Opinie Klimaatdoelstellingen

Als een bus op het ravijn afrijdt, is een ruk aan het stuur noodzakelijk

Beperken van de opwarming tot maximaal 2 graden is een wetenschappelijk onderbouwd politiek doel.

IJsbeer in Alaska met op de achtergrond het karkas van een walvis. Beeld EPA

Voor iemand die zich zorgen maakt over ‘het ombuigen van feiten door overheden’, permitteert Martin Sommer zich een opmerkelijke vrijheid als het gaat om het klimaatdebat. In zijn column van 8 december suggereert Sommer dat er geen wetenschappelijke consensus bestaat over klimaatverandering. Dat is onjuist.

Er zijn weinig fenomenen ter wereld zo zorgvuldig en veelvuldig bestudeerd als klimaatverandering. Het gaat dus niet om schijnconsensus achter een ijzeren gordijn: het IPCC-rapport wordt wereldwijd door een overweldigende meerderheid van klimaatwetenschappers ondersteund.

De opmerking van Sommer dat de klimaatdoelstellingen ‘niets met wetenschap en alles met politiek te maken hebben’, is deels onjuist en volledig misleidend. Het beperken van de opwarming van de aarde tot anderhalve graad of maximaal twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, kan het beste begrepen worden als een wetenschappelijk onderbouwd politiek doel.

Gevolgen ‘A’, ‘B’ en ‘C’

Klimaatdoelstellingen hebben per definitie een politiek karakter, omdat het simpelweg niet de taak is van klimaatwetenschappers om klimaatbeleid te maken. Klimaatwetenschappers houden zich bezig met het begrijpen en beschrijven van klimaatverandering. Zij kunnen ons vertellen dat er een kans ‘X’ is dat bij broeikasgasconcentratie ‘Y’ de aarde ‘Z’ graden opwarmt, en dat opwarming ‘Z’ mogelijk leidt tot gevolgen ‘A’, ‘B’ en ‘C’.

Maar wetenschappers kunnen ons niet vertellen of kans ‘X’ maatschappelijk en economisch gezien een acceptabel risico is, hoe we de lasten om de uitstoot te beperken tot ‘Y’ moeten verdelen, of wiens verantwoordelijkheid het is om ‘A’, ‘B’ of ‘C’ te voorkomen.

Om het concreter te maken: een klimatoloog weet veel over de natuurkundige aspecten van klimaatverandering, maar kan niet wetenschappelijk onderbouwen of het rechtvaardig is om opkomende economieën toegang tot fossiele energie te weigeren.

Het IPCC-rapport wordt wereldwijd door een overweldigende meerderheid van klimaatwetenschappers ondersteund. Beeld Jung Yeon-je/AFP

Net zo geven weerstations ons waardevolle meteorologische informatie, maar kunnen ze geen oordeel vellen of het redelijk is dat historische emissies meegeteld worden bij de verdeling van het resterende ‘carbon budget’.

Evenzo kunnen paleoklimatologen op basis van fossielen de broeikasgasconcentraties van eerdere tijden bepalen, maar die fossielen hebben bar weinig te zeggen over de verplichtingen die deze generatie heeft jegens toekomstige generaties.

Ieder zijn taak

Dat de klimaatdoelstellingen een politiek karakter hebben, is dus een open deur: klimaatdoelstellingen zijn inherent politiek. Morele verplichtingen, politieke haalbaarheid, prioritering, lastenverdeling, risicobereidheid, het zijn allemaal thema’s die niets met de expertise of taak van klimaatwetenschappers te maken hebben.

Klimaatwetenschappers hebben echter wel een belangrijke taak in het klimaatdebat, want zij voorzien politici, rechters, economen, demografen en andere beleidsmakers van de cruciale natuurwetenschappelijke informatie die nodig is voor klimaatbeleid. Andersom is het niet de taak of expertise van politici, columnisten of (klimaat)economen (zoals Richard Tol) om feitelijke bevindingen van natuurwetenschappers ter discussie te stellen.

Wat Sommer doet is misleidend en gevaarlijk. Hij suggereert dat het politieke karakter van de klimaatdoelstellingen het gevolg is van wetenschappelijke dissensus. Bovendien bagatelliseert hij de gevolgen van klimaatverandering, en legitimeert hij struisvogelgedrag.

We ontkennen niet dat er ook andere problemen zijn die aandacht verdienen. Maar de problemen van de gele hesjes zijn van een andere orde dan klimaatverandering. Als een bus met een noodgang op een ravijn afrijdt, moet de chauffeur bijsturen, ook als daardoor sommige passagiers wagenziek worden. De discussie kan worden gevoerd op welke manier de passagiers in gele hesjes ontzien kunnen worden. Maar als we gevaarlijke klimaatverandering willen voorkomen, is een ruk aan het stuur hoe dan ook noodzakelijk.

Niet springen Sybrand.  

Tim Bleeker is als promovendus verbonden aan het onderzoekscentrum voor duurzaamheidsrecht (UCWOSL). Appy Sluijs is hoogleraar paleo-oceanografie. Beiden zijn werkzaam aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden