Column Stephan Sanders

Als een volk een eenheid vormt moet het van korte duur zijn, anders moet je maken dat je wegkomt

Wat is dat toch een vreemde, na-ijlende droom: die van ‘eenheid van het volk’. Je moet maken dat je wegkomt als het zover is, want als gewone eenling ben je je leven niet meer zeker.

Eenheid is altijd de uitzondering, nooit de permanente toestand. Natuurlijk heerst er even eenheid als het Nederlandse elftal of een Nederlandse club een belangrijke voetbalfinale bereikt, maar zelfs die uitzinnige eenheid is schijn, want er zijn genoeg landgenoten die het niets kan schelen. Zij houden zich even ­gedeisd, tot de bui is overgewaaid. Zelfs toen zich een heuse buitenlandse vijand aandiende, nazi-Duitsland, werd de Nederlandse eenheid ondermijnd door collaborateurs, burgemeesters-in-oorlogstijd en ­onverschilligen.

Een van de merkwaardigste gedachten van wijlen koningin Wilhelmina was dan ook dat na de oorlog het Nederlandse volk geen behoefte meer zou hebben aan ‘Kamer en ­ministerie’, en dat de mensen ‘rechtstreeks door Oranje geregeerd willen worden.’ Het land zucht onder een bezetting, de zogenaamde ‘gelijkschakeling’ en de censuur, en precies die eenheidsworst wil de vorstin na de oorlog weer invoeren – alsof zo’n geforceerde Nederlandse eenheid democratischer zou zijn dan de afgedwongen eenheid onder de Duitsers.

Het is soms mooi als een volk eensgezind liederen zingt, en die ontroering moet niet veel langer duren dat het lied zelf.

Denk ook aan al die gekoloniseerde Afrikaanse landen, die in de jaren zestig voor hun onafhankelijkheid vochten: oog in oog met de ­koloniale vijand was er saamhorigheid en nationale solidariteit, maar zodra de nieuwe, nationale vlag was gehesen, deden de oude politieke ­tegenstellingen en intriges zich weer gelden. Dat is geen teken van zwakte, maar vooral van het feit dat het ­leven weer zijn beloop krijgt.

‘Eenheidsdrift is doodsdrift’, schreef de Nederlandse filosofe Carry van Bruggen al in 1925, en dat was deftig gezegd maar wel raak.

Ik was toch weer verbaasd toen ik het interview las in de Volkskrant met Václav Klaus, de voormalig president van Tsjechië, die hier in het land was om zijn anti-visie op de ­Europese Unie te ontvouwen. Ook die tegenstem moet gehoord worden, zelfs als we die uit een Midden-Europees buitenland moeten importeren, vind ik. Maar zo denkt Klaus er zelf niet over. Hij maakt duidelijk dat een exit uit de EU voor Tsjechië misschien wel wenselijk is, maar momenteel niet haalbaar is. ‘Wij zijn een klein land, in het hart van Europa (…). Dan ligt een Tsjexit niet voor de hand.’

Met een schuin oog kijkt Klaus naar de perikelen in het Verenigd ­Koninkrijk en concludeert dan: ‘De voorwaarde is een onverdeeld land. In een totaal verdeeld land zoals Groot-Brittannië gaat het niet lukken.’

Sinds 1989 ontsnapt aan de communistische eenheidsdrift en meteen al weer vergezichten over een ‘onverdeeld land’. Een onverdeeld land is per definitie ondemocratisch, zo simpel is het. Je kan meerderheidsbesluiten nemen, compromissen bedenken, maar volkomen unanimiteit is geen teken van eensgezindheid, maar van dictatuur.

Wonderlijk hoe iemand als Klaus, die zich tijdens de communistische bezetting rustig hield en pas na de Fluwelen Revolutie politiek uit de kast kwam, weet te goochelen met de overeenkomsten tussen Moskou en Brussel, tussen de voormalige Sovjet- Unie en de EU.

Volgens hem komt het allemaal op hetzelfde neer. Onder de communisten was er de staatsterreur, maar nu heerst in Europa ‘de dictatuur van de politieke correctheid.’ Dat er veel mensen zijn die de zogenaamde ‘politieke correctheid’ ondersteunen met hun stem doet er kennelijk niet toe. Dat ook geluiden die hem onwelgevallig zijn gehoord moeten worden, lijkt Klaus vooral een affront te vinden.

Ik heb de ineenstorting van het ­Europese communisme met eigen ogen mee mogen maken, en zoveel jaar na dato is het pijnlijk te merken hoezeer het autoritarisme en de ­dictatoriale neigingen daar bewaard zijn gebleven, als goed gebalsemde mummies uit een Egyptische grafkelder.

Klaus is een radicale kapitalist, à la Thatcher. Hij is tegen overheidssteun en nu ook tegen de ‘inkomensoverdrachten’ die Tsjechië via de EU mocht ontvangen. ‘Die zijn irrelevant.’ Toch jammer dat hij die financiële steun niet blokkeerde toen hij nog president was.

Maar Klaus is geen geboren democraat. Al die verschillende stemmen; dat moeizame volk, dat maar niet onverdeeld wil worden. Hij ziet dat niet als een verbetering, maar puur als verraad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.