ColumnSheila Sitalsing

‘21 april? Nee, áchtentwintig’, stamelde Hugo. ‘Zeker wel misschien, denk ik. Absoluut. Mits’

null Beeld

We reden al best lang op een smalle bochtige weg, we tuurden langs de witte streep, zoekend naar een afslag die maar niet kwam. Er was een flauwe bocht naar rechts, en nog één, en nog één, en toen zagen we hem staan: een lifter. Hij stelde zich voor als ‘Hugo’.

Hulpeloos wapperden we met de routekaart in zijn gezicht. Hier moest een afslag zijn, wezen we, bij het bordje ‘Aantallen ic-opnames per dag’ en hier bij het bordje ‘Doorstroomlocaties’. Maar er waren geen bordjes, en er waren geen afslagen en alleen maar flauwe bochten, en nou wisten we het niet meer.

‘Hugo’ gooide het hoofd naar achteren en lachte. Hard en nogal uitbundig. Tussen twee lachsalvo’s door legde hij uit dat werken met routekaarten ‘enorm 2020’ is, en ‘ongelooflijk achterhaald’. De mensen ‘in de driver’s seat’, die ‘the lead nemen zogezegd’, zei hij, die werken tegenwoordig met ‘het stappenplan’. Daarmee gaan we, zei ‘Hugo’ blijmoedig, ‘in vijf of zes stappen richting het openen van Nederland’. Er was een app voor, liet hij trots zien op zijn telefoon.

We vroegen of ‘stappenplan’ betekende dat we beter konden gaan lopen, en hoe het dan zat met die ‘driver’s seat’. ‘Lopen’, knikte Hugo’ stralend. ‘Doe ik zelf ook. Al een jaar. Heel zorgvuldig. Gaat goed. Lopend lijkt de weg langer, maar is ook de moedeloosheid verder weg.’ Mijn reisgenoot zei dat hij geen flauw idee had wat dit betekent.

‘Hugo’ begon aan een lang verhaal over dat iedereen zo hard werkt en dat iedereen ongelooflijk zijn/haar best doet en dat iedereen zich het schompes werkt en dat we in onze handjes moeten knijpen dat er nu al een vaccin is en dat we het zelf maar eens moesten proberen als we het zo goed wisten en dat we dan wel anders zouden piepen en heus niet zo’n grote mond zouden hebben. Onder zijn linkerneusvleugel trilde een spiertje.

We weten het niet beter, zeiden we. We doen ook gewoon ons best en we proberen gewoon netjes de routekaart te volgen, en we willen dolgraag onze bijdrage leveren door zo snel mogelijk gevaccinee….

Nu begon ‘Hugo’ te schreeuwen. We vingen de zin ‘Is er dan níemand die agile kan werken?!’ op. Hij verscheurde onze routekaart, stampte erop. Het geschreeuw ging over in gejammer: ‘Ik heb nooit 1 juli gezegd, ik heb ín juli gezegd! Of augustus! Of september! Najaar! Najaar! Of volgend voorjaar! Of weet ik veel! Lees de vaccinatiestrategie: hier!’ Hij duwde een kladblaadje in onze handen. Een wirwar van pijlen en doorhalingen, er stonden cijfers op met veel nullen die waren doorgekrast, ergens stond heel groot ‘K*T’, en tussen het gekras stond ‘A-Zeneca’ met daarachter ‘niet onder 60’, en daarachter ‘o juist wel’, en daarachter ‘zeikende huisartsen’, en daar weer achter ‘nog erger dan die [onleesbaar] burgemeesters met hun [onleesbaar] waterkanon’, en daar weer achter ‘zoek het maar uit’, en daar weer achter ‘heel graag functie elders’.

Voorzichtig legde mijn reisgenoot zijn arm om ‘Hugo’ heen. We maakten sussende geluidjes, zeiden dat we een stukje met hem gingen lopen, dat we op zijn app hadden gezien dat we volgens het stappenplan op 21 april de afslag 'Terras’ zouden bereiken. De linkerneusvleugel van ‘Hugo’ begon weer te trillen. ‘Nee, áchtentwintig’, stamelde hij. ‘Zeker wel misschien, denk ik. Absoluut. Mits.’

Er kwam weer een flauwe bocht naar rechts, en weer één. En toen drong het tot ons door: we zaten op een rotonde zonder afslagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden