Alles is futiel in tijden van corona

Beeld de Volkskrant

Wie zit nog te wachten op praatjes over verpakkingen, misleidende reclameslogans en de obesogene samenleving? In het verleden kreeg ik het nog weleens aan de stok met mensen die mijn stukjes ‘lekker belangrijk’ vonden, want ‘er zijn ergere dingen in de wereld’. Dat vond ik een dooddoener. Want ja, er zijn inderdaad altijd ergere dingen in de wereld en die worden in de krant ook heus wel behandeld. 

Maar we willen toch ook over iets anders lezen? Nu niet meer dus. U niet en ik ook niet. Op verschillende binnen- en buitenlandse sites houd ik de liveblogs over corona bijna van minuut tot minuut bij. Vrienden delen geregeld lange artikelen met grafieken, waarvan de strekking steevast is dat het virus niet moet worden onderschat en dat rigoureuze maatregelen noodzakelijk zijn.

In het gebouw van KRO-NCRV was het afgelopen vrijdag spookachtig leeg. Iedereen die kon thuisblijven, had dat ook gedaan. Het was bemoedigend dat zoveel mensen de oproep tot sociaal isolement hadden opgevolgd, maar het had ook iets griezeligs. Zo’n groot gebouw met zo weinig mensen. Postapocalyptisch, maar dan pre- apocalyptisch. In de kantine mochten niet meer dan 99 mensen tegelijk. Dat was geen probleem, want in het hele gebouw waren misschien maar een man of dertig aanwezig. Hier het spiegelbeeld van hamsteren: de cateraar had normaal voedsel ingekocht, maar er was niemand om het op te eten. Dat zou dus allemaal worden weggegooid.

Deze week was ik bezig met opnamen over een omstreden behandeling voor uiteenlopende aandoeningen als ADHD, autisme, depressie en epilepsie. Hiervoor interviewde ik ook artsen. Zij stonden mij welwillend te woord, maar hadden natuurlijk iets anders aan hun hoofd. Voor en na de gesprekken hadden we het alleen maar over corona. Het onderwerp van deze reportage – mensen in nood tot kostbare en dubieuze behandelingen verleiden – was heus niet onbelangrijk, zoiets moet je als journalist maken. Maar nu ook? Of willen we artsen maar over één ding horen praten?

Dan toch een observatie vanuit mijn futiele universum over corona. Opeens zag ik geregeld reclames voor neussprays, waarin op subtiele wijze een bepaalde afweer tegen virussen werd gesuggereerd. Soms verscheen het woord ‘virus’ enorm groot in beeld. Misschien werden die altijd al zo uitgezonden, geen idee, maar nu vielen ze op. Uiteraard wordt nergens over corona gerept, maar wie wil er nu geen bescherming tegen virussen? Als argeloze consument zou je kunnen denken dat een dagelijkse neusdouche je vrijwaart van covid-19. Dat is onzin.

Fabrikanten zijn vaak heel slim met woorden; ze wekken de indruk dat hun middel ergens tegen helpt, maar ze zeggen het niet. Zo zeggen ze ‘bij verkoudheid’ en niet ‘helpt tegen verkoudheid’. Daar kom je juridisch altijd mee weg. Als je toch een juridische grens overgaat, kom je in de problemen. Zo tikte de Reclame Code Commissie (RCC) vorig jaar Physiomer op de vingers voor een reclame waarin de neusspray Physiomer Normal Jet aanbevolen werd met ‘voorkomt griep en verkoudheid. Klinisch bewezen effectief.’  Omdat de claim niet is gerechtvaardigd dat een product besmetting effectief voorkomt, achtte de RCC de reclame misleidend en oneerlijk.

Denk dus niet dat een simpele spray het antwoord is op corona en houd je aan de voorschriften van het RIVM en de regering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden