ColumnKoen Haegens

2020 is het jaar van de zuurstofpolitiek

Toekomstige generaties zullen terugblikken op 2020 als het jaar waarin de wereld de adem ontnomen werd. Het is de kern van de drie grootste crises van dit moment.

In januari begint in China het aantal besmettingen met het mysterieuze covid-19-virus hard op te lopen. Patiënten kampen met zuurstofgebrek. Acht maanden later staat de mondiale teller op meer dan 25 miljoen zieken. Daarvan zijn bijna 850 duizend mensen overleden. Anderen herstellen, maar kampen met chronische benauwdheid en vermoeidheid. Ouderen, long- en hartpatiënten, mensen met overgewicht; maar ook werknemers die niet thuis kunnen werken en bewoners van krap bemeten flatgebouwen waar het moeilijk afstand houden is – ze lopen meer risico.

In mei zet een agent in de Amerikaanse stad Minneapolis zijn knie op de keel van een Afro-Amerikaanse arrestant. Die houdt hij daar bijna 8 minuten lang. Miljoenen demonstranten herhalen in de daaropvolgende maanden de woorden van het slachtoffer: ‘I can’t breathe’.

Als een donkere wolk hangt boven dit alles de onverminderde dreiging van een milieuramp. Soms wordt dat gevaar voor iedereen zichtbaar. Zoals in de Amazone, waar het regenwoud nog harder brandt dan een jaar terug. Meestal gebeurt het sluipend, via de CO2-uitstoot van vooral fossiele energiebedrijven, vliegmaatschappijen, zware industrie en auto's.

De lucht die we inademen geldt van oudsher als een publiek goed. Een ‘common’, net als water, of sommige visgronden, bossen of weides die geen particulier bezit of staatsinitiatief zijn. In sommige Nederlandse plaatsen herinnert het straatnaambordje ‘Meent’ nog aan zulk collectief beheerd terrein. Het idee is dat hieraan geen prijskaartje hangt. Iedereen kan er – voor zover dat binnen de gemaakte afspraken valt – gebruik van maken.

Maar de commons liggen onder vuur. Zelfs zuurstof blijkt nu onderdeel van een bikkelharde verdelingsstrijd. In Rusland richten de allerrijksten hun eigen privé-coronakliniek in. Inclusief schaarse beademingsapparatuur. De zwarte George Floyd werd de adem ontnomen door een door de staat betaalde, witte ambtenaar. En nota bene om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen, maakt de Europese Unie een markt van vieze lucht: CO2-uitstootrechten. Ondertussen pogen in Nederland boeren, Schiphol, automobilisten en bouwers elkaar de rekening van het stikstofoverschot toe te schuiven.

Zoals altijd als je meent iets origineels te bedenken, blijkt er al volop te worden geschreven over de ‘politics of breathing’, bijvoorbeeld door de Utrechtse onderzoeker Magdalena Górska. Goede term, adempolitiek. Of zuurstofeconomie. Wie krijgt schone lucht, wie wordt dat ontnomen, en wie kan schaamteloos geld verdienen door de atmosfeer te vervuilen?

Ook de verstikkingsdood discrimineert: tussen rijk en arm, wit en zwart, machtig en machteloos. Ik denk hierover na terwijl ik ’s ochtends vroeg mijn vaste ronde ren, happend naar adem, in mijn hoofd dat hippieliedje van The Hollies. ‘Sometimes all I need is the air that I breathe’. 

Ja ammehoela. Dan begint het pas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden