Column Ibtihal Jadib

Als advocaat vroeg ik me af wat erger was voor het slachtoffer: het misdrijf of de vrijspraak?

Beeld Aisha Zeijpveld

Ik zit nóg te smullen van het interviewnummer van dit magazine. Het traditionele kerstnummer is mijn favoriet en blijft steevast lang op de koffietafel liggen om nog eens rustig te herlezen. Het interview dat mij het meest aansprak was dat met oud-strafrechter Frank Wieland. Toen ik werkzaam was als advocaat heb ik me geregeld afgevraagd hoe rechters hun werk ervaren en Mr. Wieland gaf een zeldzaam openhartig inkijkje. Dat werd hem niet door iedereen in dank afgenomen omdat hij onder meer de stelling innam dat de positie van slachtoffers in het strafproces is doorgeschoten. 

Ik was juist blij te lezen dat Wieland woorden gaf aan het ongemakkelijke gevoel dat ik zo vaak in de rechtszaal heb gehad bij slachtoffers. Soms was ik zelf de advocaat van het slachtoffer, meestal stond ik de verdachte bij. In beide gevallen kwam het voor dat ik dacht: Hier wordt het slachtoffer niet beter van. Te vaak heb ik op zitting een slachtofferverklaring aangehoord terwijl ik wist dat de verdachte waarschijnlijk zou worden vrijgesproken. Dan zag ik de betreffende man of vrouw trillend de woorden voorlezen die op een briefje waren gekrabbeld, zichtbaar lijdend onder de spanning. Zo iemand had dan alle moed verzameld om naar de zitting te komen en lang op dat moment moeten wachten, om vervolgens te horen dat dat allemaal voor niets was geweest. Ik vroeg me weleens af wat voor het slachtoffer erger was: het misdrijf zelf of de vrijspraak.

De heftigste ervaring op dit punt had ik in een zaak waarin het ging om een levensdelict. De nabestaanden zaten huilend in de zaal en konden het nauwelijks opbrengen om in één ruimte met de verdachte te zitten. Uit hun indringende slachtofferverklaring kwam duidelijk naar voren dat zij déze verdachte, en niemand anders, verantwoordelijk hielden voor hun verlies. Die verdachte bleef echter bij hoog en bij laag zeggen dat ‘ze’ de verkeerde hadden, ondertussen rammelde de bewijsvoering aan alle kanten. Maar het OM leek geen enkele slag om de arm te hebben gehouden, laat staan dat de nabestaanden waren voorbereid op de vrijspraak die zou volgen. Terwijl ik mijn pleidooi voordroeg, dacht ik: Dit moeten de nabestaanden niet willen horen, dit is leed op leed stapelen. Voor dit soort zaken zou de wet de mogelijkheid moeten bieden om het strafproces uit elkaar te trekken zodat slachtoffers pas in zo’n ellendig proces hoeven te verschijnen als de verdachte schuldig is bevonden. 

Overigens is de ernst van de zaak niet altijd een maatstaf voor de emoties. Zo herinner ik me een slachtoffer dat een enorme schadevergoeding wilde omdat hij zijn vertrouwen in mensen was verloren, op straat steeds achteromkeek, nachtmerries had en bij een psycholoog liep voor traumaverwerking. De zaak draaide om een marktplaats-oplichting van 50 euro. Dit slachtoffer spande weliswaar de kroon, maar overdrijving was beslist geen uitzondering bij de schadevergoedingsverzoeken die ik voorbij heb zien komen.   

Het is goed dat slachtoffers die daadwerkelijk zijn beschadigd een plek hebben gekregen in het strafproces. Maar in veel zaken lijkt de tendens die in de samenleving heerst om in slachtofferschap te vervallen door te klinken. Het is alsof iedereen tegenwoordig boos is omdat er iets is ‘afgepakt’, schreeuwend van onrecht lopen we de straten in om erkenning te krijgen. Geen schadevergoeding is te hoog, geen straf is te lang. Genoegdoening is een schaars goed geworden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden