Column Max Pam

Alleen in Italië is ook al het lelijke mooi

Vrijwel achter elkaar zag ik twee Hollywoodproducties, die meer dan drie uur duurden: Le Mans ’66 van James Mangold en The Irishman van Martin Scorsese. De eerste film gaat over de strijd tussen Ford en Ferrari aan de hand van de 24-uursrace van Le Mans. De tweede film speelt in de gangsterwereld van Pennsylvania, waar de maffia greep weet te krijgen op de beruchte vakbondsleider Jimmy Hoffa. In 1975 verdween Hoffa spoorloos, vrijwel zeker is hij vermoord.

Wat opviel in beide films is dat de Italianen worden afgeschilderd als het meest criminele volk ter wereld. Weliswaar speelt in The Irishman een Amerikaanse Ier de hoofdrol (Robert de Niro), maar die is wel in 1943 met de geallieerde troepen geland op Sicilië, waar hem de kneepjes van het criminele vak zijn bijgebracht. Voor een misdaadfilm is de combinatie Iers-Italiaans natuurlijk ideaal. Vreemd eigenlijk dat wat mij betreft Italië en Ierland landschappelijk bezien de twee mooiste landen zijn van Europa.

Ook in Le Mans ’66 komen de Italianen er bepaald niet goed vanaf. In de jaren zestig besloot Ford zichzelf van zijn suffige imago te verlossen door te gaan racen. Eerst probeerde Henry Ford II eenvoudig Enzo Ferrari op te kopen, maar de laatste wist de Amerikanen listig om de tuin te leiden – althans volgens de film – en vond aansluiting bij Agnelli van Fiat. In het vervolg wordt de oude Enzo steeds afgebeeld als de godfather, die niet vies was van een gemenigheidje. In hoeverre de film overeenkomt met de historische werkelijkheid, durf ik niet te zeggen, maar in zijn memoires – ooit in vertaling uitgegeven met een voorwoord van de toenmalige directeur van het Zandvoordse circuit Hans Hugenholtz – schildert Ferrari zichzelf af als een eerlijk iemand die uit een armoedig gezin komt. Door zijn vader zou Enzo tot studie zijn gedwongen om het vak van ingenieur te leren.

In de film zijn de Amerikaanse coureurs de helden – uiteraard – maar Henry Ford II wordt afgebeeld als bullebak met ja-knikkers om zich heen. Ook bij hem lijkt het historisch maar half te kloppen. Zo wijst Ford trots op zijn fabrieken, waaruit ook de tanks zijn gerold die in Europa mee hebben geholpen om de nazi’s te verslaan, zonder dat erbij wordt vermeld dat in de Ford-dynastie een grote bewondering leefde voor Hitler.

Wie er op let, ziet steeds dat een verbinding wordt gelegd tussen slechtheid en schoonheid. Als de racewagens van beide merken het circuit van Le Mans op worden geduwd, zegt een mecanicien: ‘Als het om schoonheid gaat, hebben wij de race nu al verloren’. Italië mag een land zijn waar misdaad welig tiert, maar tevens voldoet daar alles aan esthetische normen. Of zoals de vergeten Nederlandse schrijver Jan Greshoff (1888-1971) zei: ‘In Italië en daar alleen is het lelijke mooi’.

Dat geldt zeker ook voor The Irishman, een prachtige film over louter slechte mensen. Voor de pauze duurt het misschien iets te lang, maar de tweede helft vergoedt alles. Werkelijk ieder personage is verdorven en slecht. Doorgaans zit in dit soort misdaadfilms altijd wel een meisje dat de zuiverheid en waarheid symboliseert. Dit keer treedt zij pas helemaal aan het eind op, in de persoon van de dochter die niet meer met haar vader wil spreken. Zoals in bijna elke Scorsese-film is er ook een priester, die de biecht afneemt. Maar zelfs hij bagatelliseert het slechte. Als jij nou maar je zonden belijdt, dan neemt God (of zijn Zoon) die wel op zich. Die gemakkelijkheid gaat zelfs de gangster te ver.

Misdaad fascineert ons en spreekt tot de verbeelding. Het nazisme heeft voor een deel zijn succes daaraan te danken. Zodra de verbeelding wordt aangesproken, kunnen wij iets mooi gaan vinden. De Franse filosoof Louis Althusser, die zijn eigen vrouw wurgde, heeft – weinig succesvol – getracht erover te schrijven.

Intussen heeft Steven Spielberg de Netflix-serie Why We Hate gemaakt. In DWDD zei Rutger Bregman daarover dat afstand tussen mensen haat kan voeden en dat mensen pas begrip voor elkaar krijgen, wanneer je ze bij elkaar brengt. Dat lijkt weer zo’n typische antropologische Bregman-wijsheid, die eenvoudig is te falsificeren. Vraag een advocaat wanneer mensen elkaar het meest gaan haten. Hij (of zij) zal antwoorden dat volgens de praktijk echte vurige haat vooral optreedt bij echtscheidingen en verdeling van erfenissen. Kortom, bij mensen die elkaar vaak al jaren kennen.

Bij agressie en misdadigheid speelt naar mijn idee totale onverschilligheid jegens de slachtoffers een veel grotere rol dan haat. Dat zie je ook in The Irishman. Familieleden van de gangsters die het onder hun ogen zien gebeuren, wenden zich af en doen net of zij er niets mee te maken hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden