Advocate en OM misbruiken uitspraak Internationaal Hof

Advocate Liesbeth Zegveld en het OM hebben een bedrijf onherstelbaar geschaad vanwege een omstreden uitspraak van het Internationaal Gerechtshof.

In oktober van dit jaar deed het Openbaar Ministerie een inval bij een bedrijf in Dordrecht, omdat er een vermoeden bestond dat dit bedrijf met Israël mee zou werken aan de bouw van de omstreden afscheidingsmuur op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Het bleek dat de Amsterdamse advocate Liesbeth Zegveld namens een Palestijnse mensenrechtenorganisatie aangifte tegen het bedrijf gedaan had, omdat, zo werd ze door vrijwel alle media letterlijk geciteerd, ‘het Internationaal Gerechtshof geoordeeld heeft dat de bouw van de muur in strijd is met het internationale recht’.

Deze uitspraak was suggestief, want de bouw van de muur mag dan omstreden zijn, de uitspraak van het hof over de muur uit 2004 is dat zeker ook. Het hof deed de uitspraak nadat het daar uitdrukkelijk om was gevraagd door een meerderheid van de algemene vergadering van de Verenigde Naties. Wie gewend is aan het Nederlandse rechtssysteem, fronst hier al de wenkbrauwen.

Stel je voor dat een meerderheid van de Tweede Kamer, bijvoorbeeld bestaande uit CDA, VVD en PVV, inclusief de geachte afgevaardigde Lucassen, aan de Nederlandse rechterlijke macht zou vragen Anja Meulenbelt te veroordelen, omdat ze in Gaza werkt en dus medeplichtig is aan de acties van een terroristische organisatie. Dat zou nog eens een hoop kabaal geven. Ons rechtssysteem is er op gebouwd dat de rechterlijke macht onafhankelijk is van de politiek en dus ook geen ‘opdrachten’ van de politiek aanneemt.

De VN kan kennelijk wel op een politieke manier een uitspraak over het rechtmatig gedrag van een land, in dit geval Israël, uitlokken. Het verzoek van de algemene vergadering van de VN aan het hof bevatte al een veroordeling van Israël. Zo schreef de VN aan het hof: ‘Aangezien Israël, de bezettende macht, blijft weigeren aan het internationale recht te voldoen, gezien de bouw van de muur…’ Dat verzoek leek dus wel een opdracht aan het hof om de algemene vergadering in haar vooropgezette mening te bevestigen.

Sommige juristen zijn daarom ook van mening dat het hof zich in deze zaak niet had moeten laten misbruiken door de overduidelijk politieke bedoelingen van de algemene vergadering van de VN.
Nu heeft het hof zijn uitspraak destijds genuanceerd. Zoals bekend weigerde Israël mee te werken aan de procedures van het hof; Israël committeert zich zelden aan de VN, omdat het vindt dat de belangen van Israël onvoldoende worden meegewogen. Als Israël wel had meegewerkt, zou de uitspraak van het hof bindend zijn geweest, maar nu kon die uitspraak niets meer dan een ‘advies’ zijn, zoals het hof zelf benadrukte.

Naast deze nuancering van de uitspraak door het hof zelf, zijn er ook door afzonderlijke rechters van het hof kritische opmerkingen gemaakt over onderdelen van de uitspraak. Zo oordeelde Pieter Kooijmans, indertijd rechter bij het hof, dat het recht op ‘zelfbeschikking voor het Palestijnse volk’ beter buiten de uitspraken van het hof hadden kunnen blijven, omdat niet is aangetoond dat de muur dat zelfbeschikkingsrecht geweld aandeed.

Een andere rechter bij het hof, de Engelse Rosalyn Higgins, hekelde in een afzonderlijk gegeven mening bij het advies, de onevenwichtige behandeling van de ‘illegale’ acties van beide partijen, namelijk door wel het Israëlische handelen, maar niet dat van de Palestijnen te beoordelen. Israël had voor de algemene vergadering van de VN de muur verdedigd met een beroep op het recht op zelfverdediging dat in het handvest van de VN is vastgelegd.

Het hof oordeelde echter dat het recht op zelfverdediging alleen maar was omschreven in relatie tot andere staten. Met andere woorden, aanvallen van een andere staat zouden wel, maar aanvallen van binnenuit door lokale terroristische groepen zouden niet als geldig argument gebruikt mogen worden. Tegen dit formalistische argument verzette Higgins zich, maar uiteraard zij niet alleen: ook van juristen buiten het hof kwam er een stroom van kritiek op dit argument.

De uitspraak van het hof over de muur was niet bindend. Bovendien hebben diverse deskundigen van het internationaal recht kritiek geleverd op de onderbouwing van de uitspraak. Daarom kan men wellicht om economische, politieke, humanitaire of zelfs ethische redenen bezwaren hebben tegen de bouw van de muur door Israël, maar men moet wel een heel goede jurist zijn om de muur ondubbelzinnig in strijd met het internationaal recht te kunnen verklaren.
Misschien is Zegveld zo’n jurist; zij stelt in ieder geval de uitspraak van het hof voor als onweerlegbaar en bindend. Ook het OM vindt kennelijk dat de uitspraak van het hof voldoende grond biedt om, na de aanklacht van Zegveld, een Nederlands bedrijf middels een overval publiekelijk aan de schandpaal te nagelen.

Dit bedrijf, in alle media met name genoemd, zal maanden, zo niet jaren, in onzekerheid blijven of het ooit tot een vervolging zal komen. Ik mag, als amateurjurist, aannemen dat het niet tot een rechtszaak zal komen. De reputatieschade voor het bedrijf zal waarschijnlijk nooit meer hersteld worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden