Column

Als Amanda Gorman Sinterklaas is, dan zijn d’r vertalers in zekere zin d’r Pieten

null Beeld

‘Zegt u het maar hoor’, roept mijn kapster.

‘Tja’, antwoord ik, ‘nou ja, graag hetzelfde als de vorige keer.’

‘Gewoon hier en daar een beetje korter?’

‘Lijkt mij goed ja... Toch?’

‘Anders kies ik wel een plukkie en dan kijken we samen hoe of wat.’ Jet kan griezelig goed mijn kapster nadoen, qua plat-Amsterdams op megafoonsterkte. Met een Purmerends randje, zegt ze zelf.

‘Deze bijvoorbeeld?’, schalt ze. Vanachter mijn linkeroor komt een enorm bosschage tevoorschijn.

‘Ja’, zeg ik blij, ‘die ja. Heel erg graag, zelfs. Maar niet meer dan een centimetertje. En misschien toch die andere schaar?’

‘Nagel?’

‘Nee, hobby. De zware met de kartelrand. Dat het niet te netjes wordt.’

Ik zit voor de vierde keer Chez Jet. Eerst omdat er geen keuze was, ik kon er gewoon niet meer ‘doorheen kijken’, inmiddels omdat ik verontrustend tevreden ben. Steeds als we samen uitgeknipt zijn, zit het beter dan vroeger. Stukken beter. Van echte kappers kom ik al vijftig jaar doodongelukkig thuis. Ik ga van huis als Ron Wood, en wie hebben we daar, Jan Peter Balkenende.

Dankzij de krona besef ik dat gediplomeerde kappers mijn ‘look’ nauwelijks herstelbare schade toebrengen, eigenlijk alsof ze de Amazone ontbossen. ‘Wassen en knippen’ is eigenlijk slash-and-burn, mijn arme hoofd moet steeds opnieuw aanplanten, het is je reinste roofbouw. Mijn thuiskapster trekt er hier en daar een liaan uit, waarna ik optisch ongewijzigd de straat op kan.

Vooralsnog rekent ze niks, ssst, niet over beginnen, maar de kappersbabbel valt me zwaarder. In plaats van of ik nog ‘lekker wegga met de Pasen’, stelt ze moeilijke vragen voor een kapper.

‘En wat vindt u d’r nou van?’ (knip-knip-knip)

‘Euh... Waarvan?’

‘Van mevrouw Rijneveld en die spoken wurt natuurlijk.’

‘Tja’, zeg ik, ‘het zit ingewikkeld in elkaar.’

‘Nou, dat vind ik dus ook. Wel vertalen, niet vertalen, wit, zwart.’ (knip-knip-knip)

‘Nee’, zeg ik.

‘Maar?’ (knip)

‘Nou’, zeg ik. ‘Wat je nergens leest, in de discussie, is dat vertalen ook wel weer een dienstbaar klusje is, eigenlijk. Ik lees Houellebecq, niet Martin de Haan. Vertalen heeft iets... onderdanigs? Je zou kunnen zeggen dat Martin de Haan de schoentjes van Houellebecq zo goed mogelijk poetst.’

Jet kijkt me via de spiegel vragend aan. Zonder accent.

‘Nou ja, hoe zal ik het eens zeggen... als Amanda Gorman Sinterklaas is, dan zijn d’r vertalers in zekere zin d’r Pieten.’

(Knip-knip-knip)

‘Of stel ze is Don Quichot, dan is Rijneveld... Sancho Panza? Hoe kunstig ook, er is sprake van hiërarchie.’

Mijn kapster knikt.

‘Dus eigenlijk vond ik het wel mooi, onze witte sterdichteres op d’r ezeltje. Poetsen maar.’

‘Ik weet niet of veel mensen dat zo zien’, zegt mijn kapster.

‘Daarom zeg ik het.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden