OpinieLandbouwhulp

Afrikaanse oogst betekent: meer honger daar, meer winst hier

De groene revolutie met de Bill Gates Foundation heeft 13 Afrikaanse landen weinig goeds gebracht, stelt Michiel Korthals.

Een Oegandese boer bewerkt zijn veld met hete pepers.Beeld Getty

Het jaar 2020 zou het jaar zijn waarin een grootschalig agrarisch programma zou aantonen hoe dertien Afrikaanse landen (zuidelijk van de Sahara) in veertien jaar tijd – voor ten minste de helft van de bevolking – zouden zijn bevrijd van honger en ondervoeding. Helaas, de Alliance for Green Revolution in Africa (AGRA), in 2006 met steun van 13 Afrikaanse landen opgericht door de Rockefeller Foundation en de Bill Gates Foundation, heeft dit topresultaat niet bereikt. Sterker, honger en ondervoeding is in sommige landen zelfs toegenomen en de gestegen export van landbouwgoederen kwam vooral de vaak westerse bedrijven en organisaties die in de Alliance samenwerkten ten goede. Plus de Afrikaanse elites. Want hoe is het, ondanks al die jaren van goedbedoelde ontwikkelingssamenwerking en met al die – ook tegenvallende – ervaringen gegaan? Veel mensen denken, en gezien het programma denkt ook de Alliance zo, dat Afrika eigenlijk zo’n beetje is als Europa, maar dan wat wilder en minder ontwikkeld. Dus om Afrikanen te voeden, moet het Westen worden gevolgd.

Welvaart

Het Alliance-programma behelsde opschaling van kleine boerenbedrijven tot grotere marktgerichte ondernemingen met gebruik van Westerse zaden, kunstmest en pesticiden, opdat dit jaar de dertien aangesloten landen voor een groot deel uit de armoede, ondervoeding en honger verlost zou zijn en de welvaart toegenomen. Ook de bekende hoogleraar Louise Fresco, voorzitter van Wageningen Universiteit, denkt dat overal in Afrika grootschalige landbouw mogelijk is. Mechanisering, robotisering en irrigatie moeten intensief worden uitgerold. Zoals in het naoorlogse Nederland deze vorm van landbouw succesvol was. Maar de evaluaties van de uitkomsten blijken helaas zeer negatief voor kleine boerenbedrijven, die in de betreffende Afrikaanse landen de meerderheid van de bevolking voeden. De uitvoering van het AGRA programma en de spendering van miljarden dollars, mede door Afrikaanse overheden, hebben geleid tot een enorme vermíndering van opbrengsten van gewassen voor de lokale boeren en consumenten. Ja, de opbrengst van mais voor de export naar het Westen steeg, maar die van gewassen als gierst, zoete aardappelen en de groente amarant, daalden. Armoede en ondervoeding door gebrek aanvitaminen en mineralen namen juist toe. In Nederland signaleerde het Food & Business Research Programme (ondersteund door wetenschapsinstellingen KNAW en NWO) dat de eenzijdige aandacht voor exportgewassen ten koste gaat van water- en landgebruik voor gewassen die de Afrikaanse bevolking zelf eet.

Veel uitvoeriger heeft het Institute for Agriculture and Policy (gevestigd in de VS en Duitsland) de resultaten van het AGRA programma onderzocht. Hun rapport Valse beloften voor een groene revolutie (2020) laat weinig heel van de fraaie toekomstmuziek die het AGRA-programma beloofde. Door de grote nadruk op de export van mais, werd meer land gebruikt, maar de productie van gierst (beter afgestemd op de bodem- en weersomstandigheden ter plekke) nam af.

Boetes

Resultaat: er is meer ondervoeding dan sinds de start van het programma. In Rwanda kregen boeren die ecologisch verantwoorde gewassen telen zelfs boetes. Het enorme ruimte- en waterbeslag van de exportgewassen bemoeilijkt het werk van de overgrote meerderheid van kleine, in potentie biodiverse en duurzame boeren. Ook het in de VS gevestigde onafhankelijke onderzoeksbureau AGRA Watch signaleert deze problemen en laat zien dat het AGRA-programma geen aandacht besteedt aan lokale en duurzame vormen van landbouw, maar lijkt bedacht in het laboratorium, met als idee dat de inzichten vanzelf doorstromen naar de boerenpraktijk (‘trickle down science’). De teleurstellende uitkomsten van het AGRA programma laten zien dat dat een misvatting is. Bij landbouwvraagstukken moet eerst naarde lokale omstandighedenworden gekeken. Ook een rapport van wereldvoedselorganisatie FAO toont aan dat ondervoeding toeneemt.

Duurzame en voedzame gewassen helpen: met mengteelt, zorgvuldige compostering en waterbeheer worden aanzienlijke oogsten met voldoende voedingsmiddelen bereikt. Reizend in Ghana en Oeganda heb ik een flink aantal boerderijen met varianten van die benadering gezien. Duitse, Franse en Nederlandse programma’s, deels gefinancierd door hun overheden, zetten hierop in en zoeken met boeren naar klimaatvriendelijke innovaties. Het in Nederland bekende voedselbos is oorspronkelijk een Afrikaanse uitvinding.

Conclusie: miljarden AGRA-euro’s niet ten goede gekomen aan de meerderheid van de bevolking. Er is niets gedaan met de al jaren bekende inzichten om over te stappen op duurzame, circulaire landbouw. Het wordt hoog tijd dat deze benadering met mengteelt en duurzaam watergebruik ook door grote financiers als de Rockefeller Foundation en de Gates Foundation wordt gesteund.

Michiel Korthals is em. hoogleraar ­filosofie, Wageningen Universiteit, en nu hoogleraar in Pollenzo, Italië. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden