ColumnMax Pam

Als de kerk begint over wetenschappelijk bewijs, zijn we ver afgedwaald

Zoals bij iedere stedeling komt ook bij mij met enige regelmaat de gedachte op dat ik eigenlijk op het platteland zou moeten wonen. Je stapt vanuit je bed rechtstreeks de natuur in, waar vlinders fladderen en moerbeien aan de bomen hangen te rijpen. Tijdens de ochtendwandeling springt een forel vrolijk uit de beek en bij het ontbijt eet je een zacht gekookt eitje van je eigen kippen.

Het kwam er nooit van.

Praktische bezwaren wonnen het altijd van de droom. Zelfs een tweede huisje in Frankrijk stuitte op de overweging dat ’s winters het dak wegwaait en er blijkt te zijn ingebroken als je de schade komt opnemen. Sommige stadsbewoners hebben hun verlangen gesublimeerd met het huren van een volkstuin – the poor man’s countryside, die is ontstaan in de tijd dat het socialisme nog het socialisme was en voetbal een tijdverdrijf voor heren.

Toch kijk ik nog altijd uit naar een huisje buiten en zo vond ik paar jaar geleden een boerderij in de gemeente Staphorst, te huur aangeboden door Hendrick de Keyser. Dat is een vereniging die tot monument uitgeroepen panden opknapt en beheert en waarvan ik mijn hele werkzame leven lid ben geweest. Buiten wonen in een monument, dat leek mij de verwezenlijking van twee dromen in één klap. Dus reed ik op de open dag erheen. Onderweg bedacht ik de titel van het boek dat ik daar zou schrijven: Een liberaal in Staphorst. Of was Een atheïst in Staphorst beter? Enfin, dat zouden wij later nog wel zien.

De gerenoveerde boerderij zag er charmant uit. Wel waren de plafonds laag, de ramen klein, waardoor ook overdag de lichten aan moesten. Verder proefde het alsof God uit geldgebrek zijn erfgoed had verkwanseld aan een instelling die het met het menselijk schuldbesef niet zo nauw neemt. In het weiland hief een schijtende koe haar staart, maar ik was nog te stads om dat dichterlijk te vinden. Na de bezichtiging parkeerde ik bij station Staphorst, dat al jaren niet meer in bedrijf is.

Een wandeling door het dorp bevestigde mijn vermoeden dat Staphorst geheel genoeg heeft aan zichzelf. Veel kerken en een enkel café voor stamgasten. Niets was echt mooi, de klompen die tegen de muur van Museum Staphorst stonden opgesteld, buiten beschouwing gelaten.

Afgelopen week kwamen de gelovigen van Staphorst in het nieuws, omdat ze een paar maal met 600 man een kerkdienst hadden bijgewoond zonder mondkapjes te dragen. Volgens de kerk was dat laatste niet nodig, omdat – en ik citeer letterlijk – ‘er geen wetenschappelijk bewijs is over het nut van mondkapjes’. Tsja, als nu zelfs de kerk van Staphorst begint over wetenschappelijk bewijs, dan zijn we wel ver afgedwaald.

Volgens NRC Handelsblad-columnist Rosanne Hertzberger is het juist de standvastigheid en eensgezindheid, waardoor het Staphorster geloof jaloers makend is. Toch vermoed ik dat zij niet in Staphorst wil wonen, zoals ik dat toen ineens niet meer wilde, en zoals Marius niet in Joegoslavië wilde wonen, maar vermoedelijk weet niemand meer wie dat was. Karel van het Reve heeft eens voorgesteld één communistische enclave, zoals Beerta of Finsterwolde, te laten bestaan als een levend museum. Iets dergelijks zou je ook met Staphorst kunnen doen, maar dan moet je die mensen niet op zondag voor de kerk een microfoon onder de neus duwen met een vraag naar het wetenschappelijk bewijs der dingen.

Daarom begrijp ik Hertzberger wel. Nu een dodelijk virus rondwaart, is sociale cohesie misschien even belangrijk als wetenschappelijk onderzoek. Het virus discrimineert naar klassen en groepen, daar is ophef over. Het zet jongeren op tegen ouderen en ouderen tegen jongeren. Wie rijk is, is beter af dan de armen. Dat gold altijd al, maar het virus maakt de verschillen zichtbaarder en pijnlijker.

Leden van hechte gemeenschappen kunnen elkaar hulp en troost bieden en zo overleven, ook al is hun geloof gebaseerd op volkomen irrationele denkbeelden. Ik zag internetfilmpjes van orthodoxe joden in New York, die in veel opzichten te vergelijken zijn met de herstelde of vrijgemaakte gereformeerden uit Staphorst. Verschillende mannen dragen van die kolenkitten op hun hoofd, omdat zij denken dat zij zo veilig zijn wanneer de hemel naar beneden valt. Maar mondkapjes willen ze niet en ze komen met zovelen bij elkaar als zij dat willen. De verbetenheid waarmee zij agenten aanvallen die de gemeentelijke verordeningen willen handhaven, getuigt van innerlijk gelijk dat maar weinigen is gegeven.

Laat die mensen, lijkt in New York heel wat lastiger te bereiken dan in Staphorst. De agent die zo’n kolenkit vol in de maag kreeg, is in termen van besmetting niet te benijden. In het debat ‘waarom zij wel en wij niet?’ ligt daar de grens: maak anderen niet onnodig ziek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden