column Aleid truijens

Alleen bij mijn moeder was ik nog iemands kind

Volwassenen die goed bij hun hoofd zijn worden maar in één geval 'kind' genoemd: als hun ouders doodgaan. Mijn moeder is dood en nu zijn mijn broers en ik weer 'de kinderen'.

Alleen bij mijn moeder was ik nog iemands kind. 'Doe je voorzichtig?', vroeg ze als ik wegfietste. 'Is er wat gebeurd?', als ik even mijn wenkbrauwen fronste. Zo ging het op mijn tiende, mijn twintigste, mijn vijftigste. Niemand die mij zo goed kende, niemand die zo goed kon troosten. Alleen bij haar kon ik straffeloos onaardig, laf of chagrijnig zijn. Je moeder houdt toch wel van je.

Mijn moeder had een groot talent voor moederschap. Wij bewogen als poppetjes aan haar draden. Ze wist alles. Dat ik snoep op haar rekening kocht bij buurtwinkeliers, dat ik spijbelde. Dat ik stiekem rookte, dronk en de pil slikte, dat er een vriendje mee de trap op sloop.

Ze was nogal lui, dat was leuk aan haar. Ze stond niet, zoals het hoorde, om zeven uur op om ontbijt te maken. Mijn broers, vader en ik aten onze boterhammetjes in de nog nachtelijke huiskamer, terwijl een huisvrouw op de radio vroeg: 'Tsja tsja tsja groenteman, wat zullen we eten?' Dat vroeg míjn moeder zich pas uren later af.

Ze lag op de bank en vaardigde vriendelijke bevelen uit. Op vrijwel alle foto's ligt ze gestrekt met een boek. In de vakantie verruilde ze de bank voor een stretcher. Aan wandelen en zwemmen had ze een bloedhekel, aan wassen en strijken evenzeer. Maar iedereen mocht altijd mee-eten en tot diep in de nacht komen drinken. Zij bezorgde mij een feestelijke jeugd.

Lang heb ik gedacht dat moeders de baas waren in de wereld. Vaders hadden weinig in te brengen. Vaders vertrokken in alle vroegte, als de moeders zich nog eens lekker omdraaiden, met een pakje brood tussen de snelbinders naar een plaats die Het Kantoor heette. Dat moest een enorm gebouw zijn, dat alle vaders kon herbergen. Die liepen daar zorgelijk rond met een potlood achter hun oor. Ze deden er saaie dingen met rekenmachines en carbonvellen. Ze kregen er kringen van onder hun ogen; ze zuchtten als het weekend voorbij was. Vaders kon je akelige klusjes opdragen, zoals een schuldeiser bellen, of een boze rector. Ze deden het ook nog, de sukkels, na uitgebreide instructie.

Later heb ik die theorie over de almachtige heerseressen moeten bijstellen. Natuurlijk had mijn moeder, met haar talenten, kunnen studeren en een leuke baan kunnen hebben, net als ik. 'Mag ik na school naar oma?', vroeg mijn dochter elke ochtend hoopvol. Want oma kon wél poppenkleertjes naaien, koekjes bakken en urenlang puzzeltjes maken. Oma had geen deadlines. Zij was kampioen moederschap, ik een matige leerling-moeder, een schippermoeder. Alle winst is ook verlies.

Moederliefde kent geen voorwaarden en geen bedrog. Althans, in het beste geval. Mijn moeder was het beste geval. Het is leeg zonder haar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden