COLUMNSylvia Witteman

55, een leeftijd waarop gewone desillusies plaats beginnen te maken voor gestaag toenemende doodsangst

Mijn favoriete vakantiepark, het diep tragische, vervallen ‘Vacantievreugd’ in Zuid-Limburg, is vorig jaar tot op de laatste steen afgebroken. Er worden nu ‘smaakvolle’ villa’s van drie ton gebouwd, dus daar hoef ik nooit meer heen. Als ik iets smaakvols wil zien, ga ik wel naar een museum.

We belandden in een ánder Limburgs park; zeventien man, een baby, een poes en een grote braadpan vol stoofvlees. De zon scheen door alle regenvoorspellingen heen en ik was nog jarig ook. 55, een leeftijd waarop de gewone desillusies van het leven langzamerhand plaats beginnen te maken voor gestaag toenemende doodsangst.

Van mijn kinderen mocht ik niet zeuren. Zelf waren ze juist zo opgetogen, want ze zijn dol op vakantieparken. Vroeger vermaakten zij en hun vriendjes zich er hele dagen met pingpongen, zwemmen en kastanjes rapen, maar tegenwoordig bestaat het vertier vooral uit rondrijden in een door mij voor veel te veel geld gehuurd golfkarretje.

‘Kijk ze nou toch een schik hebben’, zei ik ontroerd tegen huisgenoot P. ‘En ze hebben ook nog een cake gebakken!’ De cake bleek een hasjcake, trouwens, wat die gierende lol wel verklaarde, en ik was opgelucht en dankbaar dat ik met mijn doorgaans zo stomme kop niet per ongeluk een plak van die cake had gesneden en opgegeten. Tip voor tieners: als je een hasjcake in de ijskast zet, plak er dan een briefje met ‘HASJCAKE’ op, in levensgrote letters, want je ouders zetten geen leesbril op als ze iets te eten pakken.

Van mijn oudste zoon had ik een mooi cadeau gekregen: een bon voor ‘tien vervelende klusjes’. Ik wist er meteen een: zijn baard afscheren, want met dat ding op zijn gezicht lijkt hij op Thierry Baudet. Mijn zoon keek moeilijk, maar verdween toch naar de badkamer. ‘Geef je mascara eens’, riep hij even later, maar ik vreesde (terecht, zo bleek later) voor een hitlersnor, dus die had ik zogenaamd niet bij me.

Toen hij ook dat laatste stukje snor na veel dreigen en vleien had afgeschoren, kon ik me getroost aan de rest van mijn verjaardag wijden. Met twee appels in mijn jaszak begaf ik me naar de kinderboerderij, op zoek naar een bonafide varken om te voeren.

Maar het varkenshok was leeg, evenals het kippen- en konijnenhok. Er lag nog wél stro in, en in dat stro zat een meisje van een jaar of 10 te telefoneren. ‘Pap’, zei ze. ‘Er zijn helemaal geen dieren. Alleen eenden. Eenden zijn echt kankersaai.’

Ik ging terug naar mijn huisje, waar ze slingers hadden opgehangen. Ook was er heel veel drank en eten. Wat er de rest van de avond gebeurde ben ik gelukkig vergeten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden