OPINIE

65 te oud? Laat mij toch werken

Hij werd 65 en dus moest hij met pensioen. Maar Jan Tromp is het er niet mee eens. Hij wil en kan nog door. Je kunt iemand toch niet verplichten nog 20 jaar te moeten biljarten.

Beeld Robin de Puy

Ik ben 65, ik wil niet met pensioen. Vergeet het. Een kind van 13 heeft het sneller voor elkaar buitenshuis te wonen; het is makkelijker om op je 26ste nog eens te beginnen aan de middelbare school; om vrouw te zijn en 49 en je eerste kind te baren ligt eerder in het bereik dan het beleefde verzoek als 65-jarige nog even te mogen blijven.

Ik wilde niet met pensioen. Het moest. Alleen vanwege die leeftijd, 65, pas 65.

Minister Asscher heeft een paar weken geleden een wetsvoorstel naar de Kamer gestuurd met daarin de belofte aan de 65-plusser dat hij in dienst mag blijven als hij dat wil. Zo stond het althans in de krant. Maar als de hoogmogenden er niet voor voelen, kunnen ze ontslag eenvoudig aanzeggen. Ben je ook verbannen, zij het niet meer bij automatisme. En als je kan blijven, is het altijd voor minder geld en tegen minder rechten.

Principieel gaat het om het botte leeftijdsontslag, om geen enkele andere reden dan dat het zo nu eenmaal in de cao is geregeld. Het lijkt een anachronisme. Ook steeds meer 65-plussers werken, volgens het CBS zijn het er meer dan honderdduizend. Veruit de meesten zijn zzp'er. Het is ook mijn noodoplossing.

Journalistiek is niet in de eerste plaats een beroep, het is een bestemming, een manier van bestaan, vaak genoeg een reden van bestaan. Het is de liefhebberij in het schrijven, de faciliteit om nota bene tegen betaling de vinger aan de pols van de tijd te kunnen houden. De hoofdredacteur van het reeds lang vervlogen dagblad De Tijd, Joop Lücker, placht te zeggen als een redacteur zich meldde voor een bescheiden salarisverhoging: 'Mijnheer, een journalist wordt reeds betaald doordat hij zichzelf gepubliceerd ziet.' Het is niet onwaar.

Een einde is er niet

Die aantrekkingskracht geldt natuurlijk voor veel meer beroepen. Ik kan me voorstellen dat een hovenier hovenier is voor het leven. Wroeten in de aarde; het lijkt niet aan leeftijd gebonden. En al die keukenmeesters die deze week een Michelinster ontvingen of er naast grepen en ook zij die er een verloren, zullen kok zijn uit roeping. Een innerlijke drang, dat is het. Van een kwitantieloper die met zijn facturen in weer en wind van straat naar straat heeft moeten gaan om gesloten deuren te treffen of viswijven die met pek en zwavel dreigden, van zo'n man kan men zich indenken dat hij zegt: 'Genoeg geweest.'

Maar van alles waar een element van verslingering in zit, een liefde - en god zij gedankt geldt dit nog voor tal van banen - moet je zeggen: het zal ooit een begin hebben gekend, maar een einde is er niet. Er is wel een eind, maar dat schuilt in de dood. Niet in een briefje van de afdeling Personeelzaken waarin je verzocht wordt vanwege het verlopen van het dienstverband je personeelkaartje in te leveren bij het secretariaat. Dat is meer een vorm van levend begraven.

Als je beroep je leven is, bestaat bij consequentie tussen werken en vrije tijd geen verschil. Vanaf je 55ste, geloof ik, heb je volgens de krankzinnige journalisten-cao die aan alle kanten het werken tegenwerkt, recht op seniorendagen, in de wandeling ouwelullendagen genoemd. Je hebt er twintig per jaar. In de laatste tien jaar van je arbeidscontract kan je dus aanspraak maken op tien keer twintig, is tweehonderd extra vrije dagen; een heel arbeidsjaar is dat. In je laatste tien jaar mag je dus maar negen jaar werken.

Plaatsmaken

Het is nog erger geweest, het kan altijd erger. Tot 2005 hadden journalisten en zij niet alleen een cao waarin een vut-regeling was opgenomen, vervroegde uittreding. De idee was dat ouderen plaatsmaakten voor jongeren die stonden te trappelen (waarover verderop nog iets). Die vut was volgens de journalisten-cao verplicht. En je mocht niet meer publiceren, dan was je in overtreding en kreeg je geen uitkering. Wout Woltz, die in de jaren tachtig hoofdredacteur was van NRC Handelsblad, heeft het met recht 'een vorm van zelfverminking' genoemd, 'een schrijfverbod in ruil voor geld'.

Henk Hofland is de grote held geweest van het verzet. Hij moest op z'n 62ste met de vut, bij NRC Handelsblad, een krant die nota bene mede dankzij Hoflands gouden pen de race om het bestaan goed heeft kunnen volhouden. Hofland was verbijsterd; kan men zich dan niet voorstellen dat je schrijven nodig hebt om in leven te blijven?

Hofland voelde het beledigende stigma van de oude lul die wordt afgedankt. Hij wees op Ouwe Nol die op 85-jarige leeftijd furore maakte als Utrechtse crimineel, op Buñuel die op 72-jarige leeftijd de klassieker Le charme discret de la bourgeoisie draaide, op Picasso die op z'n 90ste nog volop werkte en hij noemde de plicht om van een recht gebruik te maken 'je reinste Roemeense dictatuur' (Ceaucescu zwaaide nog de scepter in Boekarest).

Uiteindelijk won Hofland. Dat wil zeggen: genadiglijk werd hem toegestaan geen gebruik te maken van de plicht tot vut. Hij kon blijven schrijven, als freelancer. Wel moest hij ontslag nemen bij de krant.

Er is nog iets anders ernstig mis, het best door de genoemde oude lullendagen gesymboliseerd. De suggestie dat je vanaf je 55ste op laatste benen begint te lopen, op kromme poten, stijf van de jicht. Natuurlijk zijn er mensen die het slecht getroffen hebben, die te lang als een schoorsteen zijn blijven roken of als een tempelier zijn blijven drinken of die anderszins door ziekte en kwelling worden ingehaald. Maar de meesten van ons zijn op hun 55ste een hoentje.

Beeld Robin de Puy

In 1860 lag de gemiddelde levensverwachting in Nederland op 37 jaar, overigens vooral vanwege de hoge kindersterfte. Maar tegenwoordig worden steeds meer mensen oud, echt oud. Het Actuarieel Genootschap heeft berekend dat 65-jarige mannen en vrouwen nog zo'n 18 respectievelijk 21 jaar te leven hebben, gemiddeld. Als je al die tijd al biljartend of bladblazend moet doorbrengen, is dat wreed.

Het beste is om leeftijdsloos te zijn. Mulisch, toen hij 50 was: 'Ouder geworden ben ik wel, maar dat wat ouder geworden is, is zelf niet ouder geworden.'

Het gaat erom wat je bent. Je bent echtgenoot; dat het beter was geweest daar niet op je 20ste aan te beginnen, is een ontdekking voor later. Je wordt vader; het blijkt ook op je 54ste nog een soepele exercitie. Je hebt een vak. Je liefde daarvoor telt. Leeftijd is een oninteressante categorie. Ervaring is interessant en het vermogen twee zinnen of meer in samenhang achter elkaar te tikken. Mag ik de voorzichtige suggestie doen dat iemand die een paar decennia bezig is ook iets extra's bij te dragen heeft?

65 worden vond ik opeens een probleem. Voor het eerst was leeftijd een ding. Het komt doordat er een kolossaal moment van wordt gemaakt. Niet door jezelf, maar door de anderen. Denk niet dat het leuk is om al in de aanloop naar je 65ste post te krijgen van een of andere ouderenbond. Zo'n brief hoef je natuurlijk niet te openen, maar evenzogoed weet nu ook de postbode hoe laat het is. 'Binnenkort bereikt u de mooie leeftijd van 65', staat er dan. 'Het betekent dat u kunt gaan genieten van een welverdiende nieuwe levensfase.' Eindelijk tijd om te puzzelen. Wat heb je niet allemaal? Sudoku's, Zweedse raadsels, crypto's, doorlopers, filippines.

Tegeltjeswijsheden

Dat er genoten moet worden, is nog het ergste. Als je pech hebt, krijg je met je 65ste lief bedoelde tegeltjes met wijsheden ('Een mooie toekomst ligt op je te wachten/om je jarenlange inzet te verzachten'). Of er is zo'n leuke koffiemok met toepasselijke tekst ('De mooiste jaren van je leven breken nu aan. Tijd voor jezelf. Tijd om te genieten.')

Ik probeer me voor te stellen dat er mensen zijn die mij beklagenswaardig vinden. Ik ken ze, ik ken hun van scepsis vervulde gezichten. 'Ach, jongen, ga toch lekker vissen. Geniet!', klinkt het uit hun monden. Zomers tsjoeke-tsjoeken in het bootje op de Bergsche Maas, twee keer per week een sloom balletje op de tennisbaan. En drie keer per jaar op reis, waarvan zeker één keer cultureel verantwoord.

Nooit wordt de vraag gesteld of je het wel wilt, die vorm van uitdrijven. En of het wel zo gezond is om nog jaren wat rond te hangen, totdat uiteindelijk de dood zegt dat het wel mooi is geweest. Ik kreeg een boek, How to retire, met over zeven pagina's een treurige opsomming van activiteiten tegen de verveling: 'Learn to be a child again, Paint a self-portrait, Paint your house, Have sex, Visit old friends' en zo nog tientallen andere deprimerende wenken.

Het is een gemene ingreep, dat verplichte pensioen, dat vertoon van willekeur - nu met 65, over een paar jaar met 67 en bij tegenwind straks zo maar met 70.

Er is één tegenargument dat ogenschijnlijk hout snijdt: de werkende aow'er zit anderen in de weg, met name jongeren die hunkeren naar een baan. Het is een argument dat in zijn consequentie naar de duivel voert. Hoe komt het dat je tijdens de spits in de trein altijd moet staan? Hoe komt het dat jongeren zo lang moeten wachten op een woning? Hoe komt het trouwens dat het land zo overvol is? Kunnen ze niet weg, al die mannen van weleer?

Hofland, in een gesprek voor Vrij Nederland met Mulisch en Blokker toen de heren alle drie 80 waren: 'Hoe oud we zijn, daar staan we niet bij stil. We tikken.' En zo hoort het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden