ColumnWiBra

Aaf Brandt Corstius analyseert de twee wijze lessen die haar vader haar heeft meegegeven

null Beeld null

Mijn vader zei in mijn leven twee wijze dingen tegen mij, en die dingen waren: ‘Je moet altijd betaald krijgen voor je werk’ en, tijdens mijn eindexamen: ‘Je zult nooit meer zo veel moeten weten als nu.’

Even over dat betaald krijgen voor werk; voor sommige mensen klinkt dat als een voor de hand liggende mededeling. Maar als je werk schrijven is, of je sowieso een creatief beroep hebt, krijg je met enige regelmaat opdrachten waarvoor bij nader doorvragen ‘geen budget’ blijkt te zijn.

Dus iemand mailt bijvoorbeeld met montere toon het verzoek: ‘Wil je een voordracht van twee uur houden voor het tienjarig jubileum van een vereniging waar je nog nooit van hebt gehoord van een beroepsgroep waar je nog nooit van hebt gehoord op een plek die twee uur bij je woonplaats vandaan ligt en met het openbaar vervoer zevenenhalf uur?’ En dat je dan terugmailt: wat krijg ik daarvoor? En dat ze dan zeggen: ‘Nou, er is geen budget.’ Dan denk ik altijd aan de wijze woorden van mijn vader en zeg ik dat ik helaas geen werk kan verrichten voor geen budget.

Over naar de andere wijsheid: ‘Je zult nooit meer zo veel moeten weten als nu.’

Daar denk ik deze dagen veel aan, want mijn twee stiefkinderen zijn de hele dag aan het leren voor hun eindexamen. (Ze zijn een tweeling.) Als ik ze bezig zie, voel ik weer die keiharde knoop tussen mijn schouderbladen die ontstond in mijn eindexamenjaar, de constante last die ik voelde, de hoeveelheid onzinnige parate kennis over Cicero en het Interbellum en pi en het Franse woord voor ‘meute’, die ik geacht werd te hebben. En daarom zeg ik nu ook tegen ze: ‘Je zult nooit meer zo veel moeten weten als nu.’

Soms denk ik erachteraan: en je zult het allemaal weer snel vergeten, vooral dat over het Interbellum. Maar dat zeg ik er niet bij, want dat is niet motiverend als iemand net veertig bladzijden over het Interbellum aan het highlighten is.

Dat mijn vader die opmerking tegen mij maakte, was trouwens van een opvallende zachtheid, en daarom heb ik hem denk ik zo goed onthouden. De rest van mijn schooltijd zei hij altijd ‘Dat is één punt te weinig’, als ik met een negen op mijn rapport thuiskwam.

Die harde aanpak had trouwens wel effect, want mijn hele schooltijd werkte ik als een gek om hoge cijfers te halen. Pas op de universiteit bedacht ik ineens dat hoge cijfers nergens voor nodig waren, zolang je er maar doorheen zwijnde. Ik heb inderdaad nooit meer zoveel geweten als in de zesde klas van de middelbare school. Maar ik werd erna wel slimmer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden