreden. De berichten over oplopende werkdruk en leningstress onder grote groepen studenten stapelen zich op. De oplopende lening lijkt bovendien wel degelijk effect te hebben op het latere leven van studenten. Hoewel banken de studielening officieel buiten beschouwing moeten laten bij het verstrekken van hypotheken, eisen veel geldverstrekkers toch inzicht in de opgebouwde schuld. Over de invloed van de leenstress op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs verschijnen intussen sterk wisselende berichten.

Drie jaar is dan ook te kort om de impact van het stelsel te kunnen evalueren. De eerste studenten met een volledige lening zijn nog niet eens aan afstuderen toe. De beloofde investering in het onderwijs uit de opbrengst van het afschaffen van de oude beurs moet zelfs nog beginnen. Het kabinet past daarom terughoudendheid. Als het dit stelsel een kans wil geven, zijn nu geen verscherpende, maar juist verzachtende maatregelen nodig. Zoals een goed gesprek met de banken over hun hypotheekeisen. Een verhoging van de studierente, zoals het kabinet die nu aankondigt, is in alle opzichten voorbarig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.