Column Daniela Hooghiemstra

Aan de morele steun voor corruptie en moord dankten westerse intellectuelen mooie carrières

Ergens anders willen zijn, is menselijk. Op vreemdgaan en op jezelf benevelen staat in Europa geen straf, en sinds het verdwijnen van het IJzeren Gordijn op reizen gelukkig ook niet meer.

Illusie, inkeer en terugkeer moet je mensen gunnen.

Lastiger wordt het, als het eigene voor het andere permanent wordt ingeruild. De gevolgen van drugsverslaving zijn bekend, dat tweede huwelijken tot problemen kunnen leiden weten velen intussen ook, en dat de gevolgen van migratie niet alleen maar positief zijn, hoef je aan niemand nog uit te leggen.

Niet alleen lastig, maar haast onbegrijpelijk wordt het, als de behoefte aan leven op een andere plek niet fysiek of materieel, maar ideëel is. Als de gedachte postvat dat rechtvaardigheid ergens anders wél bestaat. Dat het daar wél lukt om menselijke zwakheden zoals egoïsme en hebzucht uit te bannen. Als het geloof ontstaat dat ver weg een nieuwe, betere mens opstaat. Terwijl – en nu komt het aller onbegrijpelijkste – op die plek intussen juist gemoord en onderdrukt wordt dat het een lieve lust is.

De ‘uitreizigers’ raakten ervan overtuigd dat de strijders van Islamitische Staat al moordend en verkrachtend een betere wereld creëerden dan het kabinet-Rutte, of het gemeentebestuur van zeg, Best.

Hoe onbegrijpelijk dat ook is, uniek is het niet. De verbeeldingskracht die nodig is om in misdadige regimes een belofte te zien, was in Europa zelfs jarenlang een vereiste om in bepaalde intellectuele kringen serieus genomen te worden.

Schrijver Jean-Paul Sartre zong de lof op Stalin, die meer mensen uitroeide dan Adolf Hitler. Harry Mulisch bewonderde Fidel Castro, die zijn collega’s in diepe kerkers smeet, maar het hem tijdens promotiereisjes aan niets liet ontbreken. Tijdens de ‘reusachtige feesten’ waarvan Cuba volgens Mulisch ‘het geheim’ bezat, vielen armoede en onderdrukking hem niet op. Nederland, met zijn verdorven kapitalisme, kon nog wat van Cuba leren.

Maar het meest opmerkelijke staaltje van ideële Sehnsucht was toch wel de westerse verering van de Chinese ‘rode keizer’ Mao Zedong, die met de moord op zeventig miljoen mensen van alle dictators tot nu toe de recordhouder is.

Van de door zijn bewind strak geregisseerde reizen kwamen westerse intellectuelen jubelend terug. De bekende filmmaker Joris Ivens bracht met zijn film Hoe Yukong de bergen verzette een ode aan de Culturele Revolutie, die hij, ook nadat de misdaden algemeen bekend werden, nooit herriep.

De socioloog Wim Wertheim deed als wetenschapper geen onderzoek naar de situatie in China, maar naar hoe de revolutie in dat land zijn eigen opvatting dat het westerse kapitalisme niet deugde, illustreerde. Zijn autoriteit als wetenschapper gebruikte hij om kritische waarnemers ter plekke als on-academisch te diskwalificeren.

Doordat hij in zijn ‘reisverslagen’ intussen optrad als spreekbuis van het regime, wekte hij de woede van columniste Renate Rubinstein. Maar zijn reputatie bleef overeind.

Na zijn overlijden in 1998 werd hij in de Volkskrant herinnerd als een ‘tegendraadse pleitbezorger‘ van een ‘derde weg’, die met zijn geloof in de ‘kracht van revolutie talloze studenten inspireerde’.

Toen sinoloog Simon Leys in zijn boek Chinese Schimmen in 1976 aantoonde hoe Mao het land en de bevolking kapot maakte, deed De Groene Amsterdammer dat af als ‘moralistisch gebabbel’, dat voorbijging aan de ‘concrete resultaten van het communisme’.

Het is fascinerend hoe de hoogste morele doelen voor de grootste misdaden blind maken. Maar niet hoeven zien, is ook een luxe die je kunt koesteren. De strakke pr van de regimes bood intellectuelen een heerlijke vakantie van de werkelijkheid, waar de theorie van opknapte.

Na de geregisseerde bezoekjes keerden ze huiswaarts, om in het vrije Europa hun ‘kennis’ van het revolutionaire heil te delen. Dat dit door anderen met terreur en de dood werd bekocht, was niet hún zorg.

De intellectuelen brandden hun vingers niet aan de praktijk. Dat onderscheidt hen van de strijders die naar Syrië trokken. Omdat zij aan de misdaden niet zelf deelnamen, hoefden ze er ook geen verantwoording over af te leggen. Aan hun morele steun voor corruptie en moord dankten ze zelfs mooie carrières. Dat roept de vraag op wat hun beroep eigenlijk voorstelde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden