Column Aaf Brandt Corstius

Alle soldaten lachten in dit museum, maar dat is natuurlijk toch een beetje problematisch

Als je, zoals ik, denkt dat je heel erg voor vrede bent, kun je misschien beter niet naar het Nationaal Militair Museum in Soest gaan. We waren amper binnen – we waren zelfs nog buiten, en keken door de indrukwekkende hoge ramen van het gigantische gebouw, waar gevechtsvliegtuigen en helikopters aan stalen kabels hingen, en ik was al een en al ‘whoooo’ en ‘whaaaaaa’ en ‘kijkkkkkk’.

Ik was met mijn zoon op stap, dus misschien was mijn testosteronniveau wat hoger dan normaal, maar ik kon er niets aan doen: ik vond het meteen een heerlijk museum. Al die glimmende wapens op een rij, kanonnen, gasmaskers. Misschien – maar misschien zeg ik dit alleen om me in te dekken – had het te maken met het feit dat het allemaal zo ordelijk was opgesteld, zo mooi opgeverfd, zo perfect gerestaureerd. Daar zijn militairen natuurlijk heel goed in, dacht ik (alsof alle mensen die bij dit museum werken, militairen zijn). Dingen netjes neerzetten. Dat weet ik uit films over soldaten, waarin ze altijd honderd keer moeten opdrukken en hun uniform heel netjes moeten opvouwen.

Pas na twee dagen verwerken wat ik had gezien in het museum, en mezelf tot de orde roepen (‘Je wilt nu toch niet ineens bij het leger?’ ‘Nee, nee, natuurlijk niet’) besefte ik wat ik níét had gezien in het museum. Foto’s van dode mensen. Van gewonden, van graven, van geamputeerden – die hingen er niet, of ze hingen in een speciaal zaaltje dat we over het hoofd gezien hadden.

Het was alleen maar de glimmende kant van oorlog, en prachtige oude vliegtuigen die ‘Ouwe Lobbes’ heetten.

Toen we in het museumcafé zaten te lunchen, zei mijn zoon over de zwart-witfoto’s van etende soldaten aan de muur: ‘Ze lachen allemaal op die foto’s.’ ‘Tja, in een oorlog wordt er ook weleens gelachen,’ zei ik dommig. Maar hij had een punt. Dit museum was mooi, en leuk, en alle soldaten lachten, en dat was natuurlijk toch een beetje problematisch.

Na de lunch gingen we naar buiten, waar je in een minitank over de duinen kon rijden. Een oude militair (vermoedde ik) legde mijn zoon en een paar andere kinderen streng maar sympathiek uit hoe je een tank moest besturen. ‘En nou moet je even in mijn OGEN KIJKEN want dan begrijp je mijn UITLEG BETER. Even laten VIEREN en dan ga je naar links, even laten VIEREN en dan ga je naar rechts’ – en daar gingen ze, in hun tankjes de zandberg af.

Mijn zoon was duidelijk diep onder de indruk van die man, en ik ook, want we hadden allebei heel gedwee in zijn ogen gekeken. Dit was precies genoeg militaire opleiding, dacht ik zo, en ik nam mijn kind weer mee naar huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.