Column

Aleksijevitsj luistert, bouwt en gaat dan schrijven

Aleksijevitsj heeft zichzelf beschreven als 'een oor, niet een pen'. Ze luistert en bouwt een verhaal, alvorens het op te schrijven.

Svetlana Aleksijevitsj Beeld afp

Het was 1985 en de sfeer van verandering hing in de lucht. Oude partijleiders vielen om bij bosjes. Elem Klimovs cinematografische magnum opus Idi i smotri ('Kom en zie') liet de Tweede Wereldoorlog zien zonder de heldendaden waarmee we waren grootgebracht en richtte zich in plaats daarvan op het menselijke lijden. Klimovs benadering was een echo van wat Svetlana Aleksijevitsj - die dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur heeft gewonnen - liet zien in haar eerste boek U voiny ne zjenskoje litso (in Duitsland uitgegeven als Der Krieg hat kein weibliches Gesicht), dat een jaar eerder verscheen.

Maar waar velen zich naar de bioscoop haastten om Klimovs film te zien, leek Aleksijevitsj' boek weinigen te interesseren. De Sovjet-Unie, zogenaamd progressief, bleef geworteld in het patriarchaat. Vrouwen hadden banen, maar zelden carrières. Vrouwelijke schrijvers schreven uitstekende poëzie en proza en werden officieel erkend als de gelijken (nou, bijna) van hun mannelijke collega's, maar ze bleven weg van bepaalde onderwerpen - en oorlog, dat was een mannenzaak. Dus begint Aleksijevitsj het boek aldus: 'Er waren al meer dan drieduizend oorlogen geweest in de wereld, en nog meer boeken. Maar alles wat we wisten over oorlog is wat mannen ons verteld hadden.'

En mannen vertelden ons veel. Ik had al zoveel over de oorlog gehoord dat ik, toen Aleksijevitsj' boek verscheen, weinig behoefte had er nog meer over te horen. Maar tien jaar later lag het anders. Amerika was in de ban van genderpolitiek en als graduate student schaamde ik me om achter te lopen. Dus las ik eindelijk haar eerste boek.

Tot mijn verrassing leerde ik veel over de emoties die mijn eigen familieleden doorleefden tijdens de oorlog. Zo had mijn grootmoeder het vaak herhaalde mannenverhaal verteld, haar eigen ervaring compleet negerend. Maar die deed er ook toe en Aleksijevitsj erkende dat. Ik raakte zo geïnspireerd door haar boek dat ik een paar jaar geleden mijn eigen boek schreef over de taaiheid van de vrouwen in mijn familie in de door oorlog verwoeste Sovjet-Unie.

Andere boeken van Aleksijevitsj waren al net zo inspirerend. Tsinkovyje Maltsjiki (Zinkjungen. Afghanistan und die Folgen, 1991) sprak over het verre gevecht dat de Russische cultuur en humaniteit erodeerde, terwijl Wij houden van Tsjernobyl (in Nederland in 2006 uitgegeven, niet langer leverbaar) mediteerde over de mondiale betekenis van de nucleaire ramp. De publieke reactie was gemengd: noch de staat noch het volk wist wat ze van deze onderwerpen moest denken - de een over een verloren oorlog, de ander over een onbegrijpelijke catastrofe.

Aleksijevitsj heeft zichzelf beschreven als 'een oor, niet een pen'. Ze luistert en bouwt een verhaal, alvorens het op te schrijven. Haar talent is om het private publiek te maken, om de gedachten bloot te leggen die mensen bang zijn om te denken.

Eerlijk, moedig en verdrietig, Aleksijevitsj' boeken - die verhalen bevatten waarin het leven, gebroken en gestolen, erger is dan de dood - tonen hoe een vrouwelijk perspectief wereldproblemen kan humaniseren en voor eenieder begrijpelijk kan maken.

In zekere zin is haar literaire bijdrage, die het Nobelcomité 'een monument voor het lijden en de moed in onze tijd' noemde, gelijk aan die van de Oostenrijkse boek- en toneelschrijfster Elfriede Jelinek, die in 2004 door het Nobelcomité werd geëerd om haar feministische kritiek op het Oostenrijkse naziverleden en het patriarchale heden.

Interessant is dat Nobelprijzen vaker worden toegekend aan vrouwen. In 1991 was Nadine Gordimer de eerste vrouw in meer dan een kwart eeuw die de literatuurprijs won; nu winnen vrouwen elke twee, drie jaar. Sterker, deze zomer werd de schrijfster en literatuurcritica Sarah Danius als eerste vrouw in tweehonderd jaar permanent secretaris van de Zweedse Academie, die de Nobelprijs voor Literatuur uitreikt.

Maar de patriarchale cultuur waaruit Aleksijevitsj voortkomt, is nog lang niet dood. Erkenning voor de manier waarop ze het denken van mensen over moeilijke - en historisch masculiene - onderwerpen heeft verrijkt, kan alleen maar goed zijn, niet alleen voor de vrouwen die ze inspireert, maar ook voor de mannen die ze beïnvloedt.

Ik heb net Aleksijevitsj' meest ontzettende meesterwerk gelezen, Het einde van de Rode Mens, een meedogenloos relaas van het chaotische Russische kapitalisme van de jaren negentig. Ze werkt aan twee nieuwe boeken - een over liefde, en een over ouder worden. Ik wil ze geen van beide lezen, maar zal toch weer bezwijken.

Nina Chroetsjova is hoogleraar internationale betrekkingen aan The New School in New York.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden