column Sander Donkers

Al het boze bevond zich buiten. Dan moest dit wel geluk zijn

Ik werd wakker en stond op om te plassen. Het was niet één minuut voor zeven, zoals mijn innerlijke klok beweerde, maar half vijf. Slaapdronken legde ik mijn oor ­tegen de deur waarachter die van zestien lag te ronken. Op de wc kreeg ik kopjes tegen beide enkels van poezen die hun geluk niet op konden dat er nu al leven was. Samen liepen we naar de slaap­kamer. Daar klonk het van ‘plop’.

Plop? Op de tast begon ik het plafond af te speuren. Waar lekte het nu weer? Uiteindelijk leidde de zoektocht me naar de welgevormde mond van mijn geliefde, die kennelijk een beetje droog was. Het geluid was haar adem die zich kalmpjes een weg naar buiten baande.

Ik nestelde me in het warme bed. Acht dauwtrappende pootjes aan het voeteneind. Wat ochtend leek, was nacht. Wat onraad leek, bleek vredig. Al het boze bevond zich buiten. Dan moest dit wel geluk zijn. Plop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.