Opinie

Alles van waarde vertrapt in de modder

Het treurigst aan het stuk van Sander van Walsum over - of liever: tégen - de kunst van Marlene Dumas (Opinie en Debat, 9 september) is de rancuneuze taal waarmee de hedendaagse kunst de laatste jaren steeds vaker wordt geconfronteerd.

De Pelgrim van Marlene Dumas, een schilderij van Osama bin Laden.Beeld anp

Dumas heeft sinds 1993 geen grote overzichtstentoonstelling meer in Nederland gehad. Eén van de laatste grote overzichten van haar werk was in 2008 te zien in Los Angeles en het Museum of Modern Art in New York. De tentoonstelling in het Stedelijk Museum, The Image as Burden, is voor vele in kunst geïnteresseerden dan ook een hoogtepunt, en kennelijk ook voor alle critici.

Van Walsum probeert bij al deze euforie een 'prikkelend' standpunt in te nemen en spreekt daarom van een 'hoogmis die wordt gecelebreerd'. Daar ergert hij zich aan. Laten we gewoon doen, dan doen we al gek genoeg. En dat die schilderijen zo veel kosten, asjemenou!

Al die enthousiaste critici zwatelen er volgens hem bovendien maar op los, nee mensen, laat je niks wijsmaken, allemaal bedrog! En die Marlene Dumas kan zelf ook niet eens schilderen (eigenlijk zou hij moeten schrijven: ze ken niet eens schilderen). Van een 'figuratief schilder' mag je toch verwachten dat de dingen 'kloppen'? Vanwaar dan die rare vlekken in dat schilderij? Het is geeneens net echt.

Provoceren

Van Walsum is denk ik minder naïef dan hij zich voordoet. Hij schrijft dit vast op om eens lekker te provoceren. Hij begrijpt zelf ook wel dat zijn argumenten tegen niet 'kloppende' afbeeldingen de halve schilderkunst van de vorige eeuw afserveren, van Picasso tot Anselm Kiefer, van Baselitz tot Francis Bacon en van Willem de Kooning tot Gerhard Richter.

Van mij hoeft hij het zichzelf niet te gunnen dat geweldige werk van Dumas te bewonderen. Maar als deze waxinelichtgooier van de moderne kunst 'vier matig geschilderde jongens' ziet op een 'echt' plat vlak, verwacht je behalve zo'n mening ook een beetje argumentatie. 'Onderhand', schrijft hij wat verder, 'lijkt het commentaar op het kunstwerk deel uit te maken van het kunstwerk zelf'. Onderhand? Al sinds Marcel Duchamps fietswiel op een kruk (1913) en het befaamde urinoir (1917), en eigenlijk al sinds de romantiek, zijn kunst en reflectie met elkaar verweven. En helaas, het gaat in de kunst ook al heel lang niet meer om louter 'schoonheid'.

Ik weet niet of je kritiek moet hebben op de tactiek van FC Cambuur als je niet begrijpt wat buitenspel is. En al helemaal niet wanneer je met dat onbegrip te koop loopt. In de kunst lijkt me dat niet anders.

Vroeger schreef Sander van Walsum als correspondent in Berlijn mooie stukken voor deze krant. Daar las hij dagelijks bladen als Die Zeit en de Frankfurter Algemeine. Het is mij een raadsel waarom hij zich laat verleiden nu in de Volkskrant zo kinderlijk over kunst te schrijven en daarmee opnieuw munitie te leveren aan het gezonde volksgevoel dat wat niet meteen te begrijpen is het liefst vernielt, en wat van waarde is vertrapt in de modder van dit land.

Maarten Doorman is schrijver, filosoof en criticus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden