OpinieVermiste Kinderen

500 vermiste leerlingen: ‘Dit gaat niet langer om onderwijs, maar is een kwestie van veiligheid’

Sinds de lockdown zijn er nog vijfhonderd leerlingen vermist, terwijl de scholen al weken open zijn. Hoe kunnen honderden leerlingen zoekraken? En wat moet ertegen gedaan worden? ‘Het idee dat het aantal naar nul kan, is niet realistisch.’

Een leeg klaslokaal op een basisschool.Beeld ANP

Marc Dullaert (voormalig Kinderombudsman, oprichter KidsRights)

‘De leerlingen die nu vermist worden, zijn al ruim zeven weken van de radar. De eerste reactie op veel scholen deugt: er waren letterlijk leerkrachten die op de fiets sprongen om hun leerlingen te bereiken. Ook leerplichtambtenaren zijn betrokken bij het natrekken van vermiste kinderen. Toch hebben we nu honderden kinderen uit het oog verloren. Ze zijn niet alleen kwijt, er is ook vaak geen enkel contact mee. Mensen zien onvoldoende de ernst van deze situatie. Er is een verhoogd risico op huiselijk geweld in gezinnen door de coronacrisis. Vooral kinderen en vrouwen zijn daar slachtoffer van. Het gaat dus niet langer om onderwijs, dit is een kwestie van veiligheid. Daarom zou je politie of kinderbescherming moeten kunnen inschakelen bij de opsporing van verdwenen leerlingen.

‘De ministeries van Veiligheid en Justitie en van Onderwijs moeten dat beleid samen gaan coördinerend. Daarbij moeten experts uit de hele veiligheidsketen betrokken worden. En behalve nú ingrijpen moet er ook preventief beleid komen voor een tweede coronagolf later, als scholen misschien weer moeten sluiten.

‘Gedwongen thuisonderwijs pakt beter uit voor kinderen met hoogopgeleide ouders. Kinderen die de taal slecht spreken en wier ouders geen Nederlands kunnen, worden harder geraakt. Ook kinderen die in armoede leven, zo’n 270 duizend in Nederland bleek uit de deze week verschenen wereldwijde index, zijn vaak kleiner behuisd en leven in een groter gezin. Financiële zorgen verhogen de stress in het gezin, waardoor het risico op huiselijk geweld groter wordt. Als kinderen eenmaal in de hoek zitten waar klappen vallen, worden de klappen nu alleen maar harder.’

Marc Dullaert: ‘Als kinderen eenmaal in de hoek zitten waar klappen vallen, worden de klappen nu alleen maar harder.’Beeld ANP

Ewald van Vliet voorzitter (Stichting Lucas Onderwijs, 78 scholen, 36 duizend leerlingen)

‘In het begin van de crisis verloren we zicht op sommige leerlingen, op het dieptepunt waren 200 van hen onbereikbaar. Toen zijn we begonnen met ‘voordeurgesprekken’: leerkrachten en leerplichtambtenaren gingen langs bij niet aangemelde leerlingen en bleven voor de deur staan tot er met ouders en kind gesproken was. Dat bleek een zeer effectieve methode. Soms wisten buren dat gezinnen waren teruggekeerd naar het land van herkomst. Zelfs dan hebben we soms nog contact; er zijn kinderen die onze lessen vanuit Polen volgen. Inmiddels hebben we al onze leerlingen in beeld.

‘Nieuw landelijk beleid opstellen, lijkt mij geen goed idee. Er is al een efficiënte structuur: we hebben al leerplichtambtenaren die hun werk goed doen, en in ernstige gevallen komt daar bureau Jeugdzorg bij. Er is dus al prima wetgeving. Bovendien heeft de gemeente een wettelijke taak bij te springen. Pas als er sprake is van verstoring van de openbare orde en veiligheid, zou ik de politie betrekken. We zien vaker dat leerlingen onverwacht terugkeren naar hun land van herkomst, dat wordt nu versterkt door de coronacrisis. Deze leerlingen beheersen de taal niet goed, hun ouders evenmin. Als een kind niet begrijpt wat er gebeurt of verwacht wordt, is het lastig aanmelden. Dat houd je met geen leerplichtambtenaar of landelijk beleid tegen. Velen van hen schrijven zich niet netjes uit als ze verhuizen. Volgens het systeem zijn ze dan nog hier, de werkelijkheid is anders. Ik vraag me dan ook af of die 500 verdwenen leerlingen nog in Nederland zijn. Het aantal vermiste kinderen is procentueel gezien goed te overzien. Het idee dat het aantal naar nul kan, is denk ik niet realistisch.’

Ewald van Vliet.

René Peters (Tweede Kamerlid CDA, oud-wethouder onderwijs)

‘Zodra een leerling vermist wordt, moet er een aantal stappen genomen worden. Allereerst moet de mentor of leerkracht het kind proberen te bereiken door te bellen en mailen. Als dat niet lukt, kunnen ze zelf langsgaan of een leerplichtambtenaar inschakelen. Ouders kunnen zich immers niet zomaar onttrekken aan de leerplicht, daar staan zware straffen op; het geldt officieel als een mishandeling. Als de leerplichtambtenaar na bezoek – officiële term: fysiek onderzoek – ook geen contact kan leggen, heb je een vermissing. Dan moet de politie sowieso ingeschakeld worden.

‘Als iedereen zijn werk goed doet, wordt er dus steeds opgeschaald en komt de politie als sluitstuk bij de zaak. Dit is al een compleet systeem, er hoeft verder niks opgetuigd te worden. Er ligt wel een grote verantwoordelijkheid bij leerkrachten om meteen te bellen bij afwezigheid; doen ze dat niet, dan doen ze hun werk niet goed. Zo bezien is het eigenlijk onmogelijk dat 500 leerlingen buiten beeld zijn. Men heeft dan steken laten vallen. Het beleid klopt, maar moet wel consequent uitgevoerd worden. Dat schiet soms misschien tekort omdat mensen er niet aan toekomen iedereen na te trekken. In dat geval kampen we niet met een beleidsprobleem, hooguit met een capaciteitsprobleem.’

René Peters: ‘Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de leerkrachten.’

Theo Kosterink (een van de drie bovenschoolse directeur van De Haagse Scholen, 52 scholen, 15 duizend leerlingen)

‘Ik had deze maanden de taak om van al onze scholen in de gaten te houden welke leerlingen buiten beeld waren. Per week rapporteren de scholen welke leerlingen hoe lang, wanneer en waarom buiten beeld waren. Ook moeten ze aangeven welke pogingen al ondernomen zijn om hen te bereiken. In het begin van de crisis waren er zo’n 150 tot 200 leerlingen buiten beeld. Dat is wel iets anders dan een ‘vermiste leerling’. Bij een vermissing zijn ze verdwenen, bij ‘niet in beeld’ kun je ze nog opzoeken en op andere manieren bereiken.

‘Dat zoveel leerlingen in eerste instantie onregelmatig bereikbaar waren, komt doordat we in heel rap tempo moesten omschakelen van schoolonderwijs naar digitaal thuisonderwijs. De problemen hadden vooral te maken met ouders die niet konden meeschakelen; de kinderen zijn van die ouders afhankelijk. Sommige kinderen hadden geen laptop of internetverbinding. We konden van scholen of in samenwerking met andere instanties computers leveren en in enkele gevallen ook afspraken maken met providers die versneld een internetverbinding aanlegden. Er is heel goed samengewerkt met wijkagenten, met leerplichtambtenaren en schoolmaatschappelijk werkers.

‘De uitdaging is niet om landelijk nieuw beleid te maken, maar om de urgentie waarmee we nu konden optreden, te behouden na de coronacrisis. Niet eerst een formele melding naar de leerplichtambtenaar die dan na een vast aantal dagen verzuim een brief stuurt naar de ouders, maar direct een huisbezoek aanvragen dat dezelfde dag nog wordt afgelegd. Als we dat doortastend optreden en die goede samenwerken kunnen behouden, hebben we in zekere zin baat bij de crisis.’

Theo Kosterink. Beeld Esther Witkamp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden