ColumnAaf Brandt Corstius

Alle conversaties over de gamewereld eindigen met de mededeling ‘gewoon’

Mijn zoon van 10 gaat nog wel naar evenementen. Een paar weken geleden ging hij naar een concert van Travis Scott, met tienduizenden anderen, en maandag zou hij naar Doomsday gaan. Iedereen had zijn mythische wapens mee.

Die evenementen vinden niet plaats in de echte wereld, maar op een plek waar er nooit een kledder snot in je gezicht kan vliegen: de gamewereld. Daar kunnen we met oude mensen wel geringschattend over doen, maar ik wil wedden dat het niet lang meer duurt of we zitten allemaal met onze neus in een scherm en dansen om een virtueel podium heen waar dan, bijvoorbeeld, Nick en Simon optreden.

Het spel Fortnite organiseert die evenementen, en mijn zoon verheugt zich er dagenlang op. Ik moet zeggen dat ik me er in het geval van het liveconcert van een geanimeerde Travis Scott ook een beetje op verheugde; het concert viel midden in de lockdown en het spannendst wat ik op een dag beleefde, was een papieren beker koffie afhalen.

Als er dan een wereldster optreedt, al is het op een scherm, al is hij geanimeerd en al heb je niks met zijn muziek, wil je er toch bij zijn. Ik keek vijf minuten mee. Na het evenement deed mijn zoon verslag. ‘Iedereen had zijn wapens bij het podium neergegooid’, zei hij gelukzalig. Die postfestivalsfeer, van duizenden verpletterde plastic bierbekers en platgestampte frietjes op de grond, klonk erin door.

Maandag was er weer een evenement: Doomsday, of in de woorden van Fortnite: het epische live-event Doomsday. Mijn zoon had van tevoren al gehoord wat er zou gaan gebeuren. ‘Ze gaan de map onder water zetten.’ ‘Hoe weet je dat?’ ‘Heb ik gehoord.’ ‘Van wie?’ ‘Gewoon.’

Ik probeer in de gamewereld door te dringen, maar het lukt niet, omdat alle conversaties eindigen met de mededeling ‘gewoon’.

Machteloos zat mijn kind achter zijn scherm, zijn controller in zijn handen. Hij kwam niet in het event, dat overspoeld was door de hoeveelheid jongens, mannen en vast een enkele vrouw-achtige die wilden zien hoe de map onder water kwam te staan. Doomsday was vol, twitterde Fortnite. De servers konden het niet aan. ­Niemand paste er meer bij.

Dat kan dus ook. Dat iets wat niet echt is, vol zit. Je moet altijd schaarste creëren, dus het leek me gunstig voor Fortnite. Al was het voor mijn zoon verschrikkelijk.

Hij deed wat je dan doet: via een livestream op YouTube kijken hoe een pastakleurige professionele gamer wél deelnam aan Doomsday.

‘Doomsday viel me toch een beetje tegen’, zei mijn zoon toen het voorbij was. Het is in het ­virtuele leven net als in het echte leven: als je ­ergens niet aan kunt meedoen, was het achteraf ook niet de moeite waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden