Column Ibtihal Jadib

Ach, ik zou ook niet weten wat ik met al die penselen had gemoeten

Beeld Valentina Vos

Mijn schoonzus nam me deze week mee naar een winkel voor mensen met talent. Het heette Arti fuck, geloof ik. De naam zal vast bedoeld zijn als een tegendraadse kreet, want zodra je de winkel instapt is er geen twijfel over mogelijk dat het leven draait om scheppende kunst. Een eindeloze voorraad verftubes, penselen, kwasten, papier, paletten, klei, gummetjes, pennetjes en pinnetjes, zeg maar gerust: alles wat een mens nodig heeft om iets kunstigs te fabriceren. Mijn schoonzus moest er nieuwe verf kopen want zij is zo iemand die een wit vel kan omtoveren tot een vrolijk gebeuren dat je aan de muur wil hangen.

Ze is niet de enige creatieve geest in haar familie, want behalve schilderende moeders en tantes links en rechts, is er nog een fotograferende neef, een zingend nichtje en een houtbewerkende broer. Die laatste is trouwens mijn man. Mijn schoonzus is samen met een getalenteerde bassist die, zo wil de uitdrukking, de sterren van de hemel kan spelen. Schijnbaar moeiteloos ook nog. Alles bij elkaar is het een flinke verzameling creatievelingen, waartussen ik geklemd zit als een kansloze gnoom. Het enige wat ik namelijk kan, is wetteksten bestuderen. Laten we eerlijk zijn, dat is niet zo indrukwekkend. In wezen komt het neer op langdurig precies lezen, wat je alleen kunt volhouden als je te saai bent voor andere dingen in het leven.

Afijn, terwijl mijn schoonzus de materialen bijeenzocht die zij nodig had voor haar volgende creatie, ging ik verftubes en penselen aaien. De stellingen puilden uit van de mooie spulletjes en er moet iets in de lucht hebben gehangen, want ineens begon ik te denken dat ook ik verf moest hebben. Op de tubes stond het hoofd van Van Gogh afgebeeld alsof hij een zegen uitsprak over eenieder die ermee aan de slag zou gaan. 

Hebberig begon ik een winkelmandje te vullen, fantaserend over de waanzinnige schildertalenten in mij die nu eindelijk hun weg naar buiten zouden vinden. Wie weet wat ik allemaal zou kunnen maken! Op dat moment trok mijn zoontje aan m’n hand met de mededeling dat hij in z’n broek had gepiest. Met hervonden realisme liep ik de winkel uit, zónder de mooie spulletjes. Ach, ik zou ook niet weten wat ik met al die penselen had gemoeten.

Er werd vroeger bij ons thuis niet geknutseld en aan hobby’s deden we evenmin. De gangbare vrijetijdsbesteding bestond uit het bezoeken van familie, dan werd er gegeten en luid gepraat met een schreeuwende Arabische nieuwszender op de achtergrond. Mijn familie is kennelijk geen uitzondering; onlangs las ik dat Marokkaanse ouderen niet goed meekomen met reguliere activiteiten in verpleeghuizen omdat ze niet gewend zijn aan hobby’s. Er moet ‘cultuursensitieve zorg’ aan te pas komen om geschikte activiteiten te vinden zoals koken of tuinieren. Dat zie ik mijn ouders op hun 80ste inderdaad eerder doen dan fröbelen of schilderen. Toen ik dromend door die mooie tekenwinkel liep, kon ik m’n moeders commentaar al horen: ‘Ewa safi, bqiti bla sjgol?’ Oftewel: tjongejonge, heb je niks beters te doen?

Op Netflix zag ik een documentaire over de kunstenaar Olafur Eliasson. Hij definieert kunst als het vermogen van de wereld om zichzelf te onderzoeken en een innige relatie met zichzelf te hebben. Zo beschouwd valt er inderdaad niets beters te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden