Column Rob Vreeken

Algerije en de lessen van de Arabische lente

Déjà vu in Algiers. Het protest in Algerije roept herinneringen op aan de volksopstanden van 2011 elders in Noord-Afrika. Omdat ik daar met mijn neus bovenop stond, wil ik een poging doen tot vergelijkend warenonderzoek. Wat zijn de verschillen? Wat de overeenkomsten?

Libië is ongetwijfeld het apartste geval. Kadhafi liet een natie zonder staat achter. Hij bepaalde alles, zwaaiend met zijn bespottelijke Groene Boek. Wat er aan overheid bestond was, afgezien van de oliesector, te zwak om zonder de aanwijzingen van Broeder Leider te functioneren. Zijn leger verkruimelde vanzelf toen het eenmaal door de opstandelingen – met hulp van de NAVO – was verslagen.

Libië moest bij nul beginnen. Terwijl in Tunesië en Egypte iedereen desgevraagd een mening had over verkiezingen of over de grondwet, keken veel Libiërs me met glazige blik aan: waar hééft die vent het over? De maagdelijkheid van de revolutie had iets moois. De Libiërs zouden iets nieuws kunnen opbouwen, onbelast door het verleden.

Helaas liep het fout. Dat kwam doordat de macht uit de loop van een geweer kwam: milities werden de baas. De stoere jongens met hun testosteron en hun schietspeelgoed verknalden de boel en maatschappelijke krachten die dat hadden kunnen voorkomen, bestonden simpelweg niet.

Egypte was het volstrekte tegendeel. De Egyptische omwenteling bezweek juist onder de ballast van het verleden. Het ancien régime – het leger, de zakenelite – had te veel belang bij de status quo om toe te staan dat er echt iets zou veranderen.

Het maatschappelijk middenveld was te zwak om tegenwicht te bieden. Toen ik in mei 2011 in Caïro het hoofdkantoor van de jongerenbeweging 6 April bezocht, trof ik geen zinderende control room aan, maar een uitgewoonde studentenflat waarvan na vijf keer bellen de deur werd geopend door een net uit zijn kater ontwaakte jongeman in een T-shirt met gebalde vuist.

In het links-liberale kamp vierde politiek analfabetisme hoogtij. Zo lag het veld open voor een andere dinosaurus, de Moslimbroeders. Zij waren echter zozeer door de macht verblind, dat het leger ze makkelijk opzij kon zetten.

Algiers, 13 maart. Algerijnse docenten demonstreren tegen president Abdelaziz Bouteflika. Beeld EPA

In Tunesië, de enige bloem van de Arabische lente, schoot de democratie wel wortel. Hier waren de islamisten gematigd en redelijk. Het Tunesische leger heeft zich altijd buiten de politiek gehouden. Maar wat Tunesië vooral mee had: een levendige civil society. De vakcentrale UGTT, de werkgevers, de advocatenorde, vrouwengroepen en andere ngo’s mobiliseerden hun achterban, telkens wanneer de democratische transitie spaak dreigde te lopen.

En dan nu Algerije. Laten we het lijstje afgaan.

• Een tabula rasa, zoals in Libië? Niet aan de orde. Net als Egypte heeft Algerije veel historische bagage. Het bouwwerk van le pouvoir is intact. De Algerijnen zijn realistisch genoeg om te beseffen dat dit niet zomaar zal veranderen.

• Het leger is oppermachtig en op de achtergrond volop politiek betrokken, zoals in Egypte. Dat zal zo blijven.

• De islamisten vormen, anders dan in Egypte, geen gevaar. Ze zijn braaf en niet erg omvangrijk.

• Economisch doet Algerije het beter dan Tunesië en Egypte. Het land heeft gas en olie. Dat kan een vloek zijn, maar ook een zegen.

• De hamvraag, wellicht: wat kunnen we verwachten van de civil society in Algerije? Veel, zegt de Britse socioloog Jessica Northey, die vorig jaar het boek Civil Society in Algeria publiceerde. De burgermaatschappij is volgens haar zelfs ‘veel sterker’ dan die in Tunesië. Onder president Bouteflika bestond meer vrijheid van organisatie dan onder de Tunesische dictator Ben Ali. Er zijn 93 duizend ngo’s, werkzaam op tal van gebieden, van sport tot milieu, van armenzorg tot mensenrechten. ‘Ze zijn niet afhankelijk van de staat of van donoren.’

Dat geeft de burger moed. Ik zet mijn dinars in op een geweldloze hink-stap-sprong naar iets meer democratie. Geen Libië, geen Egypte. Hopelijk een beetje Tunesië.

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.