Column Heleen Mees

Alle ogen zijn gericht op het Brexitdrama, maar in de VS voltrekt zich ook een constitutionele crisis

In beslag genomen door het Brexitdrama, ­lijken weinig mensen in Nederland door te hebben hoe penibel de positie van de Amerikaanse president de afgelopen weken is geworden. Met een zeven pagina’s tellende brief aan het Amerikaanse Congres heeft een anonieme klokkenluider meer bereikt dan speciaal aanklager Robert Mueller met zijn twee jaar durende onderzoek naar een mogelijke samenzwering tussen de campagne van Trump en het Rusland van president Vladimir Poetin. Mueller had geen bewijs voor een quid pro quo (‘voor wat hoort wat’) gevonden.

De aanleiding was een telefoongesprek op 25 juli tussen president Trump en de zojuist gekozen Oekraïense president Zelensky. Als een ware Don Corleone prentte Trump de voormalige tv-ster in hoe goed de Amerikanen wel niet voor Oekraïne zijn geweest: ‘Heel goed. Geen ander land heeft zo veel voor jullie gedaan als wij. Maar weet je wat? Ik zie niet veel wederkerigheid.’ Zonder omwegen vraagt Trump Zelensky vervolgens een gunst, namelijk het opgraven van ‘dirt’ over zijn politieke tegenstander Joe Biden, door een corruptieonderzoek te beginnen naar het energiebedrijf Burisma waar de zoon van Biden voor de lieve som van 50 duizend dollar per maand in de raad van commissarissen zat.

Op basis van het gespreksverslag leek het aanvankelijk alsof de ‘quo’ tussen Trump en Zelensky slechts bestond uit een door Zelensky felbegeerd bezoek aan het Witte Huis. Maar uit tekstberichten van de Amerikaanse ambassadeur voor Oekraïne, Bill Taylor, blijkt dat ‘quo’ uit veel meer bestond. ‘Zeggen we nu dat de financiële steun en een ontmoeting (in het Witte Huis) afhankelijk zijn van die onderzoeken?’, vroeg Taylor aan zijn evenknie in Brussel, Gordon Sondland. Taylor voegde er vervolgens aan toe: ‘Ik denk dat het belachelijk is financiële steun tegen te houden omwille van hulp bij een politieke campagne.’ Taylor wordt vandaag op Capitol Hill achter gesloten deuren verhoord.

De financiële steun aan Oekraïne was reeds goedgekeurd door het Amerikaanse Congres. Het Witte Huis gaf het ministerie van Buitenlandse Zaken in juli van dit jaar niettemin opdracht de uitbetaling tegen te houden totdat Zelensky publiekelijk een corruptieonderzoek naar het energiebedrijf Burisma had aangekondigd. Daarmee wilde Trump niet alleen zijn eigen politieke campagne helpen, maar ook zijn grote vriend Poetin. Het geld was namelijk bedoeld voor de verdediging van Oekraïne tegen zijn agressieve buur. Trumps stafchef, Mike Mulvaney, gaf vorige week in een persconferentie plompverloren toe dat er inderdaad sprake was van een quid pro quo.

Het Witte Huis heeft (oud-)medewerkers verboden gehoor te geven aan een oproep van het Huis van Afgevaardigden te komen getuigen. De getuigen worden om die reden formeel gedagvaard – tot nu toe kwamen ze allemaal opdagen. Maar het Witte Huis weigert de stukken te overleggen die het Congres ook heeft gedagvaard. Daardoor is de grootste constitutionele crisis ontstaan sinds president Nixon weigerde de geluidsopnames in het Witte Huis aan het Amerikaanse Congres te geven voor het onderzoek naar de Watergate-affaire.

De constitutionele crisis in Amerika doet niet onder voor die in het Verenigd Koninkrijk waar premier Boris Johnson koningin Elizabeth vroeg het parlement langer te schorsen zodat hij ongestoord zijn gang kon gaan met de Brexit. Dat de crises zich vrijwel gelijktijdig voltrekken is geen toeval. Minachting voor de rechtsstaat is ingebakken in Trumps en Johnsons ‘het doel heiligt de middelen’-benadering van de politiek. Trump heeft een burgeroorlog voorspeld als het Huis van Afgevaardigden een afzettingsprocedure tegen hem zou beginnen. Ook heeft hij geïnsinueerd dat de klokkenluider in de Oekraïense zaak moet worden opgehangen omdat het een spion is.

Trump noch Johnson nemen het nauw met de wet. Trump zei tijdens de verkiezingscampagne dat hij iemand kan doodschieten op Fifth Avenue en toch president worden. Beiden rechtvaardigen hun minachting voor de rechtsstaat met een beroep op het mandaat dat ze hebben van het volk en het argument dat ze het moeten opnemen tegen een corrupte politieke elite die alleen het eigenbelang najaagt. Wat Johnson van Trump onderscheidt, is dat hij nog niet de verdenking op zich heeft geladen een Russische agent te zijn.

Zoals Nancy Pelosi, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, zei na een overleg met Trump over de ­terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Noord-Syrië: bij Trump leiden alle wegen naar Rusland.

Heleen Mees is econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden