COLUMNNadia Ezzeroili

Als dit het ‘nieuwe normaal’ wordt, dan vrees ik voor een duistere ontwikkeling in mijn persoonlijkheid

Nadia Ezzeroili houdt een dagboek bij over hoe haar gezin de coronatijd doorkomt.

Woensdagavond komt een collega van mijn partner langs om een drankje te doen op het dakterras. We behoren alle drie tot de millennialgeneratie, maar we hebben, in tegenstelling tot andere generatiegenoten, weinig te klagen over onze positie op de arbeidsmarkt. We hebben een vast contract, mijn partner is zelfs mede-eigenaar van een advocatenkantoor en onze sectoren zijn vooralsnog niet zwaar geraakt door de coronacrisis. 

Maar dan bewijst de collega, die onrustig op zijn benen staat omdat hij al de hele dag heeft gezeten, waarom essays als Generation Wuss van Bret Easton Ellis worden geschreven.

‘Waarom moet dit onze generatie weer overkomen?’, verzucht de collega, die in hartje Amsterdam woont en een graag geziene gast is in de media. 

Mijn partner en ik kijken hem even aan. Meent hij dit? Ja, hij meent het. ‘Wat is onze generatie overkomen dan?’, vraagt mijn partner. ‘Nou, 9/11 bijvoorbeeld’, antwoordt de collega.

We rollen, van het lachen, bijna van ons picknicktafelbankje af. ‘Hoe heeft 9/11 jou in godsnaam geraakt?’, schatert mijn partner. ‘Dat zal ik jullie vertellen’, zegt hij verontwaardigd, met zijn handen in de zakken, ‘we leven nu dus in een surveillance-samenleving.’

Hij is een gouden kerel en vindt zich zelf een kei van een strafrechtadvocaat, maar een rechter had hem een draai om zijn oren gegeven als hij met dit pleidooi zou durven aankomen.

Dit is trouwens het tweede bezoek dat we op ons dakterras ontvangen. Het scheelt dat de collega het coronavirus waarschijnlijk al heeft gehad, want toen het land grotendeels op slot ging, kwam hij doodziek terug van vakantie en had hij bijna alle symptomen. Maar het blijft onwennig. Als mijn partner pizza’s bestelt, zie ik dat zijn collega onbewust net iets te dichtbij komt om zijn pizza al tonno op het telefoonschermpje aan te wijzen. ‘Kijk uit’, roep ik streng, ‘dit is geen anderhalve meter meer.’ Hij deinst achteruit.

Het weerzien is knus, en ik merk hoeveel energie het mijn partner en zijn collega geeft, maar ik ben er zelf minder ontspannen onder: ik zit erbij als een kampbewaker die erop toeziet dat iedereen in het gareel blijft. Had ik een twijgje in mijn handen, dan had ik deze avond minstens drie keer uitgehaald naar roekeloze handen die te dichtbij komen. Als dit het ‘nieuwe normaal’ wordt, dan vrees ik voor een duistere ontwikkeling in mijn persoonlijkheid.

Donderdag lees ik dat Amsterdamse scholen opties onderzoeken om te kunnen lesgeven aan halve klassen, mochten de scholen na de meivakantie al dan niet gefaseerd weer opengaan. Mijn hart zakt in elkaar van opluchting. De situatie begint soms tamelijk onhoudbaar te worden, hoe aangenaam we het ook proberen te maken voor de kinderen.

In de zussenapp meldt mijn zus dat haar relatie met haar dochter inmiddels onder druk staat. ‘Ze komt naar me toe voor ‘uitleg’. Maar ze bedoelt: geef me het antwoord.’ Thuis merk ik dat de oudste vaker somber is. En de jongste laat zich steeds meer gelden.

Nu er meer routine is gekomen in onze semiquarantaine, zie ik steeds beter wat het met de kinderen doet om beroofd te zijn van hun sociale behoeften. ‘De kinderen zouden eens coronadagboeken moeten schrijven in kranten’, app ik mijn zus. ‘Om de wereld te laten weten hoe het is om opgesloten te zijn met hun zanikende en saaie ouders.’ Dat zou mooi zijn, reageert mijn zus. ‘En dan publiceren met schrijffouten erin.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden