OpinieDikastocratie

Activistische rechters? Ze doen gewoon hun werk

Maandag spreekt de Tweede Kamer op verzoek van Forum voor Democratie over de vraag of rechters te activistisch zijn. Volgens hoogleraar mensenrechten Barbara Oomen maskeert de kwestie de échte problemen: rechtsstaatapathie en grondwetfobie. 

Rechters (VLNR) De Boer, voorzitter Milius en Van Eijk voorafgaand aan de zaak tegen oud-beveiliger Faris K.Beeld ANP

De Tweede Kamer spreekt maandag over het nieuwste woord dat FvD-leider Thierry Baudet opdiepte uit zijn handboek politieke filosofie: dikastocratie. Het is overduidelijk dat de gemiddelde burger, wetenschapper en politicus de schouders ophaalt hierover. Toch is dit niet verstandig: de term belicht een probleem dat er niet is, en versluiert twee problemen die er wél zijn. Laat ik die, om ook eens duur te doen, rechtsstaatapathie en grondwetfobie noemen. Samen bedreigen zij de grondrechten, die toch echt ons allemaal aangaan.

Eerst maar het fictieve probleem van dikastocratie: rechterlijk activisme. Dat kennen wij nauwelijks. De gemiddelde Nederlandse rechter is net zo activistisch als de gemiddelde boekhouder. Hem of haar zo beschuldigen is vergelijkbaar met stenen gooien naar het ambulancepersoneel op Oudjaarsavond. Rechters doen gewoon hun werk, soms onder moeilijke omstandigheden. Die zijn er als de twee andere partners in de trias politica, regering en parlement, steken laten vallen.

Zo deed de rechter de stikstofuitspraak omdat de regering zelfgemaakte afspraken niet nakwam: contractbreuk. En omdat het parlement had zitten slapen, constateerde de rechter dat de SyRI-wetgeving, die de overheid zomaar diep in ons leven laat grazen, toch echt een inbreuk is op de privacy. Juist waar het parlement nalaat te toetsen aan de grondrechten, is het maar goed dat andere organisaties bij de rechter opkomen voor het algemeen belang.

Want dat zijn grondrechten: niet links, niet rechts, maar wel zwaar bevochten. Godsdienstvrijheid, vrouwenrechten, sociale zekerheid: allemaal ooit de strijd van sommigen, en nu een verworvenheid voor ons allemaal. Al die rechten worden alleen realiteit binnen een rechtsstaat, waar óók de overheid ze respecteert.

De ware problemen

Dat is meteen het eerste echte probleem: de rechtsstaatapathie. Een rechtsstaat is als een verzekeringspolis: die lijkt misschien saai, maar het is wel belangrijk om de voorwaarden ervan goed te kennen. Dat kan door het erover te hebben, op school, in het parlement, op de werkvloer. Dat de rechtsstaat iedereen aangaat, is misschien wel het mooist verwoord door Martin Niemöller. Die dichtte over hoe hij zweeg toen de nazi’s de communisten, sociaal-democraten en Joden deporteerden, en eindigt met ‘toen kwamen ze voor mij en er was niemand over die iets kon zeggen’.

In Nederland speelt ook een tweede probleem: een zekere grondwetfobie. Ongetwijfeld is een van de klachten maandag gericht tegen de interpretatie in het Urgenda-vonnis van artikel 2 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Houdt dit recht op leven slechts in dat de overheid haar onderdanen niet standrechtelijk mag executeren, of betekent dit ook een zorgplicht om ze te beschermen tegen gevaarlijke klimaatverandering? Ieder mag hier het zijne van vinden; als jurist vind ik de uitspraak in lijn met de Straatsburgse en Nederlandse jurisprudentie.

De vraag is echter waarom de rechter het EVRM erbij moest halen en niet gewoon toetste aan de grondwet. Het antwoord is simpel en tegelijk verbluffend: het recht op leven staat niet in de Nederlandse grondwet. En al stond het er wel, dan kon de Nederlandse rechter wetten er niet aan toetsen, omdat wij een constitutioneel toetsingsverbod hebben. Wij hebben, als het ware, de bescherming van onze grondrechten geheel uitbesteed aan Europa. En waar de Europese rechter steeds meer de constitutionele identiteit van landen moet respecteren, is er juist in Nederland heel weinig aan constitutionele traditie om rekening mee te houden.

Rechtsstaatapathie en grondwetfobie, daar moeten wij het dus over hebben. Met als beginsel dat een echte democratie niet alleen tegenspraak organiseert, maar deze ook toejuicht. Er is dringend behoefte aan een debat over het oppoetsen van de instituties van de democratische rechtsstaat. Ter bescherming van de grondrechten van, voor en door ons allemaal.

Barbara Oomen is hoogleraar mensenrechten aan het University College Roosevelt (Universiteit Utrecht). 

Thierry Baudet en Paul Cliteur verdedigen hun oproep tot bezinning over de staatsmachten in aanloop naar de hoorzitting. ‘We moeten beoordelen of het systeem nog wel in evenwicht is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden