Opinie

Afblijven van het Amsterdams Historisch Museum

Het pleidooi van Kees van Twist om het Amsterdam Museum onder te brengen in een nieuw te creëren museumkwartier aan het IJ slaat de plank mis, betoogt Erik Mattie.

Een foto van het Burgerweeshuis uit het archief van het Amsterdam Museum. Beeld anoniem
Een foto van het Burgerweeshuis uit het archief van het Amsterdam Museum.Beeld anoniem

In zijn bijdrage van 23 december j.l., 'Creëer Museumkwartier aan het IJ waar het begon', pleit Kees van Twist voor een Amsterdams museumkwartier aan 't IJ, vanwege de 'beleefbaarheid van het dna' en de ontstaansgeschiedenis van de stad op deze locatie. Daarmee slaat hij de plank twee maal mis. De beleefbaarheid van het dna van de stad komt nergens zo goed tot uitdrukking als in het Amsterdam(s) Historisch Museum, waarvan nota bene het predikaat 'Historisch', als zijnde te stoffig, vijf jaar geleden terzijde is geschoven.

De gelaagde geschiedenis van de stad kan aan het gebouw zelf worden afgelezen: ontwikkeld als middeleeuws klooster en in de Gouden Eeuw verbouwd tot weeshuis. Deze institutionele bestemmingswisseling was exemplarisch voor het nieuwe Amsterdam van na de alteratie van 1578.

Een regelrechte sensatie

De contrastwerking van de - eveneens historische - levendigheid van de Kalverstraat en de besloten intimiteit van het Burgerweeshuis en in het verlengde daarvan het Begijnhof is een belevenis op zich zelf. De overgang tussen deze beide instituties, de schuttersgalerij, is beslist geen kruip-door-sluip-door zoals Van Twist suggereert, maar een regelrechte sensatie in de semi-openbare ruimte. Het gebouw zelf en de locatie van het gebouw, aan de landzijde van de middeleeuwse rivierdijk met aan de achterdeur de houtmarkt en andere havengebonden activiteiten vertellen het verhaal van de stad, op detailniveau geïllustreerd door de collectie.

Het Amsterdam Museum is de enige juiste plek. Het Oosterdok, waar het Scheepvaartmuseum is gevestigd, vertelt een heel ander verhaal, dat van de 19de eeuw. Het Oosterdok betekende net als de bouw van het station een afsluiting van het open havenfront. De navelstreng tussen de stedenmaagd en de wereldzeeën werd ruw afgekneld. Het scheepvaartmuseum is als pakhuis van de Amsterdamse Admiraliteit weliswaar voltooid op het hoogtepunt van de Gouden Eeuw, maar behalve dat hoogtepunt is er op die locatie werkelijk niets dat aan de aanloop, de beleefbaarheid van vier eeuwen Amsterdamse voorgeschiedenis herinnert. De geschiedenis van Amsterdam als zeevarende natie is niet begonnen bij het Scheepvaartmuseum, maar eindigt hier.

Een gelijkwaardig gebouw vinden voor het Amsterdam Museum is inderdaad een grote uitdaging, schier onmogelijk en in ieder geval aantoonbaar niet aan het Oosterdok. Daarbij mag evenmin uit het oog worden verloren dat het Scheepvaartmuseum, heel omineus, net als de even perifeer gesitueerde Openbare Bibliotheek kampt met fors tegenvallende bezoekersaantallen.

Allergrootste uitdaging

En dan is er nog een heel andere, veel grotere uitdaging bij de gewenste verhuizing van het Amsterdam Museum: het vinden van een nieuwe gebruiker voor het burgerweeshuis. Een hotel of een H&M gaat het beslist niet worden. Het Amsterdam Museum is nog maar onlangs verbouwd, klaarblijkelijk voor de korte termijn. Zou het misschien de allergrootste uitdaging zijn het museum op de huidige locatie te behouden, iets beter rolstoeltoegankelijk te maken en iets minder visie te etaleren?

Van Twists' laatste pleidooi, voor het verwijderen van de overkapping van de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum, nog maar kort geleden de visie van een andere museumdirecteur, zeer tegen de zin van de monumentenzorgers, doet beseffen dat visie, mode en waan van de dag volstrekt inwisselbare begrippen zijn geworden. Het Amsterdam Museum is als gebouw ongetwijfeld lastig in sommige opzichten, maar diep geworteld in de Amsterdamse samenleving en internationaal geroemd als Historisch Museum. Gebouw en collectie uit elkaar trekken zou een misser van (ook weer) historische proporties zijn.

Het is niet nodig. De nieuwe directeur Judikje Kiers heeft met Ons Lieve Heer op Solder bewezen dat ze het meest moeilijke en ontoegankelijke museum van de stad tot een hoger niveau kan tillen. En geen mens die er over gedacht heeft de inboedel en de interieurs elders te plaatsen. Het gebouw en de collectie zijn onlosmakelijk verbonden, hetgeen ook gezegd kan worden van diverse huismusea, maar ook van het Rijksmuseum. Dus tegen het advies van Van Twist in, zou ik willen pleiten het Amsterdams Historisch Museum zijn naam terug te geven en beslist niet te onthechten van de plek waar het allemaal echt begon.

Erik Mattie, Architectuurhistorisch en Stedenbouwkundig Adviesbureau M&DM, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden