Column Peter de Waard

Al tien jaar is het Scheringa-museum een verpauperde puist in het groene landschap van de kop van Noord-Holland

Het had een kathedraal van de kunst moeten zijn. Een museum waarin de meesterwerken van het magisch realisme waren samengebracht onder een dak.

In een tijd dat één pentekening uit de collectie van prinses Christina al een volkshype is, zou het storm hebben gelopen. De publieke omroep, die dankzij Rembrandt een lange Ster-spot voor kunst is, had het met een daluren- en museumjaarkaart verrijkte volk zonder twijfel op het goede spoor gezet.

Maar al tien jaar is het Scheringa-museum een verpauperde puist in het groene landschap van de kop van Noord-Holland. Hoewel musea in Nederland als paddestoelen uit de grond rijzen (de Nederlandse Museumvereniging krijgt er elk jaar 15 leden bij), is het kolossale gebouw in Opmeer aan de straatstenen niet te slijten.

Vlak voordat hij samen met zijn bankimperium financieel ten onder ging, ontwikkelde Dirk Scheringa dit museum als onderkomen voor zijn uitdijende kunstcollectie.

Het ontwerp van architect Herman Zeinstra was megalomaan, ook omdat Scheringa zichzelf er continu mee bemoeide — tot aan de keuze voor de deurkrukken aan toe. In een gebouw werden 44 museumzalen van negen bij negen meter

gecreëerd. In totaal tienduizend vierkante meter expositieruimte. Het was twee keer zo groot als het Van Gogh, want net zoals hij met AZ de grote concurrent Ajax naar de kroon had kunnen steken wilde hij met zijn Scheringamuseum de Amsterdamse kunstelite lik op stuk geven.

Het was bijna klaar toen het mis-ging in het najaar van 2009. Voordat het eerste schilderij er naar kon worden overgebracht, had ABN Amro in een nachtelijke overval al de schilderijen van de DSB-directeur in beslag genomen. In 2012 kwam het grootste deel van de collectie in handen van zakenman Hans Melchers die er zijn eigen museum in de Achterhoek tegenaan gooide.

En nu resteert een Toren van Babel die zo duur is geweest (32 miljoen) dat niemand het durft te slopen. Het gebouw is maatwerk, niet geschikt voor andere bestemmingen zoals kantoren of woningen. De gemeente Opmeer probeerde er nog het Nationaal Historisch Museum naartoe te halen, maar dat moest naar Arnhem waar die er ondanks 15 miljoen aan voorbereidingskosten nooit is gekomen.

Ook daarna werden in Nederland talloze musea geopend, zoals Voorlinden in Wassenaar in 2016 en het Lisser Art Museum vorig jaar. In 2015 werd door de Provincie Noord-Holland zelf tien miljoen gestoken in een archeologiedepot annex museum in de gemeente Castricum, amper 35 kilometer van Opmeer. Die plek lag dichter bij een intercitystation.

In 2015 verkochten de curatoren het gebouw voor 947 duizend euro aan een vastgoedspeculant die het al weer twee jaar te koop heeft staan. Intussen evolueert het

Scheringamuseum zelf tot een historisch en archeologisch monument van megalomanie.

Kapitaalvernietiging is ook kunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden