Opinie Klimaatbeleid

Aanpak klimaatbeleid kan bij het brandhout

Inzetten op meer biomassa en minder gascentrales: een onbegrijpelijk dwaalspoor van ‘groen’ kabinet.

Op kolen- en biomassa gestookte energiecentrale Engie op de Eerste Maasvlakte. Beeld Peter Hilz

Het kabinet, de grote energieverbruikers en het VNO-NCW nemen hun eigen klimaatdoelstelling nog steeds niet serieus. Over een termijn van ruim tien jaar zal de CO2-uitstoot globaal moeten halveren om de Parijse doelstelling te halen. Uitstel van die uitstootvermindering vergroot het ­risico dat het klimaat met zichzelf op de loop gaat, waarbij optredende veranderingen, zoals het afsmelten van poolkappen en permafrost, de opwarming ongecontroleerd versnellen. Daarom is er geen ruimte meer voor verder uitstel van het probleem dat al minstens dertig jaar op de politieke agenda staat.

Vrijwel alle wetenschappers zijn het erover eens dat in onze sterk marktgeoriënteerde economie, ­klimaatbeleid alleen kan worden gevoerd met marktgerichte maatregelen, dat wil zeggen door een economiebrede CO2-heffing. Pas dan krijg je een verschuiving naar innovatieve duurzame technologieën waarmee de markt zijn werk kan doen.

Bedrijven kunnen de CO2 -kosten doorrekenen aan hun klanten. En ja, dan krijg je een verschuiving naar een ander consumentengedrag en andere ­economische activiteiten.

Maar dat blijkt helemaal niet de ­bedoeling te zijn, want we blijven hangen in de oude structuren. Er mag blijkbaar niet aan de gevestigde belangen worden getornd. Daar zorgen de dames en heren van de stoomlocomotief en de paardentram wel voor. Die ‘houden wat je hebt’-nostalgie past ook goed bij het nieuwste dwaalspoor; we gaan weer – of eigenlijk nog meer – hout stoken. Het kabinet wil de inzet van te ­verbranden biomassa in vier jaar tijd vijftien maal zo groot laten worden. Op die manier gaan we juist meer, in plaats van minder CO2 uitstoten, doordat het verbranden van biomassa het klimaat meer belast dan kolen en zelfs twee tot driemaal erger is dan aardgas.

Tegelijkertijd leggen we de relatief schone gascentrales stil. Dit gebeurt allemaal omdat het kabinet rekent met de verouderde inzichten van 1995 en eerder, toen men nog kon denken dat de CO2 die vrijkomt bij het verstoken van hout weer op tijd zou worden opgenomen door het nieuw aan te planten bos. Maar dat bos ­begint pas na twintig jaar CO2 op te nemen en pas na tachtig jaar is die CO2 (als alles goed gaat) weer in het hout van die aanplant vastgelegd. Die tijd hebben we niet meer!

We moeten nu stoppen met brandstoffen met een grote CO2 -uitstoot en alles in het werk stellen om ons energiegebruik omlaag te krijgen; zowel door verlaging van het energiegebruik als door het bewerkstelligen van een werkelijke en innovatieve transitie naar lagere CO2-uitstoot door de industrie, het verkeer en de landbouw.

Onbegrijpelijk is dat ‘het groenste kabinet ooit’ kolencentrales laat ombouwen tot biomassacentrales en een vrijbrief geeft voor tientallen kleinere biomassacentrales. Het kabinet ­tovert twee enorme konijnen uit de hoed. Ten eerste: de CO2-uitstoot van hout stoken − en de inzet van biobrandstoffen − zet het kabinet eenvoudig op núl. Van de circa 80 megaton CO2 die we in 2030 minder moeten uitstoten, zouden dan enkele tientallen megatonnen alleen maar op ­papier worden verminderd. Want die CO2 gaat wel degelijk de lucht in en wordt niet meer op tijd vastgelegd in het aangeplante bos, zoals we al zagen.

Ten tweede: biomassa telt als hernieuwbare energie. Nu al is 60 procent van onze hernieuwbare energie geen zon- en windstroom, maar biomassa. Maar biomassa kan niet meer als hernieuwbaar worden beschouwd en ook niet als klimaatvriendelijk. Bovendien worden de ­klimaatemissies bij de teelt en productie van houtpellets en de luchtvervuiling door houtstook genegeerd, evenals het feit dat we wereldwijd geen bos moeten kappen, maar juist moeten herstellen en uitbreiden. Door meer en volgroeide bossen koelt de aarde af, worden droogteperiodes minder erg en wordt de biodiversiteit bevorderd. En het is bovendien nog een uiterst kosteneffectieve maatregel om CO2 te reduceren.

Het kabinet overweegt nu vele ­miljarden aan bedrijven te geven die biomassa gaan stoken, waarbij de CO2-uitstoot op papier niet meetelt. Dat geld kan beter worden besteed aan ­innovaties en investeringen die industrie, verkeer en landbouw in staat moeten stellen om werkelijk te veranderen en zich tijdig aan te passen. Het geld dat uit de economiebrede CO2-heffing komt, is daar immers ook voor bestemd. Ook de werkgelegenheid zou daarmee gebaat zijn. Deze modernisering van de economie snijdt meer hout dan de grootschalige inzet van brandhout.

Louise Vet is directeur van het ­Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en hoogleraar Ecologie Wageningen University.
Klaas van Egmond
is hoogleraar Milieukunde en Duurzaamheid, Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.