Column Esther Gerritsen

Afscheidscolumn

Het is mij nog nooit gelukt, in mijn hele leven niet, om een uitzending van het televisiejournaal met volledige aandacht te volgen. Er is altijd wel een onderwerp in de eerste drie minuten dat mijn fantasie in gang zet en waardoor ik de rest van het nieuws niet meer hoor. Ik heb dat vaak jammer gevonden en riep mezelf dan steeds weer bij de les.

Ik zou graag wat meer opsteken van de wereldse zaken, maar ik voel me soms een 9-jarige die heus wel wil onthouden waar Alblasserdam ligt, maar toevallig net uit het raam staarde toen Alblasserdam werd aangewezen.

Als ik een krant lees, vergaat het me vaak net zo. Gelukkig kan ik de krant op eigen tempo lezen, maar als ik me een beetje verlies in het onderwerp, kost één artikel me al een uur. Dan heb ik in dat uur goed over de zaken nagedacht, dat wel, maar het is niet te garanderen dat die zaken iets te maken hebben met het artikel dat ik las.

Als ik denk aan alle columns die ik hier schreef, dan herinner ik me vooral de tomaat. De tomaten in India waren vorige zomer zo gewild en kostbaar dat ze op de markt door beveiligers werden bewaakt. Die kleine kwetsbare tomaat met een grote man ernaast... dat aandoenlijke beeld, daar kon ik maar aan blijven denken. Ik vergat de context, ik vergat de aanleiding, waar ik allemaal vast braaf over heb geschreven, maar ik denk nog steeds aan de tomaat en zijn bodyguard.

Ik herinner me ook wel dat ik eens over erfbelasting schreef alsof ik daar een sterke mening over had. Het was een leuke denkoefening om te beredeneren waarom hoge erfbelasting een eerlijke herverdeling van het geld is. En dat is het! Maar wat ik vooral leuk vond, was de fantasie van een verjaardagsfeest waarop iemand voorstelt om de erfbelasting te verhogen en hoe dat de gemoederen verhit, erger dan Zwarte Piet. En hoe anders dat is per feestje. Vermogende mensen zullen op zo’n feest roepen dat ze hun ‘zuurverdiende’ geld aan hun kinderen willen nalaten. Maar snijd hetzelfde onderwerp aan op een familiefeestje van mensen zonder bezit, en ze lachen zich krom dat het geld van de rijke lui na hun dood wordt herverdeeld. Dat beeld amuseert me. Het liefst schreef ik dan de eenakter Het verjaardagsfeest. Liever dan de column.

Het land dat ‘actualiteit’ heet, is me vaak vreemd. Steeds weer ga ik virtueel op reis en verlies de feiten met enthousiasme uit het oog.

Ik heb besloten me daar niet meer tegen te verzetten. Ik hou van fictie en ik hou van mijn dwaalwegen. Ik ga mezelf weer achterna. Andere mensen zullen mij de weg moeten wijzen naar Alblasserdam.

Alweer jaren geleden stond ik in een volle bakkerij, toen de bakker enigszins brutaal aan een vaste klant vroeg: ‘Wat wil je?’

De man zei: ‘Antwoorden.’

In luttele seconden waren zij een ander verhaal in gestapt en iedereen begreep het. Toen we met z’n allen moesten lachen, was dat bevrijdend, we ontsnapten zomaar uit de werkelijkheid. En toch kreeg de man gewoon zijn brood.

De werkelijkheid uit het oog verliezen en toch je brood krijgen. Dat is wat ik wil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.