4 strategieën die sceptici gebruiken om uit te leggen dat toeval niet bestaat

Column Ionica Smeets

Tijdens een diner vertelde iemand enthousiast dat haar collega Cees van Kooten een dochter heeft die Kim heet. Net als de beroemde vader en dochter! Heel de tafel beaamde dat dit wel héél bijzonder was. Heel de tafel? Nee, een kleine wiskundige bleef moedig weerstand bieden aan dit overweldigend enthousiasme.

Ik bedacht namelijk bij mezelf dat Van Kooten best een gangbare achternaam is en dat Kees en Kim ook geen heel zeldzame voornamen zijn. Het is dus niet zo verrassend dat er twee van die vader-dochter-combinaties zijn. Bovendien is Cees niet hetzelfde als Kees. Daarbij, misschien had Cees zijn dochter wel bewust vernoemd naar de Kim van zijn beroemde naamgenoot. Nee, al met al was dit helemaal niet zo bijzonder.

Niet geheel toevallig las ik even later Naar alle onwaarschijnlijkheid van Klaas Landsman – een diepgravend boek over de rol van toeval in de wetenschap en ­filosofie. Je merkt in het eerste hoofdstuk meteen dat Landsman een wiskundige is, want hij zorgt dat eerst precies duidelijk is waar we het over hebben. Daarvoor haalt hij de definitie van een coïncidentie aan: ‘een verrassende samenloop van omstandigheden, opgevat als zinvol verbonden, ogenschijnlijk zonder causale samenhang’. Dat laatste betekent dat bij de genoemde samenloop van omstandigheden niet duidelijk het één veroorzaakt mag zijn door het ander. Niemand vindt het een coïncidentie dat Donald Trump jr. vrijwel dezelfde naam heeft als zijn vader.

Landsman beschrijft hoe nuchtere mensen, zoals hijzelf, gedecideerd ‘nee’ antwoorden op de vraag of coïncidenties überhaupt bestaan. Hij beschrijft vier strategieën die sceptici gebruiken als iemand vertelt iets héél bijzonders te hebben meegemaakt.

De eerste is laten zien dat de samenloop van omstandigheden helemaal niet zo verrassend was, bijvoorbeeld door uit te rekenen dat de kans op zo’n gebeurtenis veel groter is dan je intuïtief zou denken.

De tweede strategie is het weghonen van de zinvolle verbondenheid – al is die aanpak meestal gedoemd om te mislukken. Landsman waarschuwt dat je al snel belandt in een algemene discussie over kille wetenschap versus ongrijpbare zingeving. Gelukkig is er nog een derde strategie voor sceptici: aantonen dat er wel degelijk een causaal verband tussen de gebeurtenissen zat.

Mmm… toen ik dit zo op een rijtje zag, leek dit verdacht veel op hoe ik reageerde op het verhaal over die Van Kootens.

Eerst opmerken dat deze combinatie van namen niet zo heel verrassend is. Vervolgens een beetje flauw op een detail ingaan (hier was niet echt sprake van een zinvolle verbondenheid, dus die hoefde ik niet weg te honen). En dan nog een causaal verband zoeken door de vernoeming te suggereren.

En dan heeft de ware scepticus altijd nog een vierde strategie over: schamper opmerken dat het ‘toeval’ is en dat dit niets betekent. Alleen had ik net als Landsman ook al ontdekt dat discussies over toeval nogal polariserend werken en dat veel mensen flink chagrijnig worden als je bijzondere gebeurtenissen in hun leven vrolijk kapot analyseert.

Dus hield ik mijn mond netjes dicht bij het enthousiaste verhaal over Cees en Kim van Kooten. Maar een volgende keer raad ik mensen die vertellen over een coïncidentie misschien toch aan om Naar alle onwaarschijnlijkheid te lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.