Kort verhaalMarja Pruis

Al die mensen in de rij op het vliegveld, dat zijn de anderen

Thuiskomen. Beeld Anna Kiosse
Thuiskomen.Beeld Anna Kiosse

Het fijne van op reis gaan, is de terugkeer. Thuiskomen, fysiek of figuurlijk, is het thema van zes korte verhalen van Nederlandse schrijvers. Deze week: Marja Pruis.

Marja Pruis

Iedereen wil naar huis. Je zou het bijna vergeten, tot je in de rij belandt in de vertrekhal. Er zit beweging in, maar die is amper zichtbaar voor het blote oog. Dat blote oog dwaalt af naar de medemens – het zuigt zich eraan vast. Als je lang genoeg naar het menselijk lichaam kijkt, krijg je clementie.

Baas boven baas. Elias Canetti zag iedere stakker als een overlever, hij is het product van de zaadcel die 200 miljoen soortgenoten achter zich liet. Een ander groot denker vertelde me niet naar groepen mensen te kunnen kijken, wielrenners, forensen, zonder te denken: die moeten ook nog allemaal dood. Zelf zit ik iets dichter bij de zaadcel: al die mensen zijn ook ooit geboren. Zijn baby geweest, toegelachen door een moeder.

De man met drie koffers en een wijnvlek in de vorm van Nieuw-Zeeland op zijn wang (of is het Japan?).

De vrouw in strakke panterprint die soeverein haar drie onstuimige kinderen negeert (haar nagels, ik wil die kleur).

Het meisje met het plastic mapje waarin ze haar paspoort en ticket heeft gestopt. Ze houdt het als een eekhoorn op haar buik, met twee handen. Ik denk dat ze heel netjes eet, met twee peuzelende pootjes (’s nachts tekent ze wilde beesten, haar zolderraampje klappert er zachtjes bij).

‘Voor niets is de mens meer beducht dan voor aanraking door iets onbekends’, schreef Canetti. ‘Alleen in de massa kan de mens van deze aanrakingsvrees worden verlost. Hiertoe is een dichte massa nodig, waarin lichaam tegen lichaam is gedrukt.’

De vrouw pal achter me die iets langwerpigs en zwaars voort sleurt – het is groot en log, het heeft zich nog net in een tapijt laten rollen (haar man, ze heeft hem de avond ervoor de hersenen ingeslagen).

Ze zegt iets, besef ik ineens. De husband slayer zegt iets tegen mij.

Marja Pruis. Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Marja Pruis.Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Het is een les die me iedere dag weer opschrikt: dat ook mijn lichaam wordt gezien. Bij een schietspelletje legde mijn zoon uit: ‘Als je iets kunt zien, dan kun je het ook raken.’ ‘Maar zij jou dan toch ook?’ zei ik. Ook in de virtuele werkelijkheid ligt de moeder wakker om haar baby’s.

‘Pardon?’, zeg ik. Ik versta haar niet, het is onze straf. De toren van Babel was kinderspel vergeleken bij de hoogmoed waarmee we ons het luchtruim hebben toegeëigend. Denken dat we in minder dan zeven uur tijd twee oceanen kunnen oversteken. Het is een mensenrecht, zei een verhitte vakantiereiziger op het journaal.

Natuurlijk heeft iedereen op het nieuws de beelden van vliegvelden gezien. De rijen, de massa’s. Maar ze dachten: dat zijn de anderen. We hebben ons vanochtend aangekleed, ons haar geborsteld, onze koffer gepakt, ons uit laten zwaaien. Goeie reis en wel thuis!

Wat kan er nu helemaal gebeuren? Gefixeerd op de sluitingstijd van de gate is zelfs de dood tot een abstractum gekrompen. (Wees blij dat je een paspoort hebt, dat je een huis hebt dat er nog staat, met poezen erin. Ik doe het hele gebed, serenity now.)

Die vrouw dus, achter me in de rij. Niet-begrijpend kijk ik haar aan.

‘Hoe laat gaat jouw vlucht?’ vraagt ze.

Ik hoor haar. Ik weet wat ze me vraagt, met dat krankzinnige pakket van d’r. Ze wil dat ik haar laat voorgaan. Ze heeft een vlucht te halen. En wat dacht je van mij, wil ik zeggen, grote stakker die ik ben.

Volgende week: Pieter Waterdrinker.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden