Column Jasper van Kuijk

Al wekenlang zijn we dingen aan het regelen. Het is op. Waarom doen we dit eigenlijk? 

En ineens sta ik naar Ems te snauwen. Ze had op school Zevens gymspullen omgewisseld voor een warmer setje, omdat het weer is omgeslagen. Dus nadat ik Drie naar de förskola had gebracht ben ik even de klas ingelopen om dat aan Zeven uit te leggen. Na school bleek dat hij van mijn uitleg pas echt in de war was geraakt en daar begint Ems nu over. En ik kan alleen maar denken: nou én. En dat zeg ik ook. Ik roep het. NOU ÉN. Hard.

Ems kijkt me met een opgetrokken wenkbrauw aan. ‘Ik weet niet wat jij aan het doen bent, maar ik ga douchen en dan naar bed. Is misschien ook iets voor jou?’

Maar ik heb een column die af moet. Dat wilde ik eigenlijk overdag al doen, maar toen moesten we naar de stad, drie kwartier verderop. We hebben op miraculeuze wijze al na drie weken onze persoonsnummers gekregen – dank u wel o Scandinavische god van de ambtelijke processen – maar dat betekent ook dat het administratieve circus nu echt goed is losgebarsten. Vorige week zijn we naar de stad gereden om een ID-kaart en bankrekening aan te vragen, vandaag hebben we de kaart opgehaald en daarmee dan weer de bankrekening geactiveerd. En díé hebben we dan weer nodig voor onze verzekeringen. Het is alsof iemand met sadistisch genoegen een eindeloze rij van die luikjes waar in Chinese afhaalrestaurants het eten uit komt achter elkaar heeft gemonteerd. Steeds is er weer een nieuw luikje.

Vaak is het niet eens het geregel zelf dat frustrerend is, maar vooral het duidelijk krijgen wát je dan moet regelen en de onzekerheid of je wel het juiste aan het regelen bent. Zo moest ik volgens de Zweedse belastingdienst eerst mijn eenmanszaak naar Zweden verhuizen, maar toen ik belde om dat te regelen, vonden ze het toch niet nodig. Maar zie dat maar eens op schrift te krijgen.

En er zijn natuurlijk ook nog gewoon de klassieke gevalletjes incompetentie, zoals de Nederlandse RDW die, toen ik belde om te vragen waar het online bestelde kentekenbewijs bleef, vertelde dat ze die hadden opgestuurd naar ons oude adres. ‘Ja, ik zie hier in het systeem wel dat u bent geëmigreerd, maar wij sturen geen documenten naar het buitenland. Vandaar.’

Het resultaat is dat we al wekenlang elke avond achter de computer zitten en overdag geregeld langs moeten bij instanties. Ondertussen ben ik ook begonnen bij de universiteit, lopen mijn columns gewoon door en zijn de kinderen nog aan het wennen op school, wat ook niet altijd even soepel gaat. Twee dagen geleden belde school omdat Vijf onder de trap zat omdat hij niets wilde. Dus Ems erheen. ‘Ik heb te veel aan mijn hoofd’, zei hij later.

Ik snap hem wel, bij mij is het ook op. Toen we vanmiddag terugkwamen uit de stad, had ik nog twee uurtjes om te schrijven, maar het werd niks. Mijn hoofd zit vol watten. Gisteren idem. Dus moet ik nu, ná de noodzakelijke administratieve handelingen van deze avond, vermakelijke zinnen uit mijn drooggelopen hersens persen en kan ik als Ems begint over gymkleren alleen maar denken: nou én. En vooral ook: waarom doen we dit? We doen het hele administratieve obstakelparcours voor immigranten, maar we blijven maar een jaar. En de jongens: nieuwe school, nieuwe taal, nieuwe vrienden. Voor een jaar. En dan weer weg. Eigenlijk slaat het nergens op.

Ik staar nog een half uur naar het scherm en klap dan de laptop dicht. ‘Kutzooi’, mompel ik. Ik doe wat Ems voorstelde: douchen en naar bed. Ze kruipt tegen me aan: ‘Misschien is morgen beter’, zegt ze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden