Alles wordt nieuw

Het was lente en alles werd nieuw toen ’s ochtends even na achten een moeder en een zoontje uit de seniorenflat achter mijn huis de galerij opstapten, waar mijn oude, zieke buurman al klaarstond om de doorgang naar de hal met de lift te versperren.

‘Aha!’, riep hij. De buurman praatte veel harder dan nodig was. Misschien was hij ergens bang voor. Zo klonk het soms. Misschien werden stemmen luider als er weinig naar geluisterd werd of moesten de batterijen van zijn gehoorapparaat worden vervangen. ‘Ga jij naar school?!’, riep hij. ‘Wat? Ja, naar school! Jij gaat naar school!’

Tegen de moeder: ‘Gaat hij naar school?’

‘Nee, niet, niet’, zei de vrouw, zacht en bescheiden. Ook als je nog goede oren had kon je haar bijna niet verstaan. Ze was nieuw. De seniorenflat werd een gewone flat. Er woonden nu ook mensen die op tv eng leken, maar eenmaal in de flat zo snel mogelijk in de armen werden gesloten. Het jongetje betoverde de bewoners. Als het voorbijkwam met een vliegtuigje in de hand ging zelfs in de zuurste spekkopers even een lichtje aan.

‘Aha!’, riep de buurman. ‘Aha! Jij gaat naar een nieuwe school!! Wat mooi! Wat mooi dat jij naar een nieuwe school gaat!’ Hij tapte het jongetje op zijn bol. ‘Vind jij het zelf ook mooi dat jij naar een nieuwe school gaat? Hè, wat?’ Hij boog zich naar het kinderoor. ‘Vind. jij. het. zelf. ook. mooi. dat. jij. naar. een. nieuwe. school. gaat?’

‘Nee, nee’, zei de moeder, nog steeds bescheiden, ‘niet.’ Ze bewoog naar voren om duidelijk te maken dat ze erlangs moest, naar de lift, naar buiten. Er was geen sprake van een nieuwe school, maar wel van een oude, gewone, zijn eigen school. En die begon zo.

De buurman ging iets opzij, maar niet genoeg. Hij legde een hand op zijn borst en riep verbaasd: ‘En wat zie jij er mooi uit!’ Hij bekeek de jongen van top tot teen. ‘Wat een mooie broek! Is dat een nieuwe broek die je aanhebt? Wat? Is. dat. een. nieuwe. broek. die. je. aan. hebt?!’

Tegen de moeder: ‘Is dat een nieuwe broek die hij aanheeft?’

‘Nee, nee,’ zei de moeder. Ze sloeg haar ogen neer, ze bleef geduldig, alsof ze in de buurman berustte, wat knap was, zo snel – ik had er zelf veel langer over gedaan.

‘O’, zei de buurman. ‘O, nee. Dat is geen nieuwe broek.’ Hij deed een stap naar achteren, zijn eigen woning in, en liet de moeder en het jongetje voorbij. ‘Maar het is wel een hele mooie broek! Ja, heel mooi! Je ziet er goed uit! Picobello! Helemaal het heertje!’

De moeder verdween in de hal, het jongetje mocht op het liftknopje drukken. ‘Veel plezier op je nieuwe school, hè!’, riep de buurman ze na. ‘Veel succes!’ Hij wachtte tot de liftdeuren hem van zijn gezelschap hadden gescheiden. ‘Ja, veel succes’, zei hij toen bij zichzelf, heel zacht, zodat niemand het kon horen. ‘Heel veel succes.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.