COLUMNALEID TRUIJENS

Aantoonbare discriminatie, die zien we in het onderwijs in harde cijfers

.Beeld .

Zijn mensen pas racistisch als ze racistische bedoelingen hebben en anderen kwetsen of achterstellen? Of is er altijd sprake van racisme als mensen zich gekwetst of benadeeld voelen vanwege hun afkomst of huidskleur? Tussen die twee polen beweegt het debat en golft de emotie.

Mij lijkt het nóg pijnlijker om afgewezen te worden om hoe je eruitziet en waar je vandaan komt dan om vals beschuldigd te worden van racisme. Maar het maakt mensen ook razend als ze worden beticht van ‘onbewust’ racisme; begrijpelijk, want verdediging is onmogelijk.

Mark Rutte en zijn VVD vinden traditioneel dat er alleen sprake is van racisme bij bewuste intenties; vandaar dat Rutte Zwarte Piet een onschuldig symbool noemt. Maar hij schuift iets op. Hij ziet, in het echte leven, dat mensen zich diep gekwetst voelen door racistische uitingen. Hij spreekt jongeren, vertelt hij in Het Parool, die ‘niet Jan of Mieke heten’ en geen stageplaats of baan kunnen krijgen. Vreselijk vindt Rutte dat, ‘in een fatsoenlijk land’.

Het is een ‘systemisch’ probleem, het zit ingebakken, ietsje minder vreselijk dan systematisch of institutioneel racisme. Maar als de burger vraagt ‘Wat doet Rutte?’, vindt hij dat de verkeerde vraag. De burger moet zélf ‘in opstand komen’. Dat zal de burger die – vermeend, bewust of onbewust – racistisch is, nooit doen. Aan zijn fatsoenlijke zelf mankeert niks. Racistisch, dat zijn de anderen.

Tussen racistische intenties en gekwetstheid door racisme zit nog iets: aantoonbare discriminatie. Die zien we in het onderwijs, in harde cijfers: de ‘overadvisering’ in groep 8 van kinderen van hoogopgeleide ouders, en ‘onderadvisering’ van migrantenkinderen. In de grote steden is het verschil bijna karikaturaal, zoals een recent onderzoek toont: van de Amsterdamse leerlingen met een Citoscore havo en hoogopgeleide ouders kreeg 63 procent toch een vwo-advies; van de kinderen met laagopgeleide ouders werd 36 procent onderschat.

Deze cijfers ondersteunen een standaarditem uit levensverhalen van migrantenkinderen die succesvol zijn, als schrijver, zanger of politicus: het genadeloze vmbo-advies in groep 8, terwijl hun Cito-toets uitwees dat ze beter konden. Dat onrecht wakkerde hun ambitie aan, maar de meeste mensen berusten erin en de scholen ook: een makkelijke leerling op het vmbo is een heerlijke leerling.

Onder- en overschatting is niet de ‘schuld’ van individuele leerkrachten. Van bewuste discriminatie is zelden sprake; ze is geklonken in de schoolcultuur. Niemand wil het, maar het gebeurt. Kinderen worden uit liefde onderschat: het voelt zich vast niet thuis op die elitaire school, het is fijner als het niet ‘op zijn teentjes hoeft te lopen’. Thuis is ‘weinig steun’. Terwijl kinderen die ondanks hindernissen een hoge Citoscore halen, topleerlingen zijn.

Waar oordelen van mensen afhangen, sluipen vooroordelen binnen. Ook in het hoger onderwijs. Bij instellingen die zelf hun studenten mochten selecteren, halveerde meteen de instroom van studenten met een migratieachtergrond (Inspectie van het Onderwijs 2018).

Voor de bestrijding van ‘systemische’ discriminatie moeten we wél bij Rutte en de zijnen zijn. Er is effectief beleid tegen mogelijk, als de politieke wil er is. Hoge verwachtingen hebben van alle leerlingen, hen niet afrekenen op hun veronderstelde niveau maar op gemeten prestaties, dat kan de overheid eisen van scholen. Een helder systeem van doorstroming en selectie, met objectieve criteria. Dat voorkomt een hoop verdriet en frustratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden