Column Aaf Brandt Corstius

Aaf had een terugval op Black Friday: ‘Alles met twintig procent korting. Alles. De hele winkel. In een heleboel winkels’

De afgelopen jaren vertel ik graag aan mensen hoe druk ik ben met weinig kleren kopen – dat is iets waar je druk mee kunt zijn, al is het maar omdat je er constant over aan het praten bent. Maar deze Black Friday, de eerste Black Friday in mijn leven die ik bewust meemaakte, bleek dat allemaal ineens kletskoek en grootspraak, alsof ik een afgekickte drugsverslaafde was die het aanhoudend over haar twaalfstappenplan en haar nieuwe, reine leven had maar in aanraking met één aangeboden snuifje of spuitje ineens weer overstag ging. Een terugval.

Andere jaren had ik het nooit door dat het Black Friday was, want aan het hele fenomeen winkelen deed ik dus niet meer. De hele druk van winkelen is er sowieso al decennia af, niet alleen door mijn eigen besef dat de wereld aan winkelen ten onder gaat, maar ook omdat je bij alles wat je ziet, kunt denken: ‘Bestel ik nog wel eens online’. Vroeger, ja, toen moest je echt toeslaan: dat ene paar gympen lag misschien volgende week niet meer in de winkel. En in dat toeslaan zat de hele lol, het was jagen, het had een zeker competitief en sportief element, het was iets heel anders dan thuis, loos, laat op de avond, een Zalandomandje virtueel vullen om het de volgende dag weer virtueel leeg te kieperen.

Enfin. Veel kledingwinkels hadden grote bogen met zwarte ballonnen voor hun ingangen neergezet, wat de hele boel iets naargeestigs gaf, alsof het een begrafenis voor de kleren was, of alsof ze wilden benadrukken dat de wereld ten onder ging aan de door hun eindeloos geproduceerde kilo’s textiel. Trok ik me niets van aan. Binnen liepen massa’s mensen jagend en graaiend rond, terwijl het vrijdag was, toch een gewone werkdag. Trok ik me ook niets van aan. Want: alles met twintig procent korting. Alles. De hele winkel. In een heleboel winkels.

Ik kocht: een hele grote zwarte trui, een hele grote groene jas, een gouden jurk en een paar beige laarzen met hoge hakken. Die jurk en laarzen komen op geen enkele manier ooit van pas, maar: twintig procent korting.

Pakken dus. Pakken wat je pakken kan. Afrekenen. Op de bon kijken hoeveel winst je hebt gemaakt. Veel winst. Door naar de volgende winkel.

Bij de Bijenkorf stond een rij, niet bij de kassa, maar al voor de draaideur. Er waren zoveel mensen die iets wilden kopen dat we rustig op elkaar moesten wachten om door de draaideur heen te draaien.

Ik keek diep op die rij mensen neer, en op mezelf. Het gaf een warm, verbindend gevoel. Die avond at ik voor het eerst in tijden weer vlees. Alle instincten waren tegelijkertijd wakker geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.