Column Lisa Bouyeure

Als er dan toch een uitdaging viral moet gaan, dan liever een waar de wereld iets mee opschiet

Het is een bekend filosofisch vraagstuk: als een boom in een bos omvalt en er is niemand in de buurt om het te horen, maakt het dan geluid? En hoe zit dat eigenlijk met zwerfvuil opruimen in een bos? Als het vervolgens niet te zien is op sociale media, heb je dan wel opgeruimd?

Daarom voor de zekerheid een nieuwe uitdaging voor verveelde tieners: maak een foto van een stukje grond vol afval, een tweede foto als je iets aan de puinhoop hebt gedaan en post ze dan op sociale media met de hashtag #trashtag. Het Facebookbericht waarin deze oproep werd gedaan, door een Amerikaan die angstwekkend veel op Bill uit het spelletje Wie is het? lijkt, werd in de afgelopen anderhalve week al bijna 350 duizend keer gedeeld.

De foto die de Amerikaan Byron Román op Facebook postte als oproep om zwerfvuil op te ruimen.

Online aansporingen tot het marie-kondoën van de openbare ruimte doen al langer de ronde, de een succesvoller dan de ander. In Nederland heb je bijvoorbeeld #zwerfie, een combinatie van selfie en zwerfafval, en het uit Zweden overgewaaide #ploggen: joggen en oprapen (plocka upp). De Brabantse sloopwerker Stefan deelt op Instagram dagelijks een platgetrapt blikje of snoeppapiertje onder zijn eigen hashtag #iederedageenstukzwerfafvalopruimen. Dat er nu ineens zo veel animo is voor een dergelijk opruiminitiatief, heeft vast iets te maken met de groeiende zorgen om het klimaat.

Klein obstakel: wereldverbeteraars zijn menigeen een doorn in het oog. Ze confronteren anderen immers met hun onvolkomenheden, want wat lig jij daar nou eigenlijk op de bank met je gigantische ecologische voetafdruk? En dan stond er donderdag op de Dam ook nog zo’n klimaatspijbelaar die het ze even inwreef met zijn spandoek: ‘Stop met fappen (internettaal voor aftrekken) ga het klimaat oplappen.’ Hand uit je broek en handjes uit de mouwen. De emoties die zoiets bij sommigen oproept, kent iedereen die weleens op Twitter kijkt, waar ‘deugen’ inmiddels zo’n vies woord is dat men het nog niet met een afvalgrijper aan zou willen raken. Neem nou de heer Roelofsen, een Twittergebruiker die in het kader van de Week Zonder Vlees geen twee maar vier lapjes in de pan gooide. ‘Zo compenseer ik iemand die vandaag geen vlees eet. Morgen weer!’ Dat zal die gutmenschen leren.’

Het is te makkelijk om smalend te doen over het etaleren van goede daden, zeker als dat etaleren aanstekelijk werkt. Ik werd erg vrolijk toen ik deze week zag hoe Servische en Indiase scholieren en een blozend jongetje uit Connecticut allemaal gehoor gaven aan de opruim-oproep. Een hippe Filippijn nam de jungle onder handen, een groepje Italiaanse vrouwen het strand en in Nederland was Daniël gaan drijfvuilvissen in de Leidse grachten. Ondertussen haalde de Utrechtse Sandra afvalprikken uit de taakstrafsfeer door elke dag ‘vol enthousiasme’ minimaal één stuk straatvuil op te rapen en er iets moois mee te doen, in haar geval kevers knutselen.

Ik dacht terug aan die keer dat ik voor de spiegel, tong uit mijn mond, de belly button challenge stond te doen. Terwijl ik met mijn arm achter mijn rug langs mijn navel aanraakte en een totaal nutteloze vaardigheid rijker was, voelde ik me minstens zo stom als de mensen die ooit massaal als planken op opmerkelijke objecten gingen liggen of een lepel kaneel aten omdat het internet hen daartoe aanspoorde. Nee, als er dan toch een uitdaging viral moet gaan, dan liever een waar de wereld nog iets mee opschiet.

In de reacties onder de facebookoproep van de Amerikaan stelden meerdere mensen overigens een alternatief voor: de-gooi-godverdomme-je-zooi-gewoon-niet-op-de-grond-challenge. In principe een goed plan, maar dan komen we toch weer uit bij dat filosofische vraagstuk. Want als er niets op de grond wordt gegooid en er is niemand in de buurt om daar geen foto van te maken, is het dan nog wel een challenge?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.