Column Aaf Brandt Corstius

Aaf kreeg buikgriep op de camping. Dat was precies zo erg als het klinkt

Inmiddels dacht ik dat ik het allemaal kon. Slapen op de camping. In de ochtend uit de tent komen op de camping. Poepen op de camping. Eén ding daarover: je hoeft in deze moderne tijden bijna nooit meer met een wc-rol onder je arm naar de wc. Overal hangen wc-rollen, of zelfs kekke Torkautomaten waar je losse papiertjes uit kunt trekken. Dat is prettig. Het is ook jammer, want je kunt nooit meer rustig op een stoel voor je tent zitten en met zekerheid over een voorbijganger tegen elkaar zeggen: ‘Die gaat poepen.’ En dat was, samen met badmintonnen en de afwas doen, toch een van de belangrijkste vormen van vertier op een camping.

Een ding had ik nog niet onder de knie, omdat ik het nooit had hoeven doen: kotsen op de camping. Maar op de kleine camping in Italië waar wij stonden, kwam een gezin met buikgriep aan. Een van hun gezinsleden raakte een kraan in het wc-hok aan. En toen had de hele camping buikgriep.

Een hele camping met buikgriep, met 36 graden in de schaduw – dat is waar Dante de inspiratie voor dat hele verhaal over die kringen van de hel vandaan heeft. Ik weet niet meer of de eerste of de negende kring nou de ergste was, maar dit was in ieder geval een hele erge.

Hoewel de rest van de camping ook aan het kotsen was – terwijl ik op handen en knieën achter de tent rondkroop op zoek naar mijn emmertje, zag ik uit mijn ooghoek mijn zoon onder een boom over zijn nek gaan en een vrouw kokhalzend de steile heuvel oplopen naar haar tent – voelde ik toch gêne. Hieruit leidde ik later af, want op dat moment kon ik niet nadenken, dat ik heel veel innerlijke beschaving bezit.

Maar wat heb je aan innerlijke beschaving als je hele innerlijk eruit wil? ‘We moeten naar een huisje’, kermde ik tegen mijn man. De rest van de camping kon misschien overgeven in de vrije natuur of, erger, in een wc-hok, ik moest stenen muren om me heen en een badkamer en een stenen wc-pot die alleen mijn zoon en ik mochten bevuilen.

We sliepen een nacht in een huisje, mijn zoon en ik dronken slokjes water, alles was weer goed. We keerden terug naar de camping waar ik de rest van onze dagen gadesloeg hoe onze buurjongen overgaf in een te klein Tupperwarebakje.

En we reden door naar de volgende camping.

‘Mijn buik voelt raar’, zei mijn man toen we er aankwamen.

Nu waren wij dat gezin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.