COLUMNPeter Middendorp

Aan deze gedachten houd ik me vast – ik ben normaal

Als ik mensen tegenkom op straat vraag ik weleens van een afstandje: ‘En, hoe gaat het, wil het een beetje allemaal?’ Als ze klaar zijn met antwoord geven  dit is afgelast, dat is verschoven, dat gaat ook nog moeilijk worden – zeggen ze, in plaats van mij gewoon de wedervraag te stellen, met enige afgunst en soms zelfs wat misprijzen in de stem: ‘Zo. Nou. En voor jou is er zeker niks veranderd.’

Mis. Ik heb gezelschap. Ieder uur, elke seconde, heel dichtbij. Ook nu, terwijl ik dit schrijf, hangt er een 9-jarige in mijn nek – papa is geen klimrek, lieverd. Had ik al eens verteld hoe ik door twintig jaar alleen werken langzaam gek geworden was? Nou, gezelschap is nog veel erger, de gekte groeit me van puur gezelschap de grafieken uit.

Het werken aan een roman is dan ook tot stilstand gekomen, verzand in thuisonderwijs, badminton en vitamine aandacht. Dus ben ik de boel maar eens gaan printen en lezen. Sindsdien, als ze me vragen hoe het gaat met de roman, wat bijna nooit gebeurt, ik moet mijn gezelschap met drang tot het onderwerp bepalen, anders komt het er niet van, kan ik antwoorden: ik zit in de paniekfase, als je het zo graag wilt weten, de fase van de wanhoop.

Van truckers kan iedereen zich meteen voorstellen wat het voor ze betekent als de grenzen vanwege het virus worden gesloten, of van de reisbranche, maar over het lot van schrijvers van internationale roadnovels, die op het punt staan letterlijk grenzen te overschrijden, hoor je niets, het is dat ik er nu zelf over begin, terwijl voor hen de gevolgen ook rampzalig zijn. En dan is de tijdgeest ook nog eens verdwenen, terwijl de nieuwe nog niet is gearriveerd – de schrijver die maar naar één tijdgeest probeerde te reiken, viel tussen twee tijdgeesten in naar beneden, een onbekende diepte in.

Ik belde een vriend om raad, en die haalde, nadat hij me had aangehoord, een uitspraak van Nietzsche aan: ‘Bleibt der Erde treu’, blijf de aarde trouw, wat wijze woorden waren, breed toepasbaar, die weinig van mijn tekst overeind lieten staan.

Ik belde nog een vriend. Hij zei: ‘Dat heb ik ook gehad, bij m’n vorige boek, toen wist ik ook niet waar ik van walging heen moest kruipen. Ik belde toen ook een schrijver en ik vroeg hem op de man af: ‘Kun je me helpen?’ ‘Nee’, zei de schrijver, ‘maar ik kan je wel zeggen: Het komt vaker voor. Het is normaal.’’

Aan deze gedachten houd ik me vast – ik blijf de aarde trouw, ik ben normaal. Het zijn bevrijdende gedachten, die me helpen om op een nieuwe manier naar de tekst te kijken. Vijf maanden geleden had ik nog niets. Nu, na vijf maanden hard werken, heb ik een groot probleem. Dat is, als je er goed over nadenkt, vooruitgang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden