OpinieVoedselvoorziening

Als de voedselmarkt werkelijk liberaal was geweest, dan zaten we allang aan de gekweekte gehaktballen

De dierlijke voedselproductie wordt kunstmatig in stand gehouden. Politiek beleid moet de markt vrijer laten.

Overheden hebben een flinke vinger in de pap als het gaat om de voedselproductie- en consumptie in de EU. Beeld Marcel van den Bergh

In juli droegen Hidde Boersma en Joris Lohman in de Volkskrant een oplossing aan voor de problemen rond de landbouw: nog meer overheidssteun voor agrarische ondernemers en onverminderde overheidsbemoeienis met wat er gegeten wordt (O&D, 10 juli). Het deed me denken aan de wijsheid van Albert Einstein: problemen lossen we niet op met dezelfde denkwijze die we gebruikten toen we ze creëerden.

Boersma en Lohman stellen dat het Europese gemeenschappelijk landbouwbeleid lang succesvol was vanwege de subsidies die boeren kregen en vanwege de tariefmuur die rond Europa was gebouwd. Door de overheidssteun ontstonden in de jaren zeventig de welbekende melkplassen en boterbergen. Maar toen in de jaren tachtig vanwege de overproductie werd besloten de subsidies af te bouwen, ging het mis, aldus Boersma en Lohman. In hun stuk doen ze alsof landbouwsubsidies niet meer bestaan, maar vooralsnog gaat bijna 40 procent van het totale EU-budget naar de boeren.

Overaanbod en schaarste

 Overheden hebben zodoende nog steeds een flinke vinger in de pap als het gaat om de voedselproductie- en consumptie in de EU. Boersma en Lohman willen dus een nog grotere vinger in de pap. Als het aan hen ligt, laat de overheid Nederlandse boeren voortaan een gefixeerde hoeveelheid melk en vlees produceren. Dit zou dan door de overheid moeten worden opgekocht bij overaanbod en weer op de markt moeten worden gebracht bij schaarste.

Dat is het laatste wat we moeten willen. Overheden bepalen nu al te sterk wat er wordt gegeten en hierin worden niet de meest rationele keuzes gemaakt. Zo heeft de visie van landbouwminister Carola Schouten het veelbelovende kweekvlees parten gespeeld. De eerste kweekvleesproeverij voor publiek zou begin 2018 plaatsvinden in ons land, maar werd door minister Schouten verboden. De gekweekte worstjes en nuggets werden in beslag genomen. 

Just, het Amerikaanse bedrijf achter dit kweekvlees, wilde zich in Nederland vestigen. Het bedrijf had ons land kunnen verrijken met duurzaam financieel en intellectueel kapitaal, maar werd door Schouten weggejaagd. Dankzij een breed aangenomen motie van de VVD moet de minister nu alsnog de obstakels wegnemen die belemmeren dat kweekvlees eerlijk kan concurreren met dierlijk vlees.

Reële kosten

Als de voedselmarkt werkelijk liberaal was geweest, zoals Boersma en Lohman denken, dan zaten we waarschijnlijk allang aan de gekweekte gehaktballen. Er is immers flink wat overheidssteun nodig om de veesector in het zadel te houden: subsidi-ering van veevoer, subsidiëring van maatregelen voor milieu en dierenwelzijn, subsidiëring van reclamecampagnes, het tegengaan en financieel compenseren van schade door dierziekten bij zowel veehouders als burgers (waarbij de getroffen burgers er vergeleken met de veehouders overigens bekaaid vanaf komen), de waterschappen die voorrang geven aan landbouwbelangen, en niet in de laatste plaats een geheel ministerie en aanverwante instanties zoals de WUR en de NVWA die ten dienste staan van de landbouwsector. 

Als al deze kosten voor rekening kwamen van agrarische ondernemers zelf, in plaats van de belastingbetaler, dan hadden we nu ongetwijfeld een efficiëntere, veiligere en duurzamere voedselvoorziening gehad. Dierlijke voedselproductie is, als men de reële kosten onder ogen ziet, niet te betalen. Toch draait de belastingbetaler voor deze kosten op, met dank aan anti-liberale beleidskeuzes en niet op basis van een berekening van de werkelijke kosten en baten.

Het is problematisch dat de markt sinds het landbouwbeleid na de Tweede Wereldoorlog niet optimaal z’n werk heeft kunnen doen. Om wat voorbeelden te noemen: als er in een EU-land minder vlees geconsumeerd wordt, wordt er sinds jaar en dag subsidie verleend voor vleespropaganda om de consumptie te verhogen. Als een innovatieve Nederlandse melkveehouder wil overstappen van maïs voor de koeien naar soja voor sojamelk, dan vervalt subsidie voor die grond. Hier bestaat dus een perverse prikkel om te blijven bij een productiemethode die niet de meest efficiënte en duurzame is.

Kweekvlees en andere veelbelovende innovaties krijgen intussen te maken met een kostbare, anderhalf jaar durende keuring door de Novel Food wetgeving van de EU. Hierdoor ontstaat een ongunstig investeringsklimaat. Voedselinnovaties worden zo eerder afgestoten dan aangetrokken, terwijl we deze goed kunnen gebruiken. Ons voedselsysteem zou een stuk liberaler mogen worden.

Catharina Janga-Hogewoning werkte twaalf jaar op het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedsel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden