Opinie

'Alles mag want het gaat om onze veiligheid? Dat vormt een gevaarlijk hellend vlak'

Aftappen en monitoren zijn instrumenten die met exacte precisie, en alleen op verdenking - dus niet aanwijzing - moeten worden ingezet, reageert Micha Mos op de column van Jean Wagemans.

Beeld afp

In zijn column benoemt Jean Wagemans een aantal onvolkomenheden in mijn verhaal en daagt mij uit om mijn eigen opvattingen te presenteren. Een deel van zijn vormkritiek zal ongetwijfeld hout snijden, maar doet niets af aan de inhoud van mijn verhaal. Toegegeven: het is waardevoller om je eigen mening te presenteren dan die van anderen onderuit te halen. Na een korte reactie op zijn kritiek zal ik dat hier dan ook graag doen.

Volgens Wagemans beschouw ik Jack de Vries' argumentatie onterecht als een cirkelredenering. De Vries zegt: 'Het gaat om onze veiligheid. Als het voor het bewaken van die veiligheid nodig is dat veiligheidsdiensten in het geheim opereren en ons daarbij in de gaten houden, dan zij dat zo.' Wellicht voldoet zijn redenering niet aan de klassieke regels van een cirkelredenering, maar het is zeker niet meer dan het herhalen van zijn eigen mening: 'Onze veiligheid is belangrijker dan onze privacy, dit is een voorbeeld ervan, dus is onze privacy minder belangrijk dan onze veiligheid'. Ik wil graag horen waarom onze veiligheid belangrijker is dan onze privacy.

Hellend vlak
Wagemans noemt daarna mijn voorbeelden van de verworvenheden van de rechtsstaat, waar de 'strijd tegen terreur' aan knabbelt, zoals marteling en opsluiting zonder proces, voorbeelden van een drogredenering: een hellend vlak. Wagemans zal echter nog beter dan ik weten dat een hellend vlak niet altijd een drogredenering is. Wanneer 'het mag want het gaat om onze veiligheid' als argument wordt gebruikt zonder hier verder voorwaarden aan te stellen, dan opent dit inderdaad de deur naar de voorbeelden die ik heb genoemd in mijn stuk in Trouw. Natuurlijk zijn dat extreme voorbeelden, maar ze maken duidelijk wat er zo gevaarlijk is aan zo'n redenering zonder voorwaarden: het vormt een zeer reëel hellend vlak.

Aan het einde van zijn stuk vraagt Wagemans mij, om mijn eigen mening te geven, en dat doe ik natuurlijk graag. Wat betreft de omgang met privacy zijn er regels en afspraken die we moeten instellen en eren. Aftappen en monitoren zijn wat mij betreft instrumenten die met exacte precisie, en alleen op verdenking - dus niet aanwijzing - moeten worden ingezet. De staat zou zich niet op grote schaal data moeten toe-eigenen, een scalpel is in deze context een effectiever wapen dan een schep.

De overheid zou daarnaast duidelijk moeten zijn over een aantal zaken: Wat de instrumenten zijn die zij de geheime diensten toestaat te gebruiken en hoe die gebruikt mogen worden; wat de bewijslast is die noodzakelijk is om tot dit punt te komen; wat het protocol is omtrent (onterecht) verzamelde data; hoe vaak deze instrumenten al zijn gebruikt en - misschien wel het belangrijkst - een resultatenonderzoek naar aanleiding daarvan.

Vals gevoel van veiligheid
Het is maar zeer de vraag of de veiligheid van het land stijgt, wanneer er meer controle wordt uitgevoerd. Het lijkt er op dat dit soort maatregelen wordt doorgevoerd om onszelf een vals gevoel van veiligheid aan te praten: 'als we maar alles hebben geprobeerd, dan kan het niet misgaan. En als het toch misgaat, dan ligt het niet aan ons'. Daarmee laten we een discussie over welke kwaal, welk middel vereist links liggen. Daarnaast is er nog de kwestie van de kwaliteit van de democratie. Privacy is een belangrijk onderwerp dat betrekking heeft op het dagelijks leven van alle burgers. Door de maatregelen op dit gebied geheim te houden, hebben burgers geen invloed meer op waar de grens tussen privacy en veiligheid zou moeten liggen.

We kunnen de staat op twee manieren inrichten. We kunnen hem vragen alles te doen om onze veiligheid te verhogen zonder zijn burgers te vertellen wat dat is. Vervolgens leven we in de angst dat dat niet genoeg is, en in de onzekerheid over wat de staat met die carte blanche zal doen. We kunnen hem ook opdragen te benoemen wat hij doet, te bediscussiëren waar daar grenzen moeten worden aangebracht en te accepteren dat onze veiligheid eindig is. We bedriegen onszelf dan niet langer, en vragen de overheid dat ook niet meer te doen. Ik kies voor die laatste staat.

Micha Mos is raadslid GroenLinks in Amsterdam Centrum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden