ColumnPeter Buwalda

Als er iets is waar ik van houd, is het quarantaine

Als er iets is waar ik van houd, is het quarantaine. Heerlijk. Het erin verkeren zelf vind ik heel leuk, maar de totale uitzichtloosheid ervan nog leuker. Zelfs het erop terugkijken, bladerend in het fotoboek, vind ik machtig. ‘Weet je nog, toen de bruiloft niet doorging? En hier, met die rooie flitseroogjes, dat was tijdens die gecancelde Koningsdag.’

Jet zit me kwaad aan te kijken.

‘Jawel’, zeg ik sussend. ‘Klopt, tuurlijk. Maar jou ken ik zó goed, en jij mij, dat we eigenlijk één en dezelfde zijn, snap je? Een soort, hoe zeg je dat, hermafrodiet. Een achtpotige die zichzelf kan voortplanten. Wandelende takken zijn zo, bijvoorbeeld. Eigenlijk zijn we een wandelende tak, jij en ik.’

Geen verhandeling voor First Dates, in feite. Jet kijkt nog steeds boos. Ik weet het, volgens Goedele Liekens, en ik meen ook de Libelle, is het niet ‘spannend’ elkaar de hele dag te zien, en ook nog ’s nachts, en met Pasen.

‘Voor de corona’s’, probeer ik te sussen, ‘vormen we één doelwit. Nemen ze jou te grazen, dan ga ik ook aan het spit, en andersom. Dat weten ze.’ We zien het virus als een vijandig leger met losse, bolvormige soldaten met steeltjes – wat het in feite ook is, natuurlijk.

Overigens moeten we elke dag wel even uit quarantaine, voor de boodschappen. De hermafrodiet wandelt hand in hand naar de supermarkt, maar zegt zichzelf voor de schuifdeuren vaarwel. Sophie’s Choice, mogen we wel zeggen. Maar dit keer slaat de somberheid onderweg al toe. Jet vindt het toch zorgelijk, de wandelende tak. Is dat wel goed, samen in een terrarium?

Oppassen nu. De volgende stap is Esther Perel in een Bol.com-doosje. Metaforen zijn een sterk spulletje. Zaak om er iets romantisch in te gooien. ‘We houden iedereen op anderhalve meter’, zeg ik met opgestoken wijsvinger, ‘zelfs je moeder, maar vergeet niet dat wij zelf nog altijd op een keiharde min 18 centimeter zitten.’

Jet staart met grote ogen in de verte. Er nadert op hoge snelheid een kinderwagen, voortgestuwd door een nurkse dame in panterpantalon. We wonen in een stadsdeel waar op straat niet wordt gegroet, maar ook niet uitgeweken. Noch afgeremd. Onder pestilent gesternte staan de mensen hier dicht bij elkaar, zogezegd. 

Het meisje lijkt door ons heen te willen, ook een methode. De stoep is een meter breed, dus als de tak Rutte wil gehoorzamen, dan moet-ie de Appelweg op, druk asfalt met vele streekbussen, behalve als je er een nodig hebt. Lijn 35 zou een snelle, ic-loze coronadood worden. Kom je niet eens mee in Rob Trips statistiekje. Hebben wij.

‘Boomer’, roept Jet. Vindt ze leuk, boomer roepen tegen twintigers. Is ook leuk.

Kijk, je voelt je een enorme aansteller, als je in je eentje op anderhalve meter blijft. Wat een brave borst ben ik, hè – dat gevoel. De paranoia moet van twee kanten komen. Het kan zelfs heel bedenkelijk aanvoelen. Zeg maar: fout.

Nu weer komt er een getinte meneer op ons af, in zijn ogen een weinig coronabewuste blik. Daar wil je liever niet in een boog omheen, vloekend en half struikelend over de busbaan, bedoel ik. Meneer is misschien nog maar pas in Nederland. Denken wij dat hij een enge ziekte heeft, of zo? (Ja.) En waar zijn onze witte puntmutsen? (Thuis.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden