ColumnIonica Smeets

3,8 besmettingen per coronapatiënt? Er is een virus dat zich nog veel sneller verspreidt

Het enige dat zich sneller lijkt te verspreiden dan het coronavirus, zijn de geruchten over het coronavirus. In veel berichten speelt het besmettingsgetal een grote rol. Dat getal geeft aan hoeveel nieuwe mensen één patiënt gemiddeld besmet in een bevolking die nog niet is geïnfecteerd.

Als dat besmettingsgetal onder de één is, dan besmet elke nieuwe patiënt gemiddeld minder dan één andere persoon, zodat er geen sprake zal zijn van een uitbraak. Als het besmettingsgetal groter is dan één, dan kan er een epidemie ontstaan, waarbij het aantal besmettingen razendsnel groeit.

Zoals Volkskrant-wetenschapsredacteur Maarten Keulemans al beschreef in Feit en fabel over het nieuwe coronavirus is er nog veel onduidelijk over het besmettingsgetal van het coronavirus. Wetenschappers maken schattingen op basis van de beperkte data. Vorige week ging er een schatting rond van 3,8.

Dat zou betekenen dat elke patiënt gemiddeld 3,8 nieuwe mensen besmet. Het kan daarbij zo zijn dat de meeste mensen niemand besmetten en dat sommige mensen héél veel mensen besmetten, maar laten we eens doorrekenen met dat gemiddelde. Je begint met één patiënt, die besmet afgerond 4 anderen en na twee stappen heb je 3,8 maal 3,8, oftewel ongeveer veertien zieken. In de volgende stap 54, daarna 208 en na 17 stappen zit je op 7.183.252.662 mensen en is zo ongeveer de hele wereldbevolking besmet. Dat klinkt angstaanjagend.

‘HOLY MOTHER OF GOD’, schreef de Amerikaans-Chinese epidemioloog Eric Feigl-Ding dan ook over dat genoemde besmettingsgetal van 3,8. Hij omschreef het als ‘thermonucleair pandemisch niveau slecht – nooit zo’n besmettingsgetal gezien in mijn hele loopbaan. Ik overdrijf niet…’

Blijkbaar heeft Feigl-Ding dan nog nooit gehoord van dat vreselijke virus met een besmettingsgetal van boven de 8. Waar geen medicijn tegen helpt. Mijn kinderen hebben dat virus overigens allebei overleefd – net zoals de meeste kinderen in Nederland. Want het betreft namelijk de waterpokken: een virus dat dus enorm besmettelijk is, maar relatief ongevaarlijk.

The New York Times maakte een plaatje waarbij voor verschillende virussen zowel het besmettingsgetal als het sterftecijfer wordt gegeven. Waterpokken staat hoog qua besmettelijkheid, maar qua sterftecijfer op 0 procent. Ebola heeft een besmettingsgetal van 2 en een enorm hoog sterftecijfer van 50 procent.

Deze getallen zijn heel moeilijk te berekenen en voor het coronavirus veranderen de schattingen nog snel. Op het moment dat ik dit schrijf, houden wetenschappers het op een sterftecijfer onder de 3 procent en een besmettingsgetal ergens tussen de 1,5 en 3,5. Maakt dat het een heel eng virus? Dat is lastig te zeggen: de griep heeft een sterftecijfer van ongeveer 0,1 procent en een besmettingsgetal van iets boven de 1. We vinden de griep niet heel eng. Toch sterven er jaarlijks honderdduizenden mensen aan.

Het belangrijkste om te onthouden bij alle berichten de komende tijd is dat een besmettingsgetal geen lotsbeschikking is, maar de potentie van een virus, zoals Ed Yong het uitstekend omschreef in The Atlantic. Maatregelen zoals quarantaines, reisverboden en domweg vaker handen wassen kunnen ervoor zorgen dat de werkelijke besmettingen fiks lager uitvallen dan het berekende besmettingsgetal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden