ColumnPeter Middendorp

Ach, wat heb ik een hekel aan schuurmachines. Wat hebben die dingen al een hoop van mijn leven vergald

De nieuwe dag komt langzaam dichterbij. Hij kondigt zich voor het eerst aan als je het half februari tijdens het fietsen soms ineens zo warm kunt krijgen in je dikke winterjas dat je even later zwetend als een rund het café of de slijterij binnen zeilt, want op de een of andere manier gebeurt zoiets nooit bij de bakker of de groenteboer.

En door de vogels, die net van hun winterverblijven zijn teruggekeerd. Van de spreeuwen heb je geen last, maar de merels en de mezen kwetteren er vanaf zes uur ’s ochtends alweer uitbundig op los. Alles wat ze elkaar willen vertellen, moeten ze elkaar binnen het uur ook hebben verteld, want vanaf zeven uur wordt het luchtruim auditief gesproken weer door het menselijke gedruis in bezit gehouden tot ze elkaar, tegen tienen, alleen nog even welterusten kunnen horen zeggen.

Maar dan is ie er, de nieuwe dag, al is die eerst nog een nieuwe ochtend of een nieuw uur. De zon begint te schijnen. Er is frisse lucht, die nodig naar binnen moet. Je gooit de ramen open, wendt je gezicht dorstig naar het nieuwe licht, en terwijl de eerste glimlach van 2020 krakend tevoorschijn probeert te komen, hoor je geen merel, mees, geen stilte, zacht gekeuvel of een zoete kinderlach, maar minstens een of twee, maar meestal nog meer loeiende schuurmachines.

Ach, wat heb ik een hekel aan schuurmachines, het geluid dat ze maken, de mensen die ze vasthouden. Wat hebben die dingen al een hoop dagen en weken van mijn leven vergald, hoeveel momenten van vreugde, inspiratie en passie zelfs, die door schuurmachines in de kiem, op de helft of vlak voor het einde zijn gesmoord.

Sinds mensenheugenis kan ik al geen schuurmachines meer horen, maar ik luister er het hele jaar door naar, vanaf de ochtend in maart dat ik de ramen voor het eerst openzet, tot de namiddag aan het einde van oktober als ik, weliswaar iets frisser van teint, maar nog steeds erg chagrijnig, de ramen weer sluit. Het is zo licht, hoog en dun, het zeurt en klaagt, het is gemeen en jaloers, het geluid haat ons.

Wat zijn dat voor mensen die zoveel schuren? Waarom staan ze vanaf half januari bij de achterdeur, licht door de knieën gebogen, de schuurmachine in de aanslag, loerend naar de deurklink als een hond met een volle blaas, klaar om bij het eerste zonnestraaltje naar buiten te rennen om de gedachtevorming in de straat lam te leggen?

Schuurders schuren veel meer dan nodig, voor het hout hoeft het niet. Er is ook helemaal niet genoeg hout in de wereld om al het schuren mee te kunnen rechtvaardigen. Ze schuren omdat ze anders hun gedachten horen. Het alternatief is slechter; dat is wel vaker het motief achter gedrag. Daar troost ik me mee, schamel, maar toch, dat ze na het schuren moeten luisteren naar iets dat nog afschuwelijker klinkt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden