Aaf probeert al haar hele leven thuis te raken in de wereld van de zelfbruiner. Zonder succes

Zoals elk jaar als ik naar een warm land op vakantie ga en aan mijn benen zie dat ik heel lang in een koud land heb verkeerd, overweeg ik de applicatie van zelfbruiner. Ik heb in de vorige zin het woord applicatie gebruikt omdat het dan klinkt alsof ik een professionele beautyvlogger ben, iemand die thuis is in de wereld van de zelfbruiner, maar dat ben ik niet.

Het is namelijk heel moeilijk om thuis te raken in de wereld van de zelfbruiner. Als bleke tiener deed ik mijn eerste poging en kocht een klein bruin potje met daarin een soort wondermiddel, smeerde dat op een zondag op mijn hoofd en ging op maandag oranje naar school. Omdat ik op een kakschool zat, vroeg iedereen mij of ik geskied had in het weekend, maar ik had nog nooit geskied. Ik liet het maar in het midden.

Later volgden er andere experimenten met zelfbruiners, die nooit het gewenste effect hadden. Het ergste aan zelfbruiner is de geur. Er zit iets in, vloeibare zonnestralen, en vloeibare zonnestralen stinken verschrikkelijk. Wee en doordringend tegelijk. Als je eenmaal door jezelf gebruind bent, moet je voor straf dag en nacht in die geur verkeren. Ik lag soms wakker lag van die geur als ik dat spul had gebruikt. Zo erg was het.

Maar zoals met alles is er nu ook veganistische, biologische zelfbruiner. En die schijnt niet te stinken. Ik was toch weer gegrepen, zocht op internet en vond daar dat de veganistische, biologische zelfbruiner ontwikkeld was door iemand die Jules Von Hep heette. Jules Von Hep is de ‘bruinmaker van de beroemdheden’ (vieze vertaling van celebrity tanner). Jezus, er waren dus ook al celebrity tanners met zelfbedachte namen, en die ontwikkelden veganistische, biologische zelfbruiners.

Zoals het gaat met de tunnel van het internet las ik daarna alles over Jules Von Hep, want hij geeft regelmatig interviews, bijvoorbeeld over zijn levenslessen. Een paar van de levenslessen van een celebrity tanner zijn: ‘Verlaat nooit het huis zonder mousse en een handschoen’, ‘Geduld is een deugd’ en ‘Een mens kan maar zoveel geven’ (dit laatste ging over cliënten die geen respect hebben en altijd maar meer verlangen op bruiningsgebied).

Dit leidde mij ertoe om eindelijk maar eens te concluderen dat zelfbruiner iets verschrikkelijks was. Dan maar wit op vakantie. Dan maar uitstralen dat ik een toerist was. Dat ben ik toch wel, met mijn witte kinderen en mijn zonnebril en pet en factor 50 en Lonely Planet en voor de zekerheid ook de Trotter en de nieuwe rugzak vol spelletjes en puzzels en het onberispelijke strandlaken en de licht verwilderde blik.

Over een dag of vijf zal ik rozig-bruin zijn. Ik heb Jules Von Hep niet nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden