Column Max Pam

Alleen met hard werken word je niet rijk, is de levensles

In de gulden tijd dat je met geen cent te makken toch een huis kon kopen, liep ik op een middag zo’n adviesbureau binnen voor al uw financiële zaken. In een witte kamer, waar een Jan Cremer met bloembollenvelden aan de muur hing, werd mij een designstoel toegewezen. Tegenover mij nam een jongere man plaats, die niettemin  zo was me verzekerd  een kei was in hypotheken.

‘U wilt een huis kopen’, zei hij. ‘Wat is de vraagprijs?’

Ik noemde een bedrag in tonnen.

‘En wat is uw eigen vermogen?’, vroeg de jongeman.

‘Nagenoeg nihil’, antwoordde ik zonder met mijn ogen te knipperen.

Een week later lagen er offertes van drie banken en een maand later had ik tegen 100 procent financiering het beoogde huis gekocht, plus dat ik nog een aanvullend potje kreeg om te verbouwen. In het begin was het zwaar. Meer dan de helft van wat ik verdiende, ging op aan de hypotheek. Geld om te sparen voor een pensioen was er niet. Ik ging slechts op vakantie als ik het met werk kon combineren. Toch heb ik nooit spijt gehad. Het huis is nu ten minste vier keer zo veel waard  in euro’s. Het huis is mijn pensioen. Alleen met hard werken word je niet rijk, is de levensles.

In alle opzichten leefde ik boven mijn stand. In mijn buurt was ik de enige armoedzaaier. Daarom ging het mij ook steeds onaangenamer opvallen hoeveel dikke auto’s door de straat reden: Porsches, Audi’s, Range Rovers, het kon niet op. Waar betalen die mensen dat toch van, vroeg ik mij af. Ik schreef er destijds een stukje over (‘Wat doe ik fout?’) dat eindigde met de hartekreet: ‘Prof. Pen help mij!’

Prof. Pen (1921-2010) was een beroemde econoom en tot mijn vreugde ontving ik een met de pen geschreven brief van twee kantjes. ‘Van Jan Pen aan Max Pam’, schreef hij, ‘met zulke namen moet je het kort houden’. Hij had het over erfenissen, zwart geld en leaseauto’s, maar helemaal begrijpen deed hij het ook niet. We moesten ermee leren leven, daar kwam het op neer.

Aan die brief van Pen moest ik weer denken, toen ik het zojuist uitgekomen Global Wealth Report van Credit Suisse probeerde te lezen. Geef mij een schaakprobleem en ik los het op, maar niets is moeilijker dan economische taal te doorgronden. Misschien komt dat omdat economen meer profeten zijn dan wetenschappers. Bovendien heb je verschillende Global Health Rapporten, die allemaal uitgaan van andere data. Ik ben er niet helemaal uitgekomen, maar twee zaken zijn blijven hangen. In de eerste plaats dat Nederland op deze wereldvermogensranglijst in relatief korte tijd is gestegen van de twaalfde naar de vierde plaats  achter Australië, Zwitserland en België.

Hoe kan dat? De oorzaak ligt er niet in dat wij plotseling meer zijn gaan verdienen. Dit jaar krijgen de Nederlandse huishoudens er eindelijk 1,5 procent bij, maar dat zal vrijwel geheel verdampen door de energierekening. Wel zijn wij rijker geworden door hogere huizenprijzen, maar is dat niet zoiets als Sam en Moos die elkaar telkens voor een steeds hogere prijs hetzelfde kastje verkopen? Of wordt Nederland stiekem welvarender door de export van illegale drugs? De miljarden die daarin omgaan, zullen witgewassen zo langzamerhand tot de bovenwereld zijn doorgedrongen.

En dan is er nog iets. Het ‘mediane vermogen per volwassene’ bedraagt in Nederland 114.935 dollar. Daarmee nemen wij in Europa de derde positie in, achter Zwitserland (191.453) en België (163.429). Maar welk land, denkt u, staat in deze lijst bijna onderaan? Mij verbaasde het zeer.

Duitsland!

Het vermogen van de gemiddelde (mediane) Duitser bedraagt: 35.169 dollar, aanzienlijk minder dan dat van de Italiaan (79.239). Zelfs de Griek is rijker (40.789). Terwijl Duitsland toch geacht wordt een steenrijk land te zijn. Waren het niet vooral de Duitsers die bijsprongen, toen Griekenland failliet dreigde te gaan? Angela Merkel werd nog bedankt met een Hitler-snorretje.

Ik maak hieruit op dat in Duitsland een kleine groep bijna al het geld heeft, samen met de overheid. De gewone Duitser daarentegen is arm. Daarin zit hem ook het verschil tussen de noordelijke en zuidelijke landen van Europa. De gemiddelde Italiaan is twee keer zo vermogend als de gemiddelde Duitser, wat mogelijk is omdat Italianen heel slim hun schulden bij de overheid en elders hebben geparkeerd. Kijk er dus niet van op dat veel individuele Italianen een rijkgevulde beurs bezitten, die altijd opengaat voor lekker eten en het goede leven. Alleen kun je daar maar beter niet over een oude brug rijden.

Niettemin sta ik voor een dilemma: zal ik mijn huis verkopen en naar Toscane verhuizen? Prof. Pen, als u me hoort, help mij!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden