VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Nederland

Acht lessen uit de pandemie, in een land dat zich eenvoudig plooit naar de omstandigheden

null Beeld

De pandemie is opgelaaid en dat was te voorzien, toch wil dit kabinet de crisis niet evalueren. Bij wijze van tussenstand acht geleerde lessen, voor als het ooit voorbij is.

1. Het plooiend vermogen van de Nederlander is ongekend. Op bevel werden de straten verlaten, binnen een halfuur waren cafés en restaurants ontruimd, een rij nog voor de koffieshops en daarna was de stad aan de duiven. Geen paniek, op het sprokkelen van wc-rollen na – dat is wat Nederlanders doen bij dreiging: wc-papier sprokkelen, waarschijnlijk uit machteloosheid. Het is een stille crisis, een onzichtbare, bijna iedereen hield z’n adem in en voegde zich naar de autoriteiten, zelfs nadat die waren afgetreden en daarna nog meer kardinale fouten maakten. De mensen bleven luisteren naar de macht. Met de eerste avondklok sloot de politie in vol ornaat een snelweg af, gestolde argwaan, maar bijna iedereen had papieren en begreep het wel. Vroeger, in een andere tijd, heette dat ‘accommoderen’.

De stad aan de duiven. Beeld Joris van Gennip
De stad aan de duiven.Beeld Joris van Gennip

2. Geld is inmiddels het fundament onder de samenleving, alles wordt eraan afgepast, elk probleem kan afgekocht met miljarden. Dus de winnaars van de crisis zijn de slimme Hollandse handelaren, al dan niet met moreel kompas. De overheid smijt met ‘helikoptergeld’ zoals het werd genoemd in de NRC, ‘je hoeft maar te bukken en je hebt het’. Dat was geen quote van een fraudeur, maar van degenen die de straffen uitdelen: officieren van justitie. De FIOD heeft geen tijd om op te sporen, de rechtspraak komt capaciteit tekort – snelrecht is er alleen voor de sneue stenengooiers, niet voor profiteurs. Ook dat is een kwestie van geld.

3. De verliezers van de crisis zijn degenen die het meest te verliezen hebben.

4. Ministers zingen graag tijdens een pandemie. Hugo de Jonge begon met kerstliedjes, leuk voor bijvoorbeeld de boekhandelaren die net hun decemberomzet zagen verdampen op last van de minister, want ze waren niet essentieel genoeg. Grapperhaus verbood eerst toornig het zingen in de kerk, en zong daarna een lollig liedje op tv over mondkapjes. Waarom? Nemen ze de pandemie wel serieus? Ooit zong Ankie Broekers-Knol als voorzitter van de Eerste Kamer ‘Tjeenk Tjeenk Tjeenk’, maar dat was inhoudelijk, dat was kritiek op de slepende formatie in 2017, waarin alles werd dichtgetimmerd met de bekende resultaten.

5. Die boekwinkels vormen een kleine sector, daarom moesten ze dicht, maar de meeste hielden zichzelf overeind met een ongelooflijk vertoon van wilskracht en ondernemerschap en trouw. Vrijwillige fietsbezorgers, inderhaast opgetuigde webwinkels: twee keer zo hard werken voor minder dan de helft omzet. Ze lieten zich niet kisten door dit anticultuurkabinet, dat ook al haastig de bibliotheken sloot, onbekend met de maatschappelijke waarde ervan, zeker in crisistijd. Met de mensen die op slag van sluiting nog een paar tassen vol kwamen halen. Daar gaat het niet om geld, maar om iets anders, en dat is niet uit te rekenen.

6. Oude mensen gaan snel bij het grofvuil. Op de eerste coronagolf kwam het leeftijdsegoïsme bovendrijven: alleen de economisch nuttigen moesten beschermd. Het leverde een akelige term op, ‘dor hout’, en daarachter school een verborgen wereldbeeld van koude demografie en recht van de sterkste. Verpleeghuizen werden als gevaarlijke brandhaarden aangewezen, en botweg gesloten voor bezoek; de eenzaamheid daar was bijtend. Ook stonden ze achteraan in de rij bij het verdelen van mondkapjes en testen – dat was een bewuste keuze.

7. Anderhalf jaar geen file gezien, spoorslags waren de wegen leeg, opnieuw een bewijs dat meer asfalt geen oplossing is voor het verkeersprobleem. Dat is allang bekend, maar nu nog eens wetenschappelijk bewezen: 8 procent minder verkeer is 50 procent minder file. Kennis niet besteed aan de verkeersminister, die staande de pandemie nog probeerde een snelwegverbreding door te drukken, ten koste van de bomen. Ach, het is slechts een ‘tijdelijke dip’, vinden ze op het ministerie, en zo kneden ze ook daar de crisis tot het gewenste resultaat.

8. Zoomen, webcasten en hangouten zijn de dood in de pot. Wonderwel lukte het alle verslaggeverscolumns op één na ter plekke te maken: gewoon ergens thuis, in een tuin of keuken, wandelend, soms door het vensterglas. Ondanks de omstandigheden vertellen mensen graag hun verhalen, misschien omdat het een genezende werking heeft, zoals de narratieve psychologie veronderstelt. Leven is elkaar verhalen vertellen, niet digitaal, maar echt.

De verslaggeverscolumnisten zijn met reces tot 30 augustus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden