Columnmax pam

Aan kwaad­aardigheid dacht ik niet bij de illustratie van de eeuwige Jood, wel aan onwetendheid

null Beeld

‘Kijk nou eens’, dacht ik, toen afgelopen maandag op de voorpagina van het V-katern Maurice de Hond stond afgebeeld als Der ewige Jude. De illustrator had er zichtbaar zijn best op gedaan en de redactie had er een mooie pagina van gemaakt. Mijn tweede gedachte ging ongeveer zo: als we de lagere school gewoon weer de lagere school noemen, met alleen rekenen, taal en geschiedenis, als de kinderen weer gewoon op straat moeten vragen wat neuken betekent, als we al die hooggestemde filosofieën over klimaat en dekolonisatie van de wiskunde voor een paar jaartjes – ik vraag niet veel – in de ijskast doen om te vervangen door een onderwijs in feiten en rugnummers, misschien komt het dan toch nog goed.

Aan kwaadaardigheid dacht ik niet, wel aan onwetendheid. Vaak is het ook onwetendheid van mensen die het goeie willen en dan precies het tegenovergestelde bereiken. Een vriend zette de bewuste illustratie op zijn Facebookpagina, voorzien van een cynisch commentaartje. Een uur later was zijn de post al weggehaald: haatzaaien. De censoren van Facebook hadden het cynisme niet begrepen en voor de zekerheid verwijderd. We worden in onze taal en oordelen steeds meer geregeerd door de Amerikanen. Wekelijks schiet een gunman in de VS een hele campus overhoop, maar tegelijkertijd – of misschien juist daardoor – wordt men daar in de menselijke relaties steeds sentimenteler, zoetsappiger en politiek correcter. Het is zoals Houellebecq opmerkte: ‘Alles kan altijd erger.’

Bij de Volkskrant discussieert men graag over de vraag of je blank moet schrijven of wit, of het vertaler moet zijn in plaats van vertaalster, en hoe je een transgender moet benoemen. We leven nu eenmaal in het nu en niet in het verleden, maar ondertussen grijnst de eeuwige Jood ons tegemoet met zijn net te grote neus en zijn brandende ogen als kolen. De inhoudelijke kritiek op De Hond is daarmee verzopen en daar kan ik wel vrede mee hebben. Ik heb het niet zo op podcasts, dat eindeloze geleuter van mensen die meestal te lui zijn om schriftelijk iets onder woorden te brengen.

Ik moest denken aan het interview met Abdelkader Benali, dat onlangs in deze krant stond. Die zou in De Nieuwe Kerk de 4-meilezing houden, tot men erachter kwam dat hij zich op Twitter had geërgerd aan de vele rondwandelende Joden in de Amsterdamse Beethovenstraat. Als verweer voerde hij aan dat hij in een dronken bui een grapje had gemaakt. Dat maakte de zaak erger. Dronken mensen hebben de vervelende gewoonte om onbedoeld hun waarheid te spreken en uit de boeken van Benali had ik bovendien niet de indruk gekregen dat humor zijn grootste kracht is.

Mij was het daarom een raadsel dat deze krant onlangs Benali over twee volle pagina’s heeft laten interviewen door Robert Vuijsje, de Volkskrants eigen expert in Joodse zaken en in dikke zwarte billen. Op twee pagina’s mocht Benali zichzelf tot slachtoffer uitroepen. Wie hem niet wilde geloven, kon een proces verwachten.

Als veelvuldig jurylid, talkshowgast en quizdeelnemer, kortom als de inclusieve oppermandarijn van het literaire leven, moet Benali gedacht hebben dat hij niet alleen Robert Vuijsje alles wijs kon maken, maar daarnaast zo’n beetje iedereen die met gefronste wenkbrauwen zijn tweets had gelezen. Dat lukte bijna, al had Arnon Grunberg – de Volkskrants andere expert in Joodse zaken (en in verlegen meisjes) – tenslotte enige twijfels.

Dat alles was nauwelijks de moeite van het vermelden waard geweest, als Benali de afgelopen dagen op Twitter niet Lale Gül de les was gaan lezen. Het is waar dat op haar boek Ik ga leven stilistisch veel aan te merken valt, hoewel ik sommige verhaspelingen van een Koot & Bie-achtig niveau vind. Een redacteur had er iets beters van gemaakt, mogelijk ook iets dat minder levensecht was geworden.

Momenteel lees ik de correspondentie tussen Willem Frederik Hermans en de taalkundige Frida Smit Duyzentkunst. Hermans ging vaak bij haar te rade, met als resultaat stilistische oefeningen op de vierkante millimeter. Lale Gül is iets héél anders. Maar wat wil je? Ze is 23 jaar. Alle richtingaanwijzers wezen naar de andere kant, toen zij het plan opvatte een boek te schrijven. Bij De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld had ik nog het gevoel dat ik dit – van Jan Wolkers, tot Maarten ’t Hart en Franca Treur – wel kende, bij Ik ga leven las ik toch iets dat ik niet eerder had gelezen.

Ook in Benali’s eerste boeken staan veel zinnen die zelfs een hijskraan niet overeind kan trekken. Een zekere bescheidenheid in dit opzicht past hem wel. Op Twitter kroop hij overigens meteen weer in de slachtofferrol. Het waren de racisten en de bruinen die hem bekritiseerden om zijn kritiek op Lale Gül.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden